Zeg vooral niet dat de Gaume deel uitmaakt van de Ardennen, want dat wordt je niet in dank afgenomen. Nee, de inwoners van de Gaume zijn Gaumais, trotse inwoners van een regio in de provincie Luxemburg nabij de Frans-Belgische grens, waar net geen 55.000 mensen wonen. Een streek met een eigen geografische, culturele en zelfs taalkundige identiteit. En let op: als ze een paar biertjes op hebben, spreken ze hier geen Waals, maar 'Gaums'.
...

Zeg vooral niet dat de Gaume deel uitmaakt van de Ardennen, want dat wordt je niet in dank afgenomen. Nee, de inwoners van de Gaume zijn Gaumais, trotse inwoners van een regio in de provincie Luxemburg nabij de Frans-Belgische grens, waar net geen 55.000 mensen wonen. Een streek met een eigen geografische, culturele en zelfs taalkundige identiteit. En let op: als ze een paar biertjes op hebben, spreken ze hier geen Waals, maar 'Gaums'. Zacht glooiende heuvels zover het oog reikt, weilanden rijk aan biodiversiteit en uitgestrekte bossen met eiken, beuken en haagbeuken. Het landschap is hier een en al natuurlijke bekoorlijkheid. En die natuur wordt nog extra beschermd dankzij het natuurpark van de Gaume of Natagora. De lokale inwoners zitten dan ook nooit om een antwoord verlegen als je vraagt wat nu de mooiste wandeling in de streek is. Wij kregen bijvoorbeeld de raad te beginnen in de rue Vieux-Laclaireau in Ethe, het ideale vertrekpunt voor een verkenning van de Laclaireau-vallei. Een wandeling die ons langs een vredig kabbelend riviertje voert, door een mooi dennenbos en een loofbos en langs de meanders van een vallei die bekend is om het beroemde bronwater Valvert. We maken meteen ook een omweg langs de biologisch-dynamische boerderij van Hamawé, waar je onder meer natuurlijke zuurkool, speltpasta en seizoensgroenten kunt kopen (Hamawé 1a, 6760 Ethe). Wie van mooie panorama's houdt, moet absoluut naar de Roche à l'Appel (start bij de Pont des Roches en daarna de bordjes volgen vanuit het dorpje Muno), via een geologische site met rotsen, coniferen, talrijke wandelpaden en rustige watertjes. Kaasliefhebbers vinden hier hun gading in de Ferme du Marronnier (Watrinsart 23, 6820 Muno), met een heerlijk geurend aanbod van rauwmelkse kazen, van maquée en gaumembert tot petit marron en goud'dingue. Sinds onheuglijke tijden proberen klimatologen te begrijpen waarom het in de Gaume altijd iets warmer is dan in de rest van het land. Dat zou te maken hebben met het reliëf, maar ook met de overheersende winden, waardoor de streek gekenmerkt wordt door een haast Provençaalse sfeer. Een van de opmerkelijke resultaten van dit microklimaat zijn de wijngaarden op de heuvels nabij Torgny. Zo profiteert het wijndomein Le Poirier du Loup (chemin de la Montagne 13, 6767 Rouvroy) van druiven die voldoende zon krijgen voor de productie van vijf biologische wijnen. Hier geniet je van sprankelende godendranken zoals crémant, witte ratafia en rosé. Voor nog meer wijngaarden adviseren we Fouchères en Epinette. Sommige locals beweren dat het 'niet meer zoals vroeger is' en dat hun prachtige dorpen worden verknoeid door de Luxemburgers die hier huizen laten bouwen waar ze maar kunnen. Gelukkig blijft de charme op veel plaatsen toch nog bewaard. Wie bijvoorbeeld een wandeling maakt in Torgny, het meest zuidelijke dorp van België, zal nog heel wat kleurrijke, bloemrijke gevels, huizen met rode pannendaken en zelfs een oude wasplaats ontdekken. Torgny is dan ook een van de mooiste dorpen van Wallonië. Ook erg charmant is het 40 km verder gelegen Chassepierre, aan de oevers van de Semois, waar elk jaar een beroemd straattheaterfestival wordt georganiseerd. Het dorp biedt niet alleen een mooie kerktoren, een labyrint van middeleeuwse straatjes en een oude molen, intrigerend is ook Le Trou des Fées, een (door mensen) in de kalkrotsen uitgegraven netwerk van galerijen. Aan dezelfde rivier ligt ook Chiny, waar niet alleen een beroemd verhalenfestival plaatsvindt, maar waar je ook een kajak of een bootje kunt huren om van op het water de omgeving te verkennen. Wandelaars kunnen van hieruit naar de Rocher du Hat, om te genieten van een weids uitzicht over de meanders van de Belgisch-Franse rivier. Wil je een bezoekje brengen aan Saint-Léger, dan ben je behalve een levensgenieter best ook een beetje sportief aangelegd. Gelukkig kun je bij de lokale toeristische dienst een - elektrische - fiets huren, ideaal voor zowel vlak als eerder glooiend terrein. Daarmee fiets je dan tot in Montauban (start in de rue de Montauban, 6743 Buzenol), voor een bezoek aan de kasteelruïnes en het prachtige uitzicht over de omliggende heuvels. Verder is er het gedurfde centrum voor hedendaagse kunst, dat opvalt door zijn inrichting en door zijn artistieke creaties in de openlucht, inclusief containers tussen de bomen. Even vlot bereikbaar met de fiets is het meer van Conchibois (rue du Stade 1, 6747 Saint-Léger), dat bekendstaat als een van de zuiverste natuurlijke meren van Wallonië. Hier kun je zwemmen, een waterfiets uittesten of een ijsje eten op het grote houten ponton. Het moeilijkst van al is wellicht... terug naar het startpunt fietsen. Van alle Belgen hebben de inwoners van de Gaume misschien wel het ergst geleden onder de sluiting van de bars en restaurants, vooral omdat velen ervan overtuigd zijn dat het virus hier nooit voet aan de grond heeft gekregen. Ze staan dan ook te trappelen van ongeduld om weer te gaan tafelen in Au coeur de la Gaume (rue du Dr Albert Hustin 51, 6760 Virton), een origineel restaurant met een eigenzinnig interieur, waar de gasten met hun zingend accent genieten van een touffaye (een stoofpotje met spek), een cabu (een gerecht op basis van witte kool) of de onvermijdelijke paté gaumais. Velen wachten ook met ongeduld op de opening van het terras van Le Chameleux (Chameleux 5, 6820 Florenville), een restaurant dat er niet zo bijzonder uitziet maar wel een uitstekende sole meunière serveert. Zelf zijn we zeer benieuwd wat voor culinaire hoogstandjes we de komende weken mogen verwachten van Annie Thiry, de chef van Lady Green (rue du Magenot 15, 6740 Fratin). Zij gebruikt voor haar gerechten bij voorkeur lokale ingrediënten en uitsluitend producten van het seizoen. En dan zijn er nog de kraampjes van de Halle de Han (Han 36, 6730 Tintigny, elke vrijdag van 17 tot 20 uur), waar je vlees, kaas en fijne varkensvleeswaren kunt kopen, om daarna in de kantine van de markt nog wat bij te praten zoals in de goede oude tijd, onder het genot van een aperitiefje, tot het tijd is om naar huis te gaan. De Gaume is niet erg groot. Amper 754 vierkante kilometer om precies te zijn. Maar de klassiekers zijn absoluut de moeite waard, alleen al om er een paar uurtjes rond te kuieren of wat uit te rusten. In het onvermijdelijke Florenville, in het noordwesten, kun je het prachtige belvedère (vlak achter de kerk) bewonderen, allerlei lekkers buitmaken bij de artisanale Les Chocolats d'Edouard, een kiekje maken van het standbeeld van Violette, de stripheldin van de plaatselijke auteur Jean-Claude Servais, en meteen nog wat fijne vleeswaren scoren bij Blaise. Ook Virton heeft heel wat te bieden: naast de restaurants in de verkeersvrije straatjes met hun middeleeuwse charme is er het museum van de Gaume, waar je alles verneemt over de culturele, sociale en archeologische geschiedenis van de streek. Speciaal voor de lekkerbekken nog twee adresjes: Le Comptoir d'Honoré, bekend om zijn huisgemaakte lekkernijen, en de gloednieuwe Petit Barista, waar zowel de koffie als het gebak door lokale ambachtslieden wordt bereid. Bij het verlaten van de stad zit je zo weer midden in de natuur. In de vallei van de Rabais kun je niet anders dan je laten verleiden door de Sentier des Songes, een pad dat langs maar liefst zeven vijvers loopt, met onderweg een reeks kunstwerken verspreid over de feeërieke bossen. Helemaal aan het eind ten slotte wacht je de Repaire des Zigomars, waar je kunt genieten van een drankje dat luistert naar de naam Zigomar, de lokale tegenhanger van de Maitrank, waarin de witte wijn is vervangen door cider. Wie zich afvraagt of elke wandeling hier eindigt onder het genot van een drankje: het antwoord is ja. Want nu je toch in de buurt bent, passeer dan even langs de abdij van Orval, voor een wandelingetje tussen de ruïnes en de aankoop van enkele flessen Orval, om de klassieke boterham met kaas in de Hostellerie niet te vergeten. Maar het belangrijkst zijn de kleine, lokale brouwerijen van de Gaume, met namen zoals Gengoulf, Sainte-Hélène, la Clochette, Millevertus en Trévires. Niet minder belangrijk is de Rulles, een artisanaal bier dat wordt gebrouwen in het gelijknamige dorp, dat ook bekend is als de geboorteplaats van de grote Franse grammaticus Maurice Grevisse, naar wie zelfs een wandeling werd vernoemd. Geen wonder dat in deze streek al twee decennia het Brassigaume-festival wordt georganiseerd, waarbij de beste bieren van deze brouwerijen - en nog veel meer - voor gezellige proeverijen en een uitgelaten sfeer zorgen. Tot in de kleine uurtjes.