Tekst en foto's Guido Sterkendries
...

Tekst en foto's Guido SterkendriesAfgelopen zomer, het was niet voor niets komkommertijd, ontstond er in België een polemiek die internationale proporties kreeg. In het Champalle-dieren- en plantenpark in Yvoir aan de oevers van de Maas werden acht pygmeeën 'tentoongesteld'. Er werd gesproken van 'uitbuiting' en van 'te kijk staan als dieren in een dierentuin'. De BBC kwam erop af, net als de vooraanstaande Franse krant Le Monde en het internationale persagentschap Reuters. De pygmeeën zelf begrepen niet zo goed waar men zich druk over maakte, en eigenlijk waren ze kwaad omdat de hele discussie buiten hen om plaatsvond. "Ons vragen ze niet eens wat wij ervan vinden." Hén was het erom te doen om wat geld te verdienen om de kaalslag en de vervuiling die hen in hun voortbestaan bedreigen, het hoofd te bieden. De tijden veranderen. Tot honderd jaar geleden werd er nog op pygmeeën gejaagd alsof ze een zeldzame wildsoort waren. In die tijd werden ze beschouwd als een evolutiesprong tussen mensapen en mensen. Vandaag leven ze nog steeds als toen, van jacht en visvangst, in ruige, afgelegen gebieden, ver van wat men de 'beschaafde wereld' noemt.Maar als ik naar hen op zoek ga, blijkt dat vooroordelen en discriminatie niet uitsluitend westers zijn. "Bijna mensen": dat kreeg ik te horen, toen ik besloten had om met een plaatselijke Bakoko-gids zo dicht mogelijk bij de Bakola-pygmeeën te komen. Het is nog steeds schokkend om de Kinderen van het Woud of Bamiki Ba'ndura, zoals ze zichzelf noemen, als presque humain te horen omschrijven. Om de Bakola te ontmoeten, kost het me de lange onderhandelingen om vanuit Douala, de hoofdstad van Kameroen, naar Kribi in Zuid-Kameroen te kunnen reizen. Daar, diep in het maagdelijk oerwoud rond de evenaar, zou ik de Bakola vinden. Vanuit Kribi nog kilometers de jungle in, urenlang lopen door de verzengende, klamme en tropische hitte van een dreigend regenseizoen, gammele en riskante bruggetjes trotseren... Dan ontdek ik eindelijk hun hutjes, verscholen in overweldigend groen. De mannen lijken vol zelfvertrouwen en tegelijk erg op hun hoede. De vrouwen en kinderen glippen weg zodra ze mij opmerken. En dat gebeurt snel. Naast me kijken kunnen ze niet: ik ben blank en ook nog minstens een halve meter groter dan zij.In het woud bij de evenaar geldt echt the survival of the fittest. De kindersterfte bedraagt er twee op drie, en dat is vooral te wijten aan gele koorts, malaria en andere dodelijke ziketes. Elke volwassen Bakola heeft zijn leven lang zware beproevingen doorstaan: infecties, virussen, bacteriën, zweren en gezwellen bedreigen elke dag zijn of haar 'paradijselijke' bestaan. Maar het is hen niet aan te zien: ze zingen, lachen en grappen de hele tijd, behalve wanneer er gepresteerd moet worden. Als ze op jacht gaan, bijvoorbeeld. Hun dieet bestaat hoofdzakelijk uit wat ze vinden aan wortelgewassen en noten, vruchten en zaden, maar ze hebben ook dierlijke eiwitten nodig. Om daar aan te komen, gebruiken ze klemmen en vallen om bosratten te verschalken en hebben ze netten om gebieden af te bakenen en op klein wild te jagen. Groot wild doden ze met speren en lansen die aan weerszijden vervaarlijke weerhaken hebben. Hun kruisbogen zien er zeer gesofisticeerd uit en dat zijn ze ook. Ze worden vervaardigd met een onvoorstelbare precisie. De wapens zijn 1,30 meter lang en zeer trefzeker: een behendige jager lost één schot met giftige pijltjes, en de geviseerde aap tuimelt morsdood veertig meter naar beneden uit het gebladerte. Op een vroege ochtend maak ik me samen met vijf jagers klaar om nog dieper het oerwoud in te trekken. De drie honden die met ons meegaan, worden eerst op teken onderzocht. De jagers verwijderen enkele volgezogen exemplaren ter grootte van een rozijn uit de hondenvachten, en dan gaan we op weg. Gewapend met slechts drie zelfgemaakte lansen en enkele netten waan ik me eeuwen terug in de tijd. Om de haverklap stel ik vragen, maar dat gaat niet zomaar. Dat kan uitsluitend met gebaren, met handen en voeten. Niet alleen omdat ik hun taal niet spreek, maar ook omdat elk geluid dat ik voortbreng hen schijnt te storen. Zelfs als ik zwijgend doorloop, produceer ik veel meer decibels dan zij.Blootsvoets glijden ze