Met een onderwerp als schoonheid, kom je als vanzelf bij vrouwen terecht. Voor mannen worden geen schoonheidwedstrijden georganiseerd, en als er al iets dergelijks bestaat, gaat het om spierbundels en -ballen. Nooit om het hoofd dat erop staat. Ook als de wetenschap zich over schoonheid of aantrekkelijkheid buigt, gaat het om die van vrouwen. Mannen zijn visueler ingesteld dan vrouwen, en omdat de meeste wetenschappers nog steeds van het mannelijk geslacht zijn, is het ook niet verwonderlijk dat onderzoeken hun voorkeuren betreffen. Volgens de biologie worden mannen van nature vooral aangetrokken tot jeugdige vrouwen in volle vruchtbaarheid, door signalen die wijzen op actieve vrouwelijke hormonen : slanke taille, klein neusje, volle lippen en smal kinnetje.
...

Met een onderwerp als schoonheid, kom je als vanzelf bij vrouwen terecht. Voor mannen worden geen schoonheidwedstrijden georganiseerd, en als er al iets dergelijks bestaat, gaat het om spierbundels en -ballen. Nooit om het hoofd dat erop staat. Ook als de wetenschap zich over schoonheid of aantrekkelijkheid buigt, gaat het om die van vrouwen. Mannen zijn visueler ingesteld dan vrouwen, en omdat de meeste wetenschappers nog steeds van het mannelijk geslacht zijn, is het ook niet verwonderlijk dat onderzoeken hun voorkeuren betreffen. Volgens de biologie worden mannen van nature vooral aangetrokken tot jeugdige vrouwen in volle vruchtbaarheid, door signalen die wijzen op actieve vrouwelijke hormonen : slanke taille, klein neusje, volle lippen en smal kinnetje. Maar als het voor een vrouw minder belang heeft of een man mooi is, wat maakt hem dan in haar ogen aantrekkelijk en sexy ? Rijkdom en macht tellen zeker, want waarom hebben de rijken en machtigen der aarde anders de mooiste vrouwen aan hun arm ? Maar wat is biologisch gezien de aantrekkingskracht van een man die niet rijk of machtig is ? Een stevige kinnebak als monument van testosteron ? Gespierde armen om een prooi (lees : de boodschappentas) naar huis te zeulen ? Mannetjes zijn biologisch altijd paraat om tot een bevruchtingspoging over te gaan. Wijfjes zijn subtieler, moeilijker, in de natuur althans. Een pinguïnvrouwtje valt niet zomaar voor de eerste de beste die haar pad kruist en met haar wil paren. Ze kiest een mannetje dat potig genoeg is om bij een temperatuur van -70C wekenlang haar ei te bebroeden, terwijl zij er enkele maanden tussenuit gaat. Ook de Aziatische vrouwtjesvogel Gallus gallus is kieskeurig. De mannetjes van de soort pronken met helle kuiven en veren, maar als die zijn aangetast door parasieten, verliezen ze glans en kleur. En dan laten de wijfjes hen links liggen. Zo hebben alle beesten wat, al zijn ze zich niet bewust van hun gedrag. Blijkt dat ook wij, mensenwijfjes, ongekende regels hanteren. Vorsers verrichtten allerlei vreemde onderzoeken, met dito resultaten. Zes jaar geleden begon de Amerikaanse bioloog Randy Thornhill met het opmeten van de vleugels van de Japanse schorpioenkever, en hij ontdekte dat de wijfjes mannetjes verkiezen met perfect symmetrische vleugels. Zelfs als die mannetjes verstopt zitten, gaan wijfjes naar hen op zoek, omdat ze veel lekkerder ruiken dan asymmetrische. Met deze vaststelling in het achterhoofd, verplaatste Thornhill zijn aandacht naar de menselijke soort. Hij liet de orgasmes, ontrouw en andere perikelen van zijn proefkonijnen ongemoeid, en onderzocht de mannelijke bilaterale symmetrie : de mate waarin de linker- en rechterlichaamshelft aan elkaar gelijk zijn. Bij honderden jongemannen nam hij zeven maten : de breedte van voeten en enkels, van handen, polsen en ellebogen, en de breedte en lengte van oren. Daarna moesten de opgemeten studenten een vragenlijst invullen, samengesteld door psycholoog Steven Gangestad, en gaande van hun temperament tot hun seksuele gebruiken. Met die maten en de ingevulde vragenlijsten gingen bioloog en psycholoog op zoek naar mogelijke verbanden tussen (verborgen) uiterlijk en gedrag, en ze werden niet teleurgesteld. De meest symmetrische mannen hadden drie tot vier jaar eerder hun eerste seksuele contact, vergeleken met hun minder begenadigde kompanen. En ze hadden ook meer sekspartners. Toen Thornhill en Gangestad aankondigden te geloven dat vrouwen zich eerder seksueel aangetrokken voelen tot symmetrische mannen en dat mannen dat kenmerk uitbuiten, werden ze onthaald op hoongelach. Vorig jaar onderzochten ze koppels, en wat bleek ? Dubbel zoveel vrouwen van symmetrische mannen hadden, in vergelijking met die van asymmetrische, een orgasme tijdens de coïtus, wat betekent dat sperma makkelijker wordt opgenomen in de baarmoeder, en dus een grotere kans geeft op bevruchting. Plus : ze ontdekten dat symmetrische mannen minder aandacht besteden aan hun partners en meer geneigd zijn tot ontrouw. Het is moeilijk om je voor te stellen dat wij het verschil zouden merken tussen iemands ellebogen, noch dat ons liefdesleven afhangt van oorlellen of enkels. Zegt bioloog Thornhill : ?We bekijken elkaar, en onze radars pikken de signalen op. Geen mens weet hoe we die signalen vertalen, maar het is zeer waarschijnlijk dat mannen met symmetrische ellebogen ook over andere troeven beschikken.? Opnieuw wantrouwen en hoongelach. Alweer kreeg hij gelijk. Andere onderzoekers analyseerden de dagboeken van 100 studenten. Ze ontdekten dat de meest asymmetrische ook de meeste lichamelijke klachten hadden, gaande van slapeloosheid tot een verstopte neus, en dat ze vaker kwaad en jaloers waren. Geef die asymmetrische jongens eens ongelijk, gezien de onrechtvaardigheid van moeder natuur. Net zoals je de activisten van het Pinocchio-complot ook geen ongelijk kunt geven : lelijke mensen vechten tegen het onrecht dat hen wordt aangedaan. Wij zijn toch méér dan pakketjes DNA, bezeten door het doorgeven van onze genen ? Zoveel van onze passies zijn overbodig om te overleven : muziek, kunst, postzegels verzamelen... Schoonheid of symmetrie zijn toch niet het enige dat telt ? Ondanks onvolkomenheden slagen de meesten erin een partner aan te trekken om zich voort te planten, en toch blijven onze biologische voorkeuren voortleven. Onze instincten zijn overblijfselen uit het Stenen Tijdperk. Toen hadden ze zeker hun nut, maar vandaag spelen ze ons nog steeds parten, terwijl we toch beter zouden moet weten : onze instincten zijn een vreemde, anachronistische alchemie die ons sociaal leven verziekt en verstoort. Griet Schrauwen Illustratie : Sandra Schrevens