Bidden, kaarsen branden, zwarte kleren dragen bij de dood van een geliefd persoon : die gebruiken behoren voor het gros van de bevolking tot het verleden. Carla Rosseels schreef een boek over hoe mensen van vroeger en van vandaag rouwen, vieren en feesten.
...

Bidden, kaarsen branden, zwarte kleren dragen bij de dood van een geliefd persoon : die gebruiken behoren voor het gros van de bevolking tot het verleden. Carla Rosseels schreef een boek over hoe mensen van vroeger en van vandaag rouwen, vieren en feesten. GRIET SCHRAUWENFOTO'S : BENNY DEGROVE EN LIEVE BLANCQUAERT Carla Rosseels (29) is free-lance journaliste en werkt onder andere mee aan de "De kleren van de Keizer" op Radio 1. Vanwaar die belangstelling voor rituelen, een onderwerp waarover maar weinig informatie te vinden is. Carla Rosseels : Het overviel me. Het eerste zetje kreeg ik toen iemand me een maankalender cadeau deed. Wat moest ik daarmee ? Mij bezighouden met de cyclus van de maan ? Nee toch ? Ik woon in de stad, ver van de natuur, ik zàg de maan niet eens. Een vriendin vertelde me dat de maancyclus gelijk liep met de menstruatiecyclus. Dat maakte het zo mogelijk nog erger : als jonge feministe wilde ik niet afhankelijk zijn van zoiets archaïsch als maandstonden. Ik slikte al tien jaar de pil, soms wel drie strips na elkaar, zonder tussenpauze. Een paar maanden later nam mijn vriend mij mee om te kamperen in een primair verbouwde berghut. We lieten de auto achter in het dorp en klommen een half uur de berg op. Boven was het prachtig, maar hoe zou ik er in godsnaam overleven ? Er was geen elektriciteit, geen stromend water of ander westers komfort. We haalden water uit een bron, maakten vuur voor licht en warmte. Ik geraakte verrukt over het water, de bergen, het groen en de frisse lucht, en ik werd gekonfronteerd met regen, onweer en storm : krachten waarmee je in de stad nooit echt in kontakt komt. Ik geraakte gefascineerd door de natuur, en kwam opnieuw in kontakt met het essentiële. Als je je auto in het dal laat staan, moét je wel beslissen wat je mee naar boven zeult en wat niet. Met andere woorden : wat heb je echt nodig om te overleven en wat is overbodig ? Zonder me ervan bewust te zijn, begon ik daar in de bergen zelf met allerlei rituelen. Wij hoeven niet dagelijks water uit een bron te putten, maar wij hebben andere gewoonten als tanden poesten, een aperitiefje drinken voor het eten, kinderen in bed stoppen. Wat is het verschil tussen gewoonten en rituelen ? Rosseels : Over dat soort gewoonten wilde ik het niet hebben. Ook niet over de steeds terugkerende rituelen als de wekelijkse eucharistieviering, omdat ik godsdienst wilde uitschakelen. Ik beschouw als ritueel een set van handelingen en symbolen die mensen bewust creëren om stil te staan bij gebeurtenissen in hun leven. Gebeurtenissen die iedereen ervaart, of je nu een Vlaming bent, een Hottentot of een eskimo. Bijvoorbeeld de jaarcyclus, de kringloop van de aarde rond de zon. In elk mensenleven doen zich dezelfde fazen voor : alle baby's worden geboren, groeien op van kind tot man of vrouw, kiezen vroeg of laat een partner, en alle mensen sterven. Een groot deel van je boek is gewijd aan rituelen rond de dood. Rosseels : Met dat hoofdstuk ben ik begonnen omdat daar het gebrek aan rituelen het meest voelbaar is, terwijl de behoefte eraan groeit. De dood is een van de grootste momenten van het leven, en sterven is de moeilijkste overgang die we ooit moeten maken. Op dat ogenblik moeten we àlles loslaten. Elke overgang naar een volgende levensfaze is een beetje sterven : je laat je