geruisloos langs bladeren en takken zoals dieren dat doen, om hun aanwezigheid niet te verraden. Plots knijpt een van de jagers zijn brede neus dicht met beide handen en stoot schrikbarende klanken uit. Die herhaalt hij, terwijl hij om zijn as draait. Kort daarop hoor ik een gerucht, heel ver van ons vandaan, maar voor de jagers is het dicht genoeg om erachteraan te gaan. Het ritme wordt aanzienlijk verhoogd. Door het gebulder, geroep, geklop, de opgejutte honden, geschreeuw, gehuil, geritsel, is het alsof het gigantische woud openscheurt. Het tafereel doet denken aan een meute wolven die een prooi achtervolgt. De jagers vormen samen een grote omgedraaide 'V', de beste op kop.De achtervolging is ingezet; de mannen springen en rennen. In hun strijd en opwinding moet ik hetzelfde ritme aanhouden als ik levend uit dit gebied wil geraken. Als ik achterblijf, ben ik reddeloos verloren: nooit vind ik in mijn eentje de weg terug naar het dorp. Maar mijn gezellen kennen het bos zoals westerlingen zouden zeggen 'als hun broekzak'.Nooit in mijn leven heb ik zo hard gerend als tijdens die jacht in de Kameroense jungle, waar de gevaarlijkste gifslangen ter wereld zitten. De zweetdruppels die van me afspatten, zijn niet alleen het gevolg van de hitte en de inspanning, maar vooral van angst... Eén beet van zo'n beest en ik ben er geweest. Maar dat dringt gelukkig pas later goed tot me door. Voorlopig staat mijn verstand op nul, gedachten maken plaats voor instinctieve handelingen. Enkel mijn zintuigen en mijn benen werken op volle kracht. Zodra ik alle jagers angstaanjagend hoor schreeuwen en brullen, begrijp ik dat ze een prooi in het nauw hebben gedreven. In de verte, op een lichtere plek in het bos, zie ik iets schemeren. Er priemt licht door de donkere bladeren, in dat licht zie ik de waterloop die de prooi heeft gelokt. Een bosantiloop...Snel als een bliksemschicht gooit Ndelé een lans, die treft het dier pal in de hartstreek. Het kan niet meer bewegen maar is nog niet dood. Dan volgt een pijlsnelle spurt, een sprong in de rivier en met één krachtige beweging maakt Nedelé een einde aan de jachtige ademhaling van de prooi. Ademloos kijk ik toe hoe de mannen de zware bosantiloop op de oever trekken... In enkele seconden hebben ze een dier zo groot als een hert geveld, de achtervolging heeft nog geen kwartier geduurd en over enkele weken zal er geen spoor meer zijn van deze jacht. Het woud zal weer dichtgegroeid zijn. De bloedsporen van de bosantiloop worden zorgvuldig van de bosbodem gelikt door de honden. En elke hond krijgt een deel van de ingewanden, als beloning.Ter plekke hakken de jagers de buit in stukken en als dat karwei achter de rug is, worden ze opnieuw toegankelijker en vriendelijker voor de blanke toeschouwer, de buitenstaander die ik toch ben. Op de terugweg naar het dorp proberen ze zelfs een praatje met me te maken. Ze willen vooral weten hoeveel vrouwen ik heb. Met veel moeite kan ik hen duidelijk maken dat ik één vrouw heb en één zoon. Ze lachen alsof ik de nar ben van dit mannenteam. Tweemaal ik, zoals ze me noemen, heeft nog niet de helft van het aantal vrouwen die een Bakola-jager erop na houdt. Ndelé, die drie vrouwen heeft, vraagt of ik dan geen goede jager wil worden. Als ik hem uitleg dat er in onze contreien veel minder wild is dan hier, concludeert hij meteen dat er niet veel mensen kunnen leven in mijn streek. Na eindeloos ploeteren en zwoegen door waterlopen en dicht bos, horen we spelende kinderen. Zodra ze hun vader herkennen, hollen ze naar ons toe, springen dartel in het rond en betasten voortdurend de buit die ze herkennen als een bosantiloop.Rust, dat hebben we nodig, na deze onvergetelijke dag. Ook de anderen, voor wie de jacht toch een gewone bezigheid is, vinden dat ze niet alleen een nacht maar ook een dag rust verdienen. Als ik de vrouwen hoor juichen en joelen, weet ik dat hun dappere jagers straks een bijzondere blijk van appreciatie te wachten staat. Een man die zijn taak om te jagen niet uitvoert naar believen, kan het wel vergeten om zelfs met één vrouw de hut te delen. Maar vandaag wordt het gegarandeerd feest. Tot in de vroege uurtjes.'Tweemaal ik', zoals ze me noemen, heeft nog niet de helft van het aantal vrouwen die een Bakola-jager erop na houdt.