Jan Raymaekers legde een grillig parcours af. Van opleiding historicus, gespecialiseerd in de culturele antropologie en de ijzertijd, werkte hij jaren in het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Daarna schoolde hij zich om tot informaticus, en de laatste jaren is hij coördinator van de opleiding Gids en Reisleider voor CVO De Oranjerie. Hij stelde catalogi samen bij tentoonstellingen over Afrikaanse kunst, schreef Stadsgids Leuven; Congo. De schoonste tijd van mijn leven en België feest. En nu dus Congé Payé, op vakantie vanaf de jaren 30, een leerrijk en bijwijlen hilarisch boek. Want ook dat is culturele antropologie : hoe wij, Vlamingen, vakantie namen tussen 1930 en 1980.
...

Jan Raymaekers legde een grillig parcours af. Van opleiding historicus, gespecialiseerd in de culturele antropologie en de ijzertijd, werkte hij jaren in het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Daarna schoolde hij zich om tot informaticus, en de laatste jaren is hij coördinator van de opleiding Gids en Reisleider voor CVO De Oranjerie. Hij stelde catalogi samen bij tentoonstellingen over Afrikaanse kunst, schreef Stadsgids Leuven; Congo. De schoonste tijd van mijn leven en België feest. En nu dus Congé Payé, op vakantie vanaf de jaren 30, een leerrijk en bijwijlen hilarisch boek. Want ook dat is culturele antropologie : hoe wij, Vlamingen, vakantie namen tussen 1930 en 1980. Natuurlijk namen mensen al eerder vakantie, maar dat waren uitsluitend de happy few. Welgestelde Belgen verbleven al sinds de negentiende eeuw in hun maison de plaisance buiten de grote stad. Ze overnachtten in hotels in Oostende en Blankenberge, of aan de bronnen en speeltafels van kuuroorden als Spa. De nog meer gefortuneerden trokken naar Biarritz en Baden-Baden, de Alpen, het zuiden van Europa, de wereldtentoonstellingen in grote Europese steden, of ze reisden door naar exotischer oorden als het verre Egypte. In hun kielzog volgde een andere bevolkingsgroep voor wie in 1922 de VTB (Vlaamse Toeristen Bond) op poten werd gezet, die binnen de tien jaar 100.000 leden telde, vooral uit de middenklasse, burgers met geld en vrije tijd. Arbeiders en lagere bedienden werkten nog steeds zes dagen op zeven. Die hadden alleen de zondag vrij, want sinds 1903 was de zondagsrust verplicht. Daar speelden de spoorwegen handig op in, met extra treinen naar Blankenberge en Oostende. Voor wie de kust toch te ver was maar niet onder de kerktoren wou blijven bij zijn duiven, hanen en fanfare, was er nog altijd Hofstade Plage bij Mechelen, of het strand van Sint-Anneke in Antwerpen. In grote delen van Europa was betaalde vakantie voor arbeiders en bedienden al in de jaren 1920 ingevoerd. Na Frankrijk was België zowat het laatste land dat zes dagen betaald verlof voor de arbeider invoerde. Werkgevers én vakbonden waren er niet bepaald happig op. Ze hadden de zondagsrust en de achturendag nog niet verteerd en zagen een bijkomende week vakantie helemaal niet zitten. De achturendag had écht niet geleid tot de intellectuele of fysieke ontwikkeling van de arbeider, maar wel tot een aangewakkerde passie voor herbergbezoek, hanengevechten en duivenmelkerij, wat bij de arbeiders voor grote uitgaven zorgde én voor werkverzuim op maandag. Voeg daar de cinema's bij, de kermissen en de wielerkoersen... Nee, de sporten die de arbeider beoefende, droegen zéér weinig bij tot de verbetering van het ras. Ook de vakbonden hadden last van koudwatervrees. Vrije tijd en daarvoor nog betaald worden ook : wat een waanzinnig idee ! Het waren heus niet alleen pausen en pastoors die vonden dat ledigheid des duivels oorkussen was. De vakbonden waren trouwens bang om de controle over hun achterban buiten de werkvloer te verliezen, want wat het werkvolk deed in de vrije tijd was niet veel soeps. Afijn, door twijfel en gemor bij patronaat en syndicaat werd de zaak op de lange baan geschoven. Tot in mei 1936 Franse stakers het hele land platlegden en twaalf vrije én betaalde dagen opeisten. Eisen die ijlings werden ingewilligd. En in juni 1936 ontstond een wilde staking in de haven van Antwerpen. Aanleiding was de moord op de twee vakbondsmilitanten Pot en Grijp (géén grap), maar nog dezelfde maand werd de basis gelegd van de sociale zekerheid : hogere lonen, 40-urenweek, kindergeld, ziekteverzekering, zes dagen betaald verlof. Maar zo'n vrije week zadelde de werkman op met pleinvrees en argwaan. Op vakantie gaan was immers niet om mee te lachen, dat moest je leren. Maar al spoedig bouwde hij zandkastelen aan zee, trok op bedevaart naar Lourdes en reed met de auto naar een of andere Spaanse costa. Door de chartermaatschappijen kwamen ook vliegreizen binnen zijn bereik en ging hij op zoek naar "plaatsen waar nog niemand was geweest". Zes dagen verlof met behoud van loon, congé payé zoals de Belg het noemt, was voor veel werkmensen de eerste kennismaking met vakantie en reizen. Maar elitair toerisme bestond natuurlijk al veel langer. Het woord tourist is Engels. Het werd in het leven geroepen door rijke Britten die in de achttiende eeuw hun kinderen op een grand tour naar Europa stuurden om de wereld en het leven te ontdekken : ze bezochten niet alleen de kunststeden en -schatten van landen als Italië en Griekenland, ze leerden onder meer ook dansen en vrijen in Parijs. Ook tijdens de grote expansie van het massatoerisme stond aanvankelijk educatie op de eerste plaats, daarna het plezier. Vandaag verlaat de toerist de platgetreden paden, in zijn zoektocht naar een authentieke, unieke en betekenisvolle beleving die van hem een ander mens maken. Er zijn steeds nieuwe manieren om op vakantie te gaan, waarbij die authentieke ervaringen niet te veel hoeven te kosten. Jongeren kiezen steeds meer voor couch surfing (gratis logeren bij iemand op de sofa), zipcar (gratis autodelen) en peer to peer travel (tegen betaling logeren in iemands huis). Kampeerders doen aan urban camping op daken van flatgebouwen of aan glamping, wat staat voor glamoureus kamperen. Er ontstonden zelfs merkwaardige initiatieven zoals PANKS (afkorting van Professional Aunts, No KidS) : kinderloze vrouwen die met andermans nageslacht op vakantie gaan. En last but not least, een van de meest trendy manieren om vakantie te vieren : een staycation. Thuisblijven, net zoals bijna iedereen het 75 jaar geleden deed. Dàt is pas duurzaam en ecologisch verantwoord, want al dat reizen is een ramp voor het milieu en moordend voor de lokale cultuur. 'Congé Payé. Op vakantie vanaf de jaren 30', Jan Raymaekers, Uitgeverij Van Halewyck, 280 blz., 22,50 euro. DOOR GRIET SCHRAUWENZo'n vrije week zadelde de werkman op met pleinvrees en argwaan Bij de expansie van het massa-toerisme stond aanvankelijk educatie voorop, daarna het plezier