kleutertijd los, je vrijgezellenleven, je neemt afscheid van je vruchtbaarheid of je werkkring. Telkens verlies je iets, maar je wint er ook iets bij. Een kleuter die kind wordt, leert lezen en schrijven. Wie trouwt, zegt de vrijheid vaarwel maar vindt geborgenheid bij een partner. Wie met pensioen gaat, krijgt eindelijk tijd voor zichzelf. Het moeilijke met de dood is dat we niet weten welke nieuwigheden ons daarna te wachten staan. Dat is toch iets van alle tijden en alle beschavingen ? Rosseels : Inderdaad, maar wij zijn van de dood vervreemd. Vroeger stierven de meesten thuis en werden ook thuis opgebaard. Sinds de jaren '60 sterven veruit de meeste mensen in het ziekenhuis, uit het zicht van de levenden. Wie weet nog hoe je een dode moet afleggen ? Alleen professionelen als verplegend personeel en begrafenisondernemers. Door de kloof tussen levenden en doden gaat het er gevoelsarm en onpersoonlijk aan toe, de dood werd zelfs taboe en onbespreekbaar. Veel rituelen vielen weg en er is minder plaats voor verdriet. De zwarte kleren van de rouwperiode worden niet meer gedragen, het gewone leven moet zo snel mogelijk hervat worden. Maar de dood valt niet weg te stoppen. Als je het toch probeert, vestigt het verdriet zich in je lijf, meer en meer mensen komen met hun onverwerkt verdriet terecht bij psychoterapeuten en psychiaters. Een zwaar verlies kan niet zonder verdriet en tranen. Na het overlijden van een geliefd persoon heb je een plechtigheid nodig, een ceremonie die het afscheid vormgeeft. Het valt op dat er bij jongere mensen, vooral aidspatiënten, nieuwe vormen ontstaan van doodskultuur. Rosseels : Bij een vooraf aangekondigde dood krijgen zieken en naastbestaanden de tijd om zich voor te bereiden op het afscheid. Vaak nemen zij zelf de zaak in handen : ze stellen de uitvaartdienst samen, kiezen muziek en teksten. Na een standaarduitvaart kunnen mensen dubbel verdrietig zijn omdat de plechtigheid weinig inhoud heeft en voorbij is zonder dat ze het beseffen. Een goed ritueel is troostend, en het helpt om de situatie te aanvaarden. Rituelen en ceremonieën geven nieuwe hechtingspunten, ze stabilizeren, bieden geborgenheid en brengen rust. Heeft de teleurgang van rituelen niet alles te maken met de leegloop van de kerken ? Godsdienst, de oude leverancier van rituelen, deemstert weg en zekerheden verdwijnen. Rosseels : Er is inderdaad een groeiende groep ongelovigen die behoefte heeft aan rituelen, maar ook andere evoluties spelen een rol. De individualizering van de samenleving en de almacht van de medische wereld, bijvoorbeeld. Daardoor doen oude gebruiken en tradities het nog nauwelijks in onze moderne, westerse samenleving. Vroedvrouwen die thuisbevallingen doen, vertelden me hoe aanstaande moeders zich voorbereiden op de geboorte : ze branden kaarsen of wierookstokjes, ze omgeven zich met mooie voorwerpen en zachte muziek. Vandaag bevallen slechts een of twee vrouwen op honderd thuis, 98 procent verkiest de veiligheid van een ziekenhuis. Daar is geen aandacht voor dergelijke attenties. Voor hoeveel mensen heeft een doopfeest nog echt betekenis ? En een trouwfeest ? Feesten voegen toch iets toe aan je leven, het zijn lichtpunten en momenten van bezinning. Zonder rituelen gaat het leven aan ons voorbij. Ze geven ons de kans om bij een gebeurtenis stil te staan of om met een overgang om te gaan. Rituelen zijn niet zozeer bedoeld om ons aan het denken te zetten, maar om ons een overgang te laten voélen. In het antropologische jargon heten ze rites de passage Alle volkeren hebben ze, en ze zijn zeer belangrijk in