Merkwaardig hoe dertigers zich op dit moment publiekelijk vragen beginnen te stellen over de omgang tussen mannen en vrouwen. Precies op het moment dat een niet gering aantal vrouwen schouderophalend die hele kwestie opzij heeft geschoven. Het bewuste televisieprogramma blijkt niet veel meer te zijn dan wat slordig rommelen in de clichédoos. Ginnegappende jongens onder elkaar die zich even hebben losgerukt van de toog, maar gewoon doorzwetsen over dé vrouwen. Jongens die zowaar hun tong durven uit te steken naar de vrouwen. Want geef toe, wat is er leuker? Ze bedienen zich daarvoor van typetjes. Het jongetje Bob Peeters, de nurk Herman Brusselmans, die zo graag doorgaat voor de vrouwenman, want hij is toch de superbeffer...

De secondanten worden aangepord om alles te zeggen wat Bart en Tom zelf niet zo onmiddellijk kunnen te berde brengen. Want het zijn toch zo'n lieve jongens, begrijp je? "Teddyberen" noemde een columniste hen. Maar kwaliteitsberen zijn het niet, want hun ogen vallen uit hun kop en er zitten overal van die gemene valse haakjes aan.

Woestijnvis is de jongensclub bij uitstek. Vrouwen die hen niet leuk vinden, hebben uiteraard geen humor. En welke vrouw durft voor anderhalf miljoen kijkers daartegen in te gaan? Je moet al van het kaliber van Miet Smet zijn om die Rebellenclub van repliek te dienen.

Een paar decennia hebben vrouwen geprobeerd het raadsel man te ontwarren. Ze hebben vooral getracht om gelijkenissen te zoeken of te kweken. Van Cosmopolitan tot Opzij, er zijn nogal wat bladen over vol geschreven. Vrouwen hebben al die bestsellers uit de States over wezens die van Venus of van Mars kwamen, over Vrouwen die te veel liefhebben en over het Peter Pan-complex kapotgelezen. Veel energie ging op aan eindeloze gesprekken met mannen over de relatie en met vriendinnen over mannen.

Als ik het zo rond mij bekijk, zie ik meer en meer vrouwen de schouders ophalen over de onpeilbare gedragspatronen die mannen plegen te vertonen. Het verschil is er altijd geweest en zal altijd blijven. We leggen er ons met steeds meer plezier bij neer. Ja, u mag dat letterlijk nemen.

Vrouwen doen weer heel bewust hun voordeel met de aangename kanten van de omgang met het andere geslacht. Bij tijd en wijle willen we helemáál niet meer gelijk zijn. Dat wekt dan weer verwarring bij een bepaalde generatie mannen die zich helemaal op die strijdbare vrouwen had ingesteld.

Meer nog: vrouwen kruipen opnieuw meer bij elkaar dan vroeger. Net als op ouderwetse Vlaamse trouwfeesten: de vrouwen aan de ene kant, de mannen aan de andere. En wat je dan hoort, is de vrouwelijke versie van de toogklap. In kranten verschijnen plots bijzonder openhartige vrouwencolumns over seks, mannelijke late vijftigers en jonge zestigers lezen die met rode oortjes. Dat jonge grut durft het aan hén te reduceren tot lustobject. Ze genieten ervan, als ze dat al openlijk durven toe te geven.

Ach, in het echte leven doen mannen met vrouwen - en vrouwen met mannen - net zoals in het spelletje van Woestijnvis: ze raden een beetje naar de mogelijke reacties en stellen daar hun strategieën op af. Als je aldoor fout zit en alleen afgaat op je eigen gevoeligheden, kun je wel eens in de afgrond belanden, dat is zeker.

Als het de vrede en een gelijkmatig gevoel van tevredenheid kan bevorderen, laten we dan maar ophouden met al dat gepier en gezeur. Fasten seat belts, geen illusies meer, het blijft een rit met hindernissen. Als Mannen op de rand ergens nuttig voor is, dan is het om de laatste hoop weg te nemen dat mannen en vrouwen elkaar echt zouden kunnen begrijpen.

De behoefte om te doorgronden en tot op de bodem te peilen, te weten hoe de ander precies in elkaar zit, heeft allicht meer te maken met de onzekerheid die het ongeleide projectiel, dat een partner vaak is, kan veroorzaken.

TESSA VERMEIREN