Geen zinnig mens reist toevallig naar Spitsbergen. Zelfs Willem Barentsz niet die al in 1594 met commerciële bedoelingen op zoek ging naar een noordelijke doorgang. En evenmin de achttien opvarenden aan boord van de tweemaster Noorderlicht, die op een zomerdag de voormalige steenkoolhaven Longyear- byen achter zich laten en koers zetten naar het noorden. Weg van de dolgedraaide wereld, op zoek naar de natuur in haar meest noordelijke grillen en eigenaardigheden. Die keuze impliceert ook een beperkte ruimte en het gezelschap van onbekenden die twaalf dagen lang noodgedwongen elkaars grillen zullen aanvaarden. Ook het proviand strekt twaalf dagen, want enige vorm van ravitaillering valt hier niet te vinden. Menselijke aanwezigheid is er bijzonder schaars, maar aan licht is er geen gebrek : twaalf dagen en nachten lang zal de zon ons gezelschap houden en ons bioritme aan diggelen gooien.
...

Geen zinnig mens reist toevallig naar Spitsbergen. Zelfs Willem Barentsz niet die al in 1594 met commerciële bedoelingen op zoek ging naar een noordelijke doorgang. En evenmin de achttien opvarenden aan boord van de tweemaster Noorderlicht, die op een zomerdag de voormalige steenkoolhaven Longyear- byen achter zich laten en koers zetten naar het noorden. Weg van de dolgedraaide wereld, op zoek naar de natuur in haar meest noordelijke grillen en eigenaardigheden. Die keuze impliceert ook een beperkte ruimte en het gezelschap van onbekenden die twaalf dagen lang noodgedwongen elkaars grillen zullen aanvaarden. Ook het proviand strekt twaalf dagen, want enige vorm van ravitaillering valt hier niet te vinden. Menselijke aanwezigheid is er bijzonder schaars, maar aan licht is er geen gebrek : twaalf dagen en nachten lang zal de zon ons gezelschap houden en ons bioritme aan diggelen gooien. "Het verveelt nooit", zegt eerste stuurvrouw Maaike die ik de eerste ochtend alleen op het dek aantref, terwijl ze bezig is de scheepsklok op te poetsen. Het is pas kwart over zes en er staat een stralende zon. Beneden blaft IJsbrand als hij stemmen hoort, ergens voor ons ligt Danskoya. Maaike is geboren op een woonboot in Aalsmeer, wilde aanvankelijk bakker worden, studeerde toerisme, maar ging uiteindelijk op een advertentie af om te gaan varen. Tien jaar geleden klom ze aan boord van de Noorderlicht, haar vijfde schip, en het ziet er niet naar uit dat ze er snel weggaat : zij en kapitein Ted zijn beste maatjes en trotseren al jaren de noordelijke zeeën. "Ik hou van de weemoedigheid van dit landschap. Niet vrolijk, maar wel verscheiden, interessant en vol verrassingen. Soms sta je op in een grijze dag en dan zie je plots een ijsbeer of valt de zon op zo'n schitterende manier op een gletsjer."Spitsbergen valt niet in één woord te vatten. De eilandengroep is tegelijk ruw, hard, desolaat en ijselijk. Wie erheen reist, kiest noodgedwongen voor de zomer, als het pakijs terugwijkt, de temperaturen draaglijk worden en het soms mogelijk is om West-Spitsbergen, het grootste eiland, te ronden. Bij elke tocht probeert de bemanning zo noordelijk mogelijk te komen, maar garanties zijn er niet omdat de natuur hier de lakens uitdeelt. Wie langs de kusten vaart, kan zich moeilijk voorstellen dat hier in de zeventiende eeuw een helse drukte heerste. Als we in Virgohamna aanleggen, vinden we er verweerde planken, gebroken gresbuizen, ijzervijlsel, verroest staal. Tussen 1636 en 1640 draaide de Harlinger Kokerij hier op volle toeren, werden walvissen aan land getrokken en gevild, waarna de blubber in kleine stukken werd gesneden en in koperen ketels gekookt zodat de olie vrijkwam. Aanvankelijk werd vooral op de Groenlandse walvis gejaagd, die kon tot honderd ton wegen en twintig meter lang worden. De