Als kunsthistoricus ben ik best wel jaloers op onze noorderburen, omdat ze in de geschiedschrijving van de twintigste-eeuwse kunst nadrukkelijker aanwezig zijn dan wij. Terwijl wij in de rode modder ploeterden tijdens de Eerste Wereldoorlog, schaarden in 1917 enkele Nederlandse kunstenaars, onder wie Theo van Doesburg en Piet Mondriaan zich achter een avant-gardeproject, het tijdschrift De Stijl (p. 56). Dat blad en de gelijknamige stroming voor de moderne architectuur en design waren bijzonder baanbrekend, en evenaarden of overstegen zelfs het belang van de alom geroemde Duitse ...

Als kunsthistoricus ben ik best wel jaloers op onze noorderburen, omdat ze in de geschiedschrijving van de twintigste-eeuwse kunst nadrukkelijker aanwezig zijn dan wij. Terwijl wij in de rode modder ploeterden tijdens de Eerste Wereldoorlog, schaarden in 1917 enkele Nederlandse kunstenaars, onder wie Theo van Doesburg en Piet Mondriaan zich achter een avant-gardeproject, het tijdschrift De Stijl (p. 56). Dat blad en de gelijknamige stroming voor de moderne architectuur en design waren bijzonder baanbrekend, en evenaarden of overstegen zelfs het belang van de alom geroemde Duitse kunstschool van het Bauhaus. Kunstenaars en ontwerpers van het niveau van Doesburg, Mondriaan of Rietveld hadden wij niet. Dat weerspiegelt zich zelfs in de prijzen voor hun werken, die een indicatie zijn voor de internationale belangstelling. Zo zijn de meubelen van bijvoorbeeld Horta of Van De Velde maar een fractie waard van het belangrijke en vroege Rietveldmeubilair. Niemand zit aan de andere kant van de wereld te wachten op iets van Horta, maar overal willen musea wel een rood-blauwe stoel van Rietveld in de collectie, of een werk van Mondriaan. Wij hebben in ons land trouwens amper iets van De Stijl in officiële collecties. Ook jammer. Dit jaar viert Nederland honderd jaar De Stijl en kun je overal monumenten en collecties ontdekken, een reden voor een mooie rondreis. Boven de Moerdijk had je vorige eeuw echt een heel ander modernisme dan in België, hier ging alle aandacht in de kunst naar het expressionisme en amper naar de abstracte kunst en vormgeving. Hoe komt het dat De Stijl in Nederland wortel kon schieten en niet bij ons? Een interessante vraag waar ik graag met Nederlanders over praat. Volgens sommige Nederlandse vrienden heeft dat simpelweg te maken met het geloof. Het geloof? Jazeker, De Stijl wortelt in het calvinisme, dat komaf wilde maken met de overdadige versieringen van de negentiende eeuw. Wij waren toch altijd barokker en meer bezig met versiering. Dat kan kloppen. Het laveren tussen soberheid en opulentie loopt trouwens als een rode draad door de evolutie van de architectuur en het design. Terwijl we nu De Stijl bewonderen in Nederland laten de huidige decortrends ons behoorlijk wat versiering, ronde en zelfs asymmetrische vormen zien, laat Iris De Feijter weten, die voor ons de tendensen spotte op de Salone del Mobile in Milaan (p. 33). Zelfs zware gordijnen, en tafels en spiegels met grillige vormen zijn in. Waarom niet? Terwijl we de abstractie adoreren, omarmen we ook een vleugje surrealisme. Die verscheidenheid is trouwens helemaal de interieurtrend van vandaag, en daar horen ook barokke horeca-interieurs van de familie Costes bij, die we in dit nummer (p. 50) een bezoekje brengen. piet.swimberghe@knack.be PIET SWIMBERGHENiemand zit aan de andere kant van de wereld te wachten op iets van Horta, maar overal willen musea wel een rood-blauwe stoel van Rietveld in de collectie