Wie herinnert zich de eerste keer dat hij het woord 'oorlog' hoorde vallen ? Ik weet nog precies waar ik zat : onder tafel in de woonkamer, prutsend met het soort rommel dat gemeenzaam speelgoed wordt genoemd. Boven mijn hoofden werden serieuze gesprekken gevoerd door volwassenen, van wie ik - vanuit mijn kikvorsperspectief - alleen de slecht gepoetste schoenen zag. Opeens viel dat woord. Door de holle stem van nonkel Charel klonk het extra sinister : " Oorloge." Instinctief voelde ik aan dat daar niet veel goeds kon van worden verwacht. Toen de vaat gedaan was en de stank van nonkels goedkope sigaar zich allang in de kussens en gordijnen had gevreten, vroeg ik mijn vader om uitleg. Daar werd ik sprakeloos van. Met de mond vol melktanden zag ik de eerste grote scheur ontstaan in mijn wereldbeeld van warme dekentjes.
...

Wie herinnert zich de eerste keer dat hij het woord 'oorlog' hoorde vallen ? Ik weet nog precies waar ik zat : onder tafel in de woonkamer, prutsend met het soort rommel dat gemeenzaam speelgoed wordt genoemd. Boven mijn hoofden werden serieuze gesprekken gevoerd door volwassenen, van wie ik - vanuit mijn kikvorsperspectief - alleen de slecht gepoetste schoenen zag. Opeens viel dat woord. Door de holle stem van nonkel Charel klonk het extra sinister : " Oorloge." Instinctief voelde ik aan dat daar niet veel goeds kon van worden verwacht. Toen de vaat gedaan was en de stank van nonkels goedkope sigaar zich allang in de kussens en gordijnen had gevreten, vroeg ik mijn vader om uitleg. Daar werd ik sprakeloos van. Met de mond vol melktanden zag ik de eerste grote scheur ontstaan in mijn wereldbeeld van warme dekentjes. Mijn vader moet net iets te veel zijn opgegaan in zijn beschrijving van de stuka's die hij zelf nog had zien neersuizen. Van de daaropvolgende weken herinner ik mij immers vooral de angst. Doodsangst die me telkens opnieuw onder tafel joeg als ik hoog in de lucht het geronk van een vliegtuig opving. Belachelijk, zo weet ik nu. Het povere startbaantje twee gemeentes verderop was amper lang genoeg voor eenmotorige Cessna's, bemand door brave heertjes met een vliegvergunning. Niks Sturzkampf Flugzeug. Het begrip 'oorlog' verdween weer uit het centrum van mijn belangstelling, ten voordele van knikkers, bikkels en felgekleurde tollen met koperen punaises in hun kop. Het trok zich terug in de schuilkelders van mijn onbewuste. Af en toe dook het weer op, bij voorkeur in mijn nachtmerries, en roerde dreigend zijn zwartgeblakerde staart. Dromen over oorlog : de onbeschrijfelijke opluchting als je daaruit ontwaakt. Veel enger nog is dromen over dromen over oorlog. Bevangen door paniek probeer je dan een tweede keer te ontwaken, en de oorlog achter te laten in de catacomben van je slaap. Dat lukte gelukkig meestal. Als tiener kwam de oorlog terug in mijn leven toen ik figureerde in een film die mijn vader draaide met zijn super-8-camera. Wel aardig, zo'n vader met andere liefhebberijen dan motorcross en voetbalsport. Alsof het gisteren was, herinner ik me de scène waarin ik stervend op de grond lag, mijn rechterarm bedolven onder stenen, glasscherven en verbrand rubber. Bloed sijpelde van mijn pols terwijl mijn vader inzoomde op de vuist die ik als een volleerd acteur heel langzaam moest ballen van onder het geïmproviseerde puin. Een symbolische voorstelling van de wraak van zoveel onschuldig vermoorden. Mijn vader regisseerde de film, zocht er passende muziek bij en monteerde alles tot een griezelige aanklacht tegen de oorlog. Ik denk niet dat buiten onze familiekring iemand die ooit heeft gezien. Toen waren daar opeens de grote betogingen tegen raketten. Hoewel mijn vader erg ziek was toen, ging hij er volop in op. Bevreemdend was het te zien hoe jonge vredesactivisten mijn grijze vader kwamen opzoeken in zijn atelier, alsof hij hun spirituele leermeester was. Hij verzamelde zijn krachten en maakte een schilderij dat werd meegedragen tijdens de mars. Het stelde een groenbeschimmeld doodshoofd voor, vastgekluisterd aan een anker in ijzige grond. Een voorafspiegeling van de nucleaire winter. Kort daarop stierf hij. Drie jaar later viel de muur. Even was ik zo naïef te denken dat 'oorlog' samen met mijn vader was begraven. In mijn jeugdige overmoed vond ik het zelfs bizar dat hij daar zo intens mee bezig was geweest, terwijl iedereen toch zag dat we afstevenden op een wereld vol vrede en vrijheid en hamburgers voor iedereen. Hoe graag zou ik hem niet verteld hebben dat het ijzeren gordijn was opgedoekt. Dat de raketten nu bliksemsnel ontmanteld werden. Dat de mensen hun lesje eindelijk hadden geleerd. Gelukkig kreeg ik in het hiernamaals de bezettoon te horen, want mijn vader zou zich nodeloos hebben verheugd. Bij het uitbreken van de Golfoorlog, luttele jaren later, was de stemming alweer totaal omgeslagen en apocalyptischer dan ooit. Ik volgde die ochtend het vak Strafprocesrecht, gedoceerd door een prof die al rechtspraak doorploegde in tijden waarin ikzelf nog vloeibaar was. Hoe kon hij, vroeg ik me af, zo koel de procedureregels voor de raadkamer afratelen terwijl buiten inktzwarte oorlog aan de ramen kleefde ? Achteraf bleek de oude man gelijk te hebben met zijn onverstoorbaarheid, want ook die oorlog waaide voorbij alsof hij maar een boze droom was geweest. Al vlug sprak niemand er nog over. Nu zal het wel weer zo aflopen, denk je, al besef je dat de wereld meer versplinterd is dan ooit. Je wandelt mee in een betoging en voelt je opgetogen over het verzet van Frankrijk en Turkije, en voor een keertje van je eigen kikkerland. Intussen hoor je hoe de oorlogsmechaniek onverstoorbaar verder ratelt. Paultje, ze gaan weer vechten, flitst het door je hoofd. Puik boekje was dat van Gie Laenen. Met een beetje geluk zal het jouw tijd nog wel duren. Jean-Paul Mulders