aanwezigheid van meer dan tweehonderd boten leidde al gauw tot een ware slachting. Toen de walvisvaarders wegens gebrek aan vangst afdropen, kwamen zonderlingen en avonturiers in de plaats. Zoals Arnold Pike die hier in 1888 een huis bouwde en een winter op Spitsbergen doorbracht. Dat huis werd later gebruikt door de ballonvaarder Andrée, die op 11 juli 1897 met twee metgezellen aan boord van de luchtballon Ornen vanuit de haven opsteeg, op weg naar de noordpool. Na twee berichten van zijn postduiven die een goede vooruitgang meldden, werd het akelig stil rond het trio. Hun lichamen werden pas in 1930 gevonden op Kitoya, samen met hun laatste notities. "Er zit nog een handvol mensen bijeen in Ny Alesund, en daarna is er niemand meer, behalve een eenzame trapper en een Duitse prof die via een krantenadvertentie een vrouw wist te overtuigen om hem gezelschap te houden en als lokmiddel een voorraad van honderd flessen wijn heeft gestockeerd", zegt Maaike. Als we aan land niet op zoek gaan naar geschiedenis en discrete vormen van plantengroei (zoals bossen die slechts vijf centimeter hoog reiken), lopen we tijdens de vaart warm ingeduffeld op het dek rond, zoeken een plek uit de wind, waar kokkin Anna koffie met speculaas of zelfgebakken cake brengt. We laten ons vogels aanwijzen (de eerste brandgans is al gesignaleerd, maar naar de ivoormeeuw blijft het uitkijken) of bespreken de kwaliteiten en gebreken van camera's en lenzen. En de stuurvrouw heeft gelijk : het verveelt nooit. Als we een groep van vijftien walrussen spotten, gaan we aan land en sluipen aarzelend dichterbij. De derde dag wordt het anker uitgegooid in de buurt van Utkyken en we beklimmen om negen uur 's avonds de berg van waaruit we in het noorden, helemaal aan de horizon, een witte streep zien. Natuurgids Jacob schat de afstand tot aan het pakijs op tien mijl. Vanaf onze winderige uitkijkpost is goed te zien hoe de streep in het oosten tot tegen het land aanleunt. Terwijl die avond de soep wordt opgeschept, rijst de vraag of het pakijs de Liefdesfjord nog afsluit. Niet dat de liefde ons dermate bezighoudt, maar in de fjord leven honderden ijsberen en die kans willen we niet missen. 's Anderendaags zet Ted koers naar het pakijs en er maakt zich een soort opwinding van ons meester : we hebben geholpen bij het hijsen van de zeilen en met de wind achter ziet de Noorderlicht er nu op zijn mooist uit. Iedereen zit op het dek, de verrekijker binnen handbereik. Er staat een prachtige zon, maar de wind is ijzig en naarmate we de open zee bereiken, wordt de golfslag heviger, we gaan naar zes beaufort. De bewegingen van het schip worden almaar meer uitgesproken en wie zich niet stevig vastklemt, glijdt zo over het dek. Lange tijd varen we evenwijdig met het pakijs, de gigantische korst die het noordpoolgebied bedekt en op het zomer-winterritme krimpt en groeit. Als er een noorderwind staat, worden de afbrekende brokstukken naar de open oceaan geblazen, en kan het schip bij de rand van het pakijs aanleggen. Maar met de zuiderwind van vandaag doet het omgekeerde zich voor : losse stukken ijs worden tegen de massieve kap aangeblazen, zodat er aan de rand een zeer beweeglijke band van schotsen op en neer deint. Ted kijkt bezorgd, een beetje nors zelfs. Toch is de kapitein een alleraardigste kerel die het als bouwkundig tekenaar precies één jaar heeft volgehouden op kantoor en dat reguliere werk daarop inwisselde voor zijn hobby. Twintig jaar geleden kocht hij met een compagnon een klipper waarmee hij de Waddenzee en het IJsselmeer bezeilde. Jaren later ontdekten ze de romp van een lichtschip uit 1910 en verbouwden het tot de Noorderlicht, een magnifieke tweemaster waarmee hij en zijn maat beurtelings de kusten van Spitsbergen bevaren, of 's winters op de Azoren en Madeira rondtoeren. Volgend jaar wil Ted zelfs Groenland verkennen, maar zijn ultieme droom is het bouwen van een J-klasse, een veertig meter lange wedstrijdboot uit de jaren dertig, de ultieme elegantie. "Het is nog een droom, maar alles begint met een droom", zegt hij terwijl we recht op het pakijs varen en hij uitlegt dat de gordel van los ijs best een kilometer ver kan reiken. Je hebt een ijsbreker nodig om je daarin te wagen, de Noorderlicht is niet tegen die druk bestand. Toch brengt hij het schip tot op zo'n dertig meter voor de deinende massa ijsblokken, vaart dan parallel naar het zuidoosten, terwijl we verkleumd maar gefascineerd toekijken en achter de beweeglijke gordel het pakijs herkennen. We zitten op 80°13', van hieruit is het in rechte lijn tot aan de noordpool nog achthonderd kilometer stappen, en door de verrekijker zien we dat de Liefdesfjord nog dicht zit. 's Avonds zit de bonte bende van bereisde lieden van allerlei slag dicht bijeen in de kajuit. Reizigers met een passie voor vogels, of planten, of fotografie of soms voor alledrie ineens zoals bij Jos met wie ik de hut deel en 's avonds lange discussies voer over digitale fotografie. Terwijl de vogelaars in een andere hoek hun bird- watch-lijsten bijwerken. Niet dat de diversiteit groot is, want in deze barre streken is overleven echt een kunst. Maar zelfs als volslagen leek begin ik een paar soorten te herkennen. Uiteraard de rosse franjepoot, niet toevallig de favoriet van de vrouwelijke opvarenden. Het is de enige vogelsoort waar het vrouwtje het mannetje het hof maakt en daartoe een heel fraai kleed draagt. Als boekenliefhebber heb ik het meer voor de zeer herkenbare papegaaiduiker (puffin in het Engels, zoals de boeken), ook al vraagt het een paar uur klimmen en klauteren om in zijn buurt te raken. Ook de fijngelijnde noordse stern (die elk jaar naar de zuidpool vliegt en terug) valt makkelijker te herkennen, net als de kleine alk met zijn zwarte kop en zijn aanstekelijke lach, en natuurlijk de imposante burgemeester, die op de mantelmeeuw lijkt. Terwijl we door het landschap stappen, verbazen we ons over onze eigen vasthoudendheid. De oudste van de groep is een stuk in de zeventig en sakkert op de natuurliefhebbers die al te veel tijd nodig hebben voor de zoveelste foto. Ik voel met hem mee, het moet een beetje vooruit gaan, want wij willen nieuwe landschappen ontdekken, stappen, klimmen. Als niemand het meer verwacht, heeft Maaike op een klein eiland een crèmekleurige speldenkop gespot, die door de verrekijker een ijsbeer blijkt met zware en toch elegante contouren. Volgens de kenners is het een driejarige beest, het gaat zitten en wandelt rond, soms kijkt het naar de Noorderlicht waar de fotografen hun grootste lenzen uitproberen. Twee dagen later dobberen we in de Kongsfjord tegenover de majestueuze Kronebreen en schrikken van de nietigheid van ons rood scheepje. Ted heeft de Noorderlicht heel dicht bij de gletsjermuur gemanoeuvreerd en de motor afgezet, maar hij kijkt ook een beetje gespannen en ik besef waarom. Terwijl we foto's maken van kleinere en grotere stukken ijs die in zee tuimelen en luisteren naar het onzichtbare kreuken en rollen van een levende gletsjer die zich, onzichtbaar voor ons, in traagheid wentelt en draait, wachten we ook op iets groters. Het duurt wel uren en dan opeens maakt zich een immense massa los en stort kreunend in zee, terwijl Ted vliegensvlug de motor start en het schip met de neus in de dreigende, opkomende golven zet. 's Avonds zijn we stil, schurken dicht bijeen als Maaike de video van Licht heeft opgediept, met Francesca Vanthielen en waarin de Noorderlicht een kleine rol speelt. De ruimte beneden wordt voor twee uur in een ouderwetse bioscoop omgevormd en halverwege het schouwspel duikt de bemanning uit de keuken op met popcorn. Die avond groeit het besef dat we wel van de wereld weg wilden, maar toch niet zonder kunnen. Dan schuift de kokkin bij, die is opgegroeid tussen de scheepswerven, als kind al zeilde ze en eigenlijk wilde ze alleen maar op zee zijn, maar haar ouders dachten daar anders over. Twee jaar geleden verkocht Anna haar huis, gaf haar kantoorjob eraan en dook zonder vangnet in de vaart. Uiteindelijk kwam ze op Spitsbergen terecht. "Omdat het mijn landschap is. Elke keer als ik er kom, ervaar ik dezelfde verbazing, het maakt me melancholisch, en roert me omdat ik zo houd van die landschappen zonder enige decoratie. Jaren geleden nestelde ik me een tijdje boven de boomgrens in Zwitserland om dezelfde reden, en ooit wil ik naar Mongolië." Ze is niet de enige die geroerd is, want we zeilen nu onherroepelijk naar het zuiden en op een nacht laten we de grootsheid van het landschap achter ons voor een andere realiteit. Al is er weinig wat een mens kan voorbereiden op de anticlimax van Barensburg, een Russische nederzetting, niet meer dan een paar straten groot, omringd door stalinistisch aandoende gebouwen, die tegen een steenkoolberg aanleunen. Ondanks het slaaptekort beklimmen we toch een paar honderd treden om door een soort spookstad te lopen waar alles groot en verlept oogt én met een laagje kolenstof is bedekt. Uit het niets duikt een spookfiguur op die een fles wodka wil slijten. 's Anderendaags lopen berookte arbeiders over de kades waar ze met een hijskraan uit een reusachtige puinhoop verroeste stukken metaal opvissen en herschikken : het lijken wel de resten van het sovjetimperium. In de cabine zit de reïncarnatie van Tolstoi, rondom hem werken zwijgende mannen met asgrauwe gezichten. In deze door God verlaten negorij kom ik één lachend en blozend gezicht tegen, dat van de dochter van de boer die enkele honderden meter van de haven koeien kweekt en wiens vrouw een rat aan haar boezem koestert. Reis : Weekend Knack reisde op uitnodiging van 'Vreemde Kontinenten', dat in september 2004 met een ijsversterkt schip (maximaal 46 deelnemers) naar Noordoost-Groenland trekt, een tocht die grotendeels in het spoor loopt van de Belgische ontdekkingsreiziger de Gerlache. Deze achttiendaagse reis kost vanaf 5210 euro per persoon, afhankelijk van de kajuitkeuze. Begin augustus 2005 is er een Spitsbergenreis met de 'Noorderlicht' (maximaal 19 deelnemers), waarbij rond de eilandengroep wordt gevaren met observaties van walrussen en ijsberen. Deze zestiendaagse kan vanaf 3420 euro. Zowel in de zomer als in de winter wordt het binnenland van IJsland verkend met superjeeps. Een elfdaagse in maart 2004 kan al vanaf 1880 euro. Klimaat : Spitsbergen ligt in de Noordelijke IJszee, tussen de 74ste en de 81ste breedtegraad. 's Winters hult de poolnacht de archipel bijna vier maanden in de duisternis. Reizen heeft daardoor alleen zin in de zomer, als de temperatuur tussen 6 en 8 graden schommelt en het maandenlang klaar blijft, ook 's nachts. Er leven zowat 5000 inwoners, grotendeels Noren en Russen, verspreid over een vijftal kleine nederzettingen. Ze exploiteren er steenkoolmijnen of verrichten wetenschappelijk werk. Documenten : Een identiteitskaart volstaat, betalen kan in Noorse kronen (1 euro is ongeveer 8,25 NOK waard). Info en reservaties : Vreemde Kontinenten, H. Frère Orbanlaan 34, 9000 Gent, 09 233 50 00, www.vreemdekontinenten.be en bij de reisagenten. Tekst Pierre Darge I Foto's Pierre Darge en Jos Permentier"Ik hou van de weemoedigheid van dit landschap. Niet vrolijk, maar wel verscheiden, interessant en vol verrassingen."