Achter het spoorwegemplacement van Kortrijk staat tussen een sombere gevelrij een moderne constructie geprangd: de belvedèrewoning van architect Philippe De Hullu. Ze is geen vier meter breed en toch vijf bouwlagen hoog: een ingenieus voorbeeld van invularchitectuur. "Daardoor word ik allang geboeid", vertelt De Hullu. "Ik ben dan ook in de jaren zeventig afgestudeerd, toen alles rond stadskernvernieuwing draaide en iedereen nadacht over renovaties en inbreiding."
...

Achter het spoorwegemplacement van Kortrijk staat tussen een sombere gevelrij een moderne constructie geprangd: de belvedèrewoning van architect Philippe De Hullu. Ze is geen vier meter breed en toch vijf bouwlagen hoog: een ingenieus voorbeeld van invularchitectuur. "Daardoor word ik allang geboeid", vertelt De Hullu. "Ik ben dan ook in de jaren zeventig afgestudeerd, toen alles rond stadskernvernieuwing draaide en iedereen nadacht over renovaties en inbreiding." De Hullu speurde heel Kortrijk af naar vergeten percelen waarop nooit iets werd gebouwd. "Ze zitten meestal verscholen achter grote reclameborden. Niemand wil er iets mee aanvangen. De meeste mensen vinden het onaantrekkelijke lapjes grond, niet breed of diep genoeg. Ik bewijs het tegendeel, want met spitsvondigheid zet je daar toch een aardige woning neer." De architect had de vergeten lap grond achter het station al jaren op het oog: een perceel met een merkwaardige geschiedenis. Na het bombardement van het stationsemplacement tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de huizenrij in de jaren vijftig heropgebouwd. Omdat wellicht iedereen zijn bouwperceel met een paar centimeter verbreedde, bleef er een te smalle strook over, die nooit verkocht raakte. "Toen ik de notaris naar de prijs vroeg, was hij hoogst verwonderd dat er eindelijk een koper opdook. Omdat het bedrag ondertussen zo schappelijk geworden was, sloot ik de koop onmiddellijk af. Ik dacht direct geïnteresseerden te vinden voor mijn experiment. Ik zag er meteen de mogelijkheden van in. De opvallende hoogte maakt veel bouwlagen mogelijk en de oriëntatie is schitterend, met de achtergevel pal op het zuiden gericht." Maar De Hullu oogstte nauwelijks succes: de kandidaat-bouwers werden afgeschrokken door het verwilderde perceel en de hoge zijgevels. Omdat niemand erin geloofde, besloot de architect om de woning zelf te realiseren. "Ik vertrok van het idee dat een woning van amper 3,75 meter breed niet te diep mag zijn, anders krijg je het gevoel in een gang te wonen. Daarom koos ik voor een totale diepte van 11 meter, verdeeld in twee achter elkaar geplaatste ruimtes van ongeveer vier meter diepte. Ze zijn op de verschillende verdiepingen van elkaar gescheiden, onder meer door een toilet en douchecel of boven door de trap die naar het dakniveau leidt."De woning kreeg een bijna volledig blinde voorgevel, als bescherming tegen de drukte op straat. Enkel de slaapkamer en de woonkamer en keuken, helemaal boven, hebben ramen die een uitzicht bieden op het hele emplacement - waardoor je 's avonds van een prachtig vergezicht kunt genieten. De bolle vorm van de gevel verwijst naar de erkers op de façades van de buurhuizen. De gevel heeft ook een functie: op één hoog biedt hij plaats aan de verwarmingsketel, waarvan de uitlaat net boven het dakvenster tevoorschijn komt. Hetgeen een schouw binnenin de woning overbodig maakt en weer wat extra ruimte oplevert.De ingang van de woning is vrij ongewoon: een grote carport die sober is afgewerkt met een betonnen vloer en onbepleisterde wanden. Hier zie je duidelijk dat de woning ophangt aan de gemeenschappelijke muren van de buren. Op die manier worden funderingen overbodig, waardoor de kostprijs sterk daalt en de woonruimte in de breedte niet nog meer aan ruimte moet inboeten. Op het einde van de carport staat de lift: het enige middel om boven te geraken, want er is geen trap. Er is ook geen direct contact tussen de verdiepingen, enkel via de telefoon. "Ik geef toe dat dit de communicatie een beetje kunstmatig maakt", zegt De Hullu. "Maar het biedt de bewoners wel extra onafhankelijkheid. Ik heb deze woning gebouwd met als doel er zowel woon- als kantoorruimte in onder te brengen. Hier kunnen mensen wonen zonder kinderen die in de binnenstad willen blijven - in een echte stadswoning, want dat is het - en die toch willen genieten van de voordelen van een flat." De woonvertrekken liggen trouwens helemaal boven. Op het vierde en vijfde niveau is er een duplex met eetkamer, ruime keuken, grote woonkamer en dakterras. De drie slaapvertrekken, die eventueel ook als kantoor gebruikt kunnen worden, liggen daaronder. Nu de woning gebouwd is, groeit de belangstelling voor dit project. "Wie hier komt, beseft dat de smalheid een troef is, want daardoor krijg je juist een boeiend toreneffect", merkt de bouwmeester op. Omdat niemand je boven kan zien, geeft dit concept je zowel intimiteit als een gevoel van vrijheid. Geen vanzelfsprekende combinatie.Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde