Al bestaat er bij ons veel belangstelling voor het boeddhisme, toch blijft de kennis van deze 2500 jaar oude filosofisch-religieuze stroming vaak beperkt tot een paar clichés. Boeddha, zijn leer en zijn gemeenschap, het standaardwerk van Bart Dessein en Ann Heirman, kan die leemte invullen. De auteurs schetsen de ontstaansgeschiedenis van het boeddhisme binnen de Indiase vedische, brahmaanse en hindoeïstische traditie. Ook maken ze ruimte voor het levensverhaal van de historische Boeddha, de complexe filosofische leer en de vele stromingen. Dat er varianten bestaan heeft niet alleen te maken met de grote geografische verspreiding, maar ook met de tolerantie voor afwijkende meningen.

Bart Dessein is professor en Ann Heirman doctor-assistent, allebei in Chinese taal en cultuur. Ze doceren aan de Gentse universiteit.

Bart Dessein: Het boeddhisme is het product van de omgeving waarin het is ontstaan. Een aantal basisbegrippen stamt uit India, zoals de hergeboorte, die is fundamenteel in de leer. Zoiets staat ver af van onze traditie. Verder huldigt het boeddhisme ook de idee dat je zelf verantwoordelijk bent voor je daden. Of je wel of niet verlost wordt, heb je dus alleen aan jezelf te danken. Je kunt daarvoor niet de hulp van een godheid inroepen. De kwijtschelding van fouten is onmogelijk, je kunt niet biechten en er is geen vergiffenis. De enige manier om slechte daden weer goed te maken, is betere in de plaats te stellen. Op die manier kun je ervoor zorgen dat je karma beter wordt. Maar de verlichting bereik je niet in één leven. Je hebt verscheidene levens nodig. De beschrijving van hoe je tot verlossing komt, is dan ook erg lang. 'Verlost zijn' is een soort 'opgaan in het niets'. Je komt als 'verloste' dus niet 'in het aanschijn van Boeddha', maar je krijgt een geestestoestand zoals die van Boeddha. Dat houdt in dat je niet meer herboren wordt, dat je de ellende van de wereld niet meer hoeft mee te maken. Maar je bestaat tevens niet meer. Er is geen hiernamaals.

Ann Heirman: Wie de verlichting heeft bereikt, is 'weg'. Hij kan de mensen op aarde niet meer helpen. Dat geldt ook voor Boeddha, die je niet te hulp kunt roepen. Hij heeft een beschrijving van de verlichting in acht stadia achtergelaten, maar verder kun je hem niets vragen.

Dessein: Dat staat haaks op de christelijke traditie, die aanneemt dat Christus gestorven is om ons te verlossen. Boeddha heeft alleen getoond hoe we het zelf moeten doen.

Hoe verklaart u de grote aantrekkingskracht van het boeddhisme in het Westen?

Dessein: Mensen zoeken een exotisch alternatief voor het moderne maatschappijbeeld, dat zeer functioneel en technisch is. De boeddhistische richtingen die in het Westen het best scoren, zijn dan ook meestal mystiek geïnspireerd. Ze leggen de nadruk op meditatie en introspectie. In het klassieke boeddhisme heb je naast filosofische stromingen ook richtingen die meer naar devotie neigen. Vooral die laatste zijn hier populair. De boeddhistische centra in Hoei en Antwerpen zijn Tibetaans georiënteerd. Ze voeren veel ceremonies uit, die in onze ogen kleurrijk zijn. Het is een zeer visuele vorm van boeddhisme. Ook het feit dat je moet worden ingewijd door een meester spreekt velen aan. Verder maakt ook het Chinese zenboeddhisme, dat overtuigd is dat teksten overbodig zijn omdat de verlichting op een onbewaakt moment komt, vandaag opgang als reactie op onze overtechnologische samenleving. Het is een ontsnappingsroute voor wie het allemaal te complex vindt. Maar het boeddhisme is natuurlijk ook een erg ingewikkelde filosofie.

Praktijken als yoga en meditatie, afkomstig uit het zenboeddhisme, zijn in trek. Als er nu in het Westen yogascholen zijn, heeft dat zeker te maken met het zenboeddhisme. Maar al te vaak worden die elementen uit het geheel gelicht. De achtergrond gaat helemaal verloren.

De Dalai Lama is wereldberoemd. Is hij een soort paus van het boeddhisme?

Heirman: Hij is het hoofd van een klooster van een bepaalde strekking. Maar de Tibetaanse is maar een van de vele scholen die in het boeddhisme bestonden en bestaan. De Dalai Lama is dus zeker geen paus van hét boeddhisme, hij staat alleen aan het hoofd van de strekking waartoe hij behoort.

Dessein: In het boeddhisme kun je overigens onmogelijk van een 'paus' spreken, omdat het 'ware geloof' niet bestaat. Om het extreem te stellen: er zijn evenveel interpretaties als er kloosters zijn. Doordat de kloosters geografisch afgezonderd waren, ontwikkelden zich spontaan diverse interpretaties van de leer. In de literatuur vind je debatten, in de stijl van 'zij zeggen dat het zo is, wij zeggen dat het zo is'. Er is geen controlerend orgaan dat oordeelt over de 'juistheid' van deze of gene stelling. Als de discussies te fel oplaaien, komt er gewoon een afsplitsing.

Heirman: Binnen het Tibetaanse boeddhisme is de Dalai Lama wel een bijzonder figuur. Veralgemenend zou je kunnen beweren dat de Dalai Lama wél een zekere controlerende invloed heeft. Maar zijn zeggenschap is beperkt. In Japan heeft niemand oren naar zijn uitspraken, niet omdat de Japanners er negatief tegenover staan, maar omdat het totaal andere scholen zijn. Het Tibetaanse boeddhisme heeft geen uitstaans met dat van Japan, Korea of China.

Is het een godsdienst of een filosofie? Bestaan er gelijkenissen met de monotheïstische godsdiensten?

Dessein: Het boeddhisme is ontstaan als een filosofische stroming. Vanaf het begin van onze tijdrekening kwamen de meer devotionele en dus godsdienstige richtingen op, zowel door interne ontwikkelingen als door het contact met andere religies van Centraal-Azië. Daardoor ontstonden binnen het boeddhisme ook godenfiguren. Omdat er een zekere godenverering is, kun je het boeddhisme een godsdienst noemen. Maar het is zeker niet monotheïstisch, er zijn meerdere goden.

Sommige devotionele richtingen veronderstellen wel een paradijs na de dood en er kunnen ook offers gebracht worden, maar er is geen oppermachtige oppergod die alles regelt op aarde. In die zin is het weer geen godsdienst: boeddhisten geloven niet dat Boeddha het wereldgebeuren kan beïnvloeden.

Wat moeten we ons voorstellen bij meditatie?

Dessein: Het boeddhisme gaat ervan uit dat de wereld één en al ellende en lijden is. Wij zijn namelijk menselijke wezens met verlangens. We zien dingen en willen ze hebben. We proeven dingen, vinden ze lekker en willen er meer van. Maar omdat alles schaars is, kunnen onze verlangens nooit volledig bevredigd worden. Daardoor worden we met leed geconfronteerd. In de materiële wereld kunnen we nooit de perfectie bereiken. Meditatie dient om je zintuigen af te sluiten van die wereld en terug te keren tot je eigen geest. Er zijn teksten die berekenen dat je meditatie slechts zeven dagen kunt volhouden, omdat je daarna in zwijm valt. Er bestaan heel technische beschrijvingen van de stadia van meditatie. Uiteindelijk bereik je een stadium waarin er zelfs geen meditatie meer is, waarin alles oplost en je 'verlicht' bent. Dat is de weg naar de uiteindelijke verlichting.

Als je als mens goed leeft, kun je herboren worden als een god. Ook in de goddelijkheid heb je veel stadia. Hoe hoger, hoe zuiverder de meditatie. Het omgekeerde kan ook: een god kan zo slecht leven dat hij weer mens wordt, of dier. Dan begint alles weer van voren af aan.

Is het boeddhisme anti-zinnelijk?

Heirman: Zien, horen, ruiken, het zijn bronnen van bezoedeling en lijden. Alleen de verlichte kan dingen zien zonder bezoedeld te worden. Wij zien kleren en vinden die mooi of lelijk. In beide gevallen gaat het om menselijke uitingen, om aangenaam en onaangenaam.

Dessein: Al die dingen leiden tot handelingen. Van een aangename geur wil je meer hebben, een onaangename vermijd je. Dat leidt tot handelingen die bepalen hoe je herboren zult worden, want je hebt een bepaald 'karmisch resultaat'. Je moet in het proces van hergeboorten almaar opklimmen in de on-zinnelijkheid om uiteindelijk in het hoogste stadium te komen, waarin alle dualiteit opgeheven is. Het is een toestand die ons denkvermogen te boven gaat, want een mens denkt in categorieën: er is maar licht omdat er donker is, er is maar wit omdat er zwart is. In het hoogste stadium vallen al die categorieën weg. Het boeddhisme is niet gekant tegen het feit dat je eet of dat je kleren aantrekt. Maar je mag die handelingen niet stellen vanuit verlangens. Daarom leidt een boeddhistische monnik een zwervend bestaan, bedelt hij om voedsel en eet hij alles wat hij krijgt.

Is hun kloosterleven zwaar?

Heirman: Het boeddhistische kloosterleven bestaat ongeveer 2500 jaar. Het kent veel evoluties en onderlinge verschillen. Maar het is beslist zwaar, want voor mensen is het niet eenvoudig on-zinnelijk te leven. Het niet hebben van verlangens wordt door regels gestimuleerd, maar het blijft moeilijk. Oorspronkelijk was het ook fysiek zwaar, door dat zwervend bestaan. In de teksten staat dan ook dat je niet ziek mag zijn als je intreedt. Maar er hebben altijd grote spanningen bestaan tussen de strikt ascetische lijn en de minder strenge. De historische Boeddha pleitte voor een middenweg. Na een periode van zware ascese was hij tot de vaststelling gekomen dat de inspanning de geest te veel verzwakte en dus niet aan te raden was. Ook vandaag blijft die spanning bestaan. In sommige Japanse kloosters leven tegenwoordig getrouwde mannen met kinderen, in Sri Lanka of Birma is dat ondenkbaar.

Hoe is de positie van de vrouw in het boeddhisme?

Dessein: De houding van het historische boeddhisme was dubbel. Enerzijds zeer egalitair: de vrouw staat intellectueel op dezelfde hoogte als de man, want het boeddhisme maakt geen onderscheid tussen de vrouwelijke en de mannelijke geest. Ze kunnen op dezelfde manier de verlichting bereiken. Maar in de tijd van de historische Boeddha was de vrouw ondergeschikt, zij zorgde voor de huishouding en de kinderen. Als de Boeddha de toestemming geeft om nonnengemeenschappen op te richten, zijn die groepen meteen ondergeschikt aan de mannengemeenschappen. Dat had met de maatschappelijke context te maken. Aangezien de kloosters voor giften afhankelijk waren van leken, konden de maatschappelijke opvattingen niet zomaar genegeerd worden.

De boeddhistische kloosters zijn de laatste tien jaar sterk veranderd. In Taiwan bijvoorbeeld is hun aantrekkingskracht op vrouwen groot. Omdat er zoveel vrouwen zijn ingetreden, is hun positie ook versterkt. Een zelfde heropleving vinden we in Sri Lanka en Tibet.

Waarom is er in het boek voortdurend sprake van "de" Boeddha?

Dessein: Naar de historische Boeddha wordt verwezen als naar 'de' Boeddha. Maar hij was maar een van de vele Boeddha's die er voor hem ook al geweest waren. Er wordt ook een nieuwe Boeddha verwacht. Die zal komen - zeggen de teksten - als de wereld alle geloof verloren heeft en de mensen geen uitweg meer hebben uit alle ellende. Op dat moment zal een nieuwe Boeddha de weg wijzen.

Hoe belangrijk is het levensverhaal van de historische Boeddha voor de leer?

Heirman: Iedereen kent zijn levensverhaal, het wordt ook uitgebeeld in de kunst. Het gaat niet alleen over zijn historische leven, maar ook om al zijn vorige levens. Hij heeft ontelbare levensverhalen. Vaak zijn het verhalen waarin zijn karmisch goede daden worden beschreven, want hij klimt natuurlijk op. Hij is ook dier geweest. In een van de beroemdste verhalen gooit hij zichzelf als konijntje op het vuur om als voedsel te dienen voor iemand. Veel van die verhalen gaan over de hulp die hij biedt. Je krijgt een waaier van parabels met een boodschap. Typisch in die verhalen is dat er wordt uitgelegd waarom iemand belangrijk is geworden. Het heeft altijd te maken met wat hij of zij heeft gedaan in vorige levens. De parabels dienen als lering, ze worden uitgebeeld in tempels.

Is het boeddhisme maatschappelijk behoudend of veeleer revolutionair?

Dessein: Het is vrij revolutionair begonnen. Het brahmanisme floreerde in de tijd van Boeddha. Brahmanen waren de hoogste kaste, je kwam erin terecht door geboorte. Hun leer was esoterisch, alleen bedoeld voor ingewijden. Het boeddhisme was daarentegen een populaire leer. In die zin was het boeddhisme revolutionair. Boeddha lapte het kastensysteem aan zijn laars. Iedereen kon de leer volgen. Toch is het boeddhisme niet gericht op het omverwerpen van de maatschappelijke orde. Het zoekt persoonlijk heil. Revolutionair tegenover onze westerse traditie is misschien wel de gedachte dat je het alleen aankunt. In onze individualistische maatschappij slaat dat overigens aan. Het boeddhisme gaat er niet alleen mee akkoord dat je individualistisch bent, meer nog: je moet voor jezelf de verlichting bereiken.

Heirman: In China werd het boeddhisme lange tijd als bedreigend beschouwd. Op de kloosters werden geen belastingen geheven. Dat leidde ertoe dat veel bezittingen naar die kloosters vloeiden, wat op den duur een ondermijning vormde voor de staatsinkomsten. Dat heeft vaak geleid tot vervolgingen. Het klooster was ook een manier om aan de militaire dienst te ontsnappen.

Dessein: In China was er geen staatscontrole op kloosters. Vaak gingen misdadigers er schuilen. Vanuit de kloosters werd ook soms verzet gepleegd tegen de keizers. Op andere momenten in de Chinese geschiedenis schakelde de staat de monniken in wanneer hij de greep op de bevolking had verloren.

Heirman: In Sri Lanka en Thailand is het dan weer een staatsgodsdienst, dus helemaal niet bedreigend voor de maatschappij. Als je in Thailand wilt opklimmen in de hiërarchie van de boeddhistische gemeenschap moet je deelnemen aan de staatsexamens. Dat is natuurlijk maatschappijbevestigend.

Wat trekt u zelf het meest aan in het boeddhisme en in de boeddhologie?

Heirman: De manier waarop het boeddhisme omgaat met de vergankelijkheid, de definitie van de mens vanuit verschillende elementen en de relaties tussen die elementen. In de boeddhologie word ik aangetrokken door de organisatie van het kloosterleven. Het is intrigerend hoe die complexe boeddhistische gemeenschappen met hun eigen rechtspraak zich ontwikkelden.

Dessein: Aantrekkelijk is dat het boeddhisme logisch-filosofische denksystemen hanteert om te verklaren waarom de ratio niet tot verlichting leidt.

Bart Dessein en Ann Heirman, "Boeddha, zijn leer en zijn gemeenschap", Academia press, 332 p., 990 frank.

Sofie Messeman en Piet de Moor