elke kultuur. De overgangen, de veranderingen die in ieder mensenleven voorkomen, spelen zich grotendeels binnenin af, en zijn ook niet altijd verbaal uit te drukken. Een ritueel is een manier om die verandering te uiten en zichtbaar te maken. De uitdrukking van die verandering die helpt om ze tot stand te brengen. Wie symbolisch afscheid neemt van zijn kindertijd, weet dat hij niet meer terug kan. Na zo'n ritueel sta je ook anders in de maatschappij : iedereen kent je nieuwe status en je wordt door je omgeving geaccepteerd in het volgende levensstadium, ook door jezelf. Het is een manier om je innerlijk leven te delen met de gemeenschap. Rites de passages zijn vaak primitief, wreed en vreemd. Rosseels : Wij beschouwen de rituelen van traditionele volkeren als primitief en vreemd, maar kijk naar het opgewonden gedrag van makelaars op de beurs, dan kan je je toch moeilijk iets primitievers voorstellen dan de verheerlijking van het grote geld in het Westen. Al onze westerse maatschappelijke systemen van liberalisme tot marxisme zijn bedacht vanuit een ekonomisch standpunt. Veruit de meeste van onze feesten en feestdagen staan in funktie daarvan. Zelfs de meifeesten, waarbij in onze streken de vruchtbaarheid gevierd werd, kregen in 1889 een ekonomische invulling : 1 mei werd het Feest van de Arbeid. Onze voorouders stonden veel dichter bij de natuur dan wij en leefden intens mee met de seizoenen. Ze hadden zaai- en oogstfeesten, vierden de zonnewende op Sint-Jan en het herfstfeest op Sint-Michael. Wie weet nog hoe de datum van Pasen wordt bepaald ? Dat Pasen altijd valt op de zondag na de eerste volle maan van de lente ? Pasen, dat zijn paaseieren. Eerste en plechtige kommunie doen denken aan kroketten en gebraad. Een huwelijk aan geschenken en huwelijksreis. Kerstmis aan kalkoen en wijn. Rosseels : Onze feesten zijn inderdaad verworden tot kopen en konsumeren, terwijl de ware betekenis ervan verloren ging. Velen ergeren zich aan dat commerciële, aan feesten die saai en voorspelbaar zijn. Ze gaan rond Kerstmis het land uit, jonge mensen gaan ongemerkt samenwonen. De oude tradities zijn grotendeels verdwenen en er kwam niets nieuws voor in de plaats. De bevrijding van het strakke keurslijf van voorschriften werd aanvankelijk ervaren als een opluchting. Is dat nu omgeslagen in een gemis ? Rosseels : Niet voor iedereen, maar bij velen draait het zo uit. Om een voorbeeld te geven uit mijn eigen leven : als tiener keerde ik het katolicisme de rug toe, ik was blij dat ik die schuldbeladen godsdienst achter mij kon laten. Ik verhuisde van dorp naar stad. Met mijn familie onderhield ik een lange-afstandsrelatie en dat beviel me uitstekend. Onze familiale feesttraditie was minimaal, en ook dat vond ik best. Maar na een paar jaar bedacht ik dat het jammer was dat er zo weinig te vieren en te feesten valt. En dan heb ik het niet over fuiven en dergelijke, maar over feesten met een extra dimensie met rituelen en symbolen. Waarom keert iedereen en ieder volk daar steeds naar terug ? Rosseels : De kern van rituelen en symbolen is in vele kulturen dezelfde : overal stelt men zich universele levensvragen en iedere mytologie probeert daar een antwoord op te geven. Het is een poging om met de wereld in het reine te komen ; rituelen geven zin en betekenis aan het leven. Rituelen beelden myten uit en hebben zeker hun nut. Ze maken de tijd tastbaar, geven duidelijk een begin en een einde aan de dingen. Zijn er altijd andere mensen nodig bij een ritueel ? Rosseels : Nee, maar groepsrituelen maken het gebeuren krachtiger. Rituelen en feesten bