Voor de primeurs reizen vaklui natuurlijk elk jaar weer in april naar Milaan naar het Salone del Mobile. En als het even kan ook naar de meubelbeurs van Keulen, een paar maand eerder. Veel nieuwigheden vallen er voor hen dan ook niet meer te rapen, als in de herfst de Biënnale van Kortrijk wordt georganiseerd. Maar Interieur heeft dan weer het voordeel dat het zich uitsluitend op design kan concentreren, in tegenstelling tot Milaan waar ook in tonnen bladgoud en kopieën van kopieën van kopieën van oude meubelen wordt gemarchandeerd. "Als je het vanuit die hoek bekijkt", zegt men bij Interieur, "zijn we zelfs de meest toonaangevende Europese beurs." En dan is er natuurlijk ook nog het feit dat Interieur in tegenstelling tot Milaan door iedereen kan worden bezocht, en niet enkel door vaklui. Naast de eigenlijke beurs, waar dit jaar tweehonderd bedrijven hun war...

Voor de primeurs reizen vaklui natuurlijk elk jaar weer in april naar Milaan naar het Salone del Mobile. En als het even kan ook naar de meubelbeurs van Keulen, een paar maand eerder. Veel nieuwigheden vallen er voor hen dan ook niet meer te rapen, als in de herfst de Biënnale van Kortrijk wordt georganiseerd. Maar Interieur heeft dan weer het voordeel dat het zich uitsluitend op design kan concentreren, in tegenstelling tot Milaan waar ook in tonnen bladgoud en kopieën van kopieën van kopieën van oude meubelen wordt gemarchandeerd. "Als je het vanuit die hoek bekijkt", zegt men bij Interieur, "zijn we zelfs de meest toonaangevende Europese beurs." En dan is er natuurlijk ook nog het feit dat Interieur in tegenstelling tot Milaan door iedereen kan worden bezocht, en niet enkel door vaklui. Naast de eigenlijke beurs, waar dit jaar tweehonderd bedrijven hun waren etaleren, wordt een bijkomend programma met tentoonstellingen en lezingen zonder commercieel oogmerk georganiseerd. In Milaan bijvoorbeeld is dat programma heel wat minder sterk geprofileerd. Dit jaar is licht het centraal thema van Interieur. Er komt een tentoonstelling die terugblikt op de evolutie van de verlichting sinds Thomas Alva Edison in 1879 de elektrische gloeilamp introduceerde. Het boek rond Licht en Design, geschreven door een internationale schare experten, heeft wetenschappelijke pretenties. Op 17 oktober wordt de misschien wel meest beroemde lichtontwerper van het moment, Ingo Maurer (zie interview blz. 100), verwacht voor een lezing. Op de zonet genoemde tentoonstelling zal hij als extraatje ook de serie MaMoNouchies voorstellen, papierlampen, die hij volgens een uniek procédé in samenwerking met Dagmar Mombach wist te ontwikkelen, en die hij eerder ook al op de Milanese beurs presenteerde. De Franse architect Dominique Perrault, die de wereld met verstomming sloeg toen hij in plaats van een lichtwerende doos een glazen kooi als nieuw onderkomen voor de bibliotheek van Parijs creëerde, spreekt op 22 oktober over het thema Licht, glas en architectuur. Maar uiteraard beperkt het programma zich ook dit keer niet tot dat ene centrale thema. Zo is er ook de eregast van deze zestiende editie, Rolf Fehlbaum (zie interview blz. 76). Hij gaat er prat op nog nooit een meubel te hebben getekend, maar kreeg onlangs nog in Duitsland een grote designprijs voor de manier waarop hij het meubelbedrijf Vitra weet te leiden. Op vrijdag 16 oktober, de openingsdag van Interieur, die in principe enkel voor vaklui is bestemd, treedt Fehlbaum in debat met een aantal designers: Antonio Citterio, Ron Arad, Maarten Van Severen en Sebastian Bergne. En voorts wordt op een tentoonstelling zijn leven en werk uitgelicht. Op 24 oktober komt dan weer een nog heel wat beroemdere bedrijfsleider uit de designwereld een lezing geven: Alberto Alessi, momenteel ook druk werkende aan een eigen museum. En op en rond de Rambla, de centrale boulevard van de beurs, kan men nog terecht in een tiental andere tentoonstellingen: rond Design uit Catalonië en werk van studenten van Limburgse en Kortrijkse Hogescholen, de resultaten van de internationale ideeënwedstrijd Design for Europe, en Maarten Van Severen, wiens carrière dit jaar met de Tweejaarlijkse Prijs voor Vormgeving van de Vlaamse Gemeenschap werd bekroond. Een Street of Young Designers toont werk van "opkomend talent" waarvan de meesten nu al tot de klassiekers behoren: Konstantin Grcic, Häberli & Marchand, Sebastian Bergne, Christophe Pillet, Droog Design, Dutch Individuals en Tom Dixon. En last but not least is er de tentoonstelling rond de eerste editie van Laudatio (zie blz. 202), een wedstrijd die op initiatief van het meubelbedrijf Leolux en de weekbladen Weekend Knack en Elsevier georganiseerd wordt. Studenten interieurarchitectuur en productontwikkeling uit Vlaanderen en Nederland kregen de kans een relaxfauteil te ontwerpen. Van de 48 inzendingen werden er drie bekroond, en twee door de firma Leolux tot prototypes uitgewerkt. Die worden nu met een selectie van de maquettes van de andere inzendingen getoond. Conclusie van de Laudatio-jury: er schort ook wat met het onderwijs. Inderdaad: Belgische ontwerpers moeten - op de Van Severens na - haast met een loep worden gezocht op Interieur. Een feit dat in schril contrast staat met de publieke interesse: in 1996 lag het aantal bezoekers zeven percent hoger dan twee jaar eerder: 123.000. En alles lijkt erop te wijzen dat die opgaande lijn zich dit jaar alleen maar zal verder zetten.Interieur, van 16 tot 25 oktober, in de Hallen van Kortrijk. Info: Tel. (056) 22.95.22.Max Borka