Het Hof van Rameyen ligt in Gestel, een piepklein dorp nabij Berlaar, op een steenworp van Lier. Hoewel Antwerpen niet vlakbij is, waren er ooit nauwe banden met de Scheldestad. Eind 14de eeuw resideerde hier de nobele Lierse familie van Immerseel die in Antwerpen hoge ambten bekleedde. Markgraaf Karel van Immerseel bouwde in 1380 een grote stenen donjon die nog steeds de kern vormt van het kasteel. Begin 16de eeuw werd het bouwwerk in renaissancestijl gemoderniseerd en kwam er in een van de torens een prachtige majolicavloer van een Antwerpse plateelbakker. Een eeuw later kocht de zoon van Rubens het waterslot aan als zomerverblijf en introduceerde er de barokstijl. Ook in volgende eeuwen werd het aangepast aan de nieuwste modetrends. Het resultaat is een riant complex met getuigenissen uit de meest diverse periodes van onze geschiedenis. Jammer genoeg is het nog te vroeg om er een kijkje te gaan nemen, omdat...

Het Hof van Rameyen ligt in Gestel, een piepklein dorp nabij Berlaar, op een steenworp van Lier. Hoewel Antwerpen niet vlakbij is, waren er ooit nauwe banden met de Scheldestad. Eind 14de eeuw resideerde hier de nobele Lierse familie van Immerseel die in Antwerpen hoge ambten bekleedde. Markgraaf Karel van Immerseel bouwde in 1380 een grote stenen donjon die nog steeds de kern vormt van het kasteel. Begin 16de eeuw werd het bouwwerk in renaissancestijl gemoderniseerd en kwam er in een van de torens een prachtige majolicavloer van een Antwerpse plateelbakker. Een eeuw later kocht de zoon van Rubens het waterslot aan als zomerverblijf en introduceerde er de barokstijl. Ook in volgende eeuwen werd het aangepast aan de nieuwste modetrends. Het resultaat is een riant complex met getuigenissen uit de meest diverse periodes van onze geschiedenis. Jammer genoeg is het nog te vroeg om er een kijkje te gaan nemen, omdat het kasteel momenteel wordt gerestaureerd. Een serieuze klus die rijkelijk wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Wat we wel kunnen bezoeken, is het oude voorhof, waar de huidige eigenaar woont. Het kasteel werd in 1995 aangekocht door de Nederlandse familie de Gruyter. De restauratie gebeurt in fasen. Eerst kwamen het koetshuis - waarin de vrouw des huizes, Claartje de Gruyter, een antiek- en decoratiezaak heeft -, de conciërgewoning en het voorhof aan de beurt. De volledige restauratie staat onder leiding van architect Rutger Steenmeijer en Axel Vervoordt neemt het grootste deel van de inrichting voor zijn rekening. Koetshuis, conciërgewoning en voorhof zijn veel landelijker van stijl dan het kasteel. Van deze bijgebouwen werden noch het interieur, noch het exterieur versierd. De architectuur is functioneel maar bekoorlijk van proporties en afwerking. Vooral het voorhof is schilderachtig. Het heeft de vorm van een kwartcirkel en biedt een uitzicht op het kasteel en de oude toegangspoort die ook dienst deed als duiventil. In dit 16de-eeuwse gebouwtje werd een klein gastenverblijf ingericht. De heraanleg van het groen, door tuinarchitect Jacques Wirtz, veranderde aanzienlijk het uitzicht van het hele voorhof, waar een parktuin werd gecreëerd. Toch bleef het landelijke karakter bewaard. In het dak verschenen geen storende Veluxramen en beneden kwamen er niet van die grote schuiframen die zoveel landelijke gebouwen verminken. Om op de zolder slaapkamers te kunnen maken werden dakkapellen toegevoegd, die geïnspireerd zijn op een bewaard voorbeeld in het dak van het kasteel. Door hun schilddak vallen ze niet eens op. De details kloppen perfect en het schrijnwerk is verfijnd. Waar het mogelijk was, werden de oude ramen hersteld. We merken veel verschillende types ramen op, en dat maakt het exterieur extra aantrekkelijk. Voor de woonkamer in de oude stal zijn de poorten vervangen door ijzeren ramen met oud glas. De charme van het artisanale vensterglas zit in de foutjes, de luchtbellen en de oneffenheden. Het glanst intenser dan nieuw glas dat het licht vlak weerspiegelt, en dat zou een oude gevel ontsieren. Bij de restauratie werden zoveel mogelijk oude bouwmaterialen benut. Ze werden deels ter plaatse gerecupereerd, deels gekocht bij afbrekers. Op het terras zien we oude plavuizen van blauwe hardsteen. Ook de dorpels van vensters en deuren zijn herbruikt. Alle materialen, zowel binnen als buiten, stralen soberheid uit. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de rode plavuizen op de vloer die her en der werden gerecupereerd. Om de verschillende formaten toch door elkaar te kunnen gebruiken, is de vloer niet met een schaakbordpatroon gelegd, maar in halfsteensverband. Je vindt de warme tinten van de vloertegels terug in de tonaliteiten van de muren die grotendeels hun originele kalkbeschildering hebben bewaard. Dat zorgt voor een buitengewoon decoratief effect. Ook de gevels werden met een laag kalk verrijkt. Dit poreuze materiaal biedt het grote voordeel dat het snel patineert en dat het de muren goed laat ademen.Het valt op dat er niet werd gesleuteld aan de indeling van het voorhof. Bijna elke kamer blijft met een deur verbonden aan het binnenplein. Hoewel het gebouw voorzien werd van alle modern comfort merk je dat nauwelijks, omdat de snufjes verstopt zitten. Bovendien is volop gebruikgemaakt van traditionele vormen van comfort, zoals de open haarden die op het hele domein werden hersteld en opnieuw in gebruik genomen. Ondanks het feit dat de voorgebouwen pas recentelijk zijn afgewerkt, zit er al wat patina op. Zo hoort het ook. Nu is het afwachten of ook de restauratie van het kasteel de hoge ouderdom van het bouwsel respecteert. Dat is moeilijker voor een rijk gebouw dan voor een arm. Tegenwoordig worden nogal wat oude landhuizen verknoeid door al te grondige restauraties. Soms is dat een gevolg van een te grote investering. Vroeger werden gebouwen zuinig opgeknapt en daardoor bleven ze authentieker bewaard. Zo'n constructie kan best wat slijtage verdragen en zelfs een heel lichte vorm van verval. Doordat hier oude en natuurlijke materialen worden gebruikt, stelt dat probleem zich wellicht niet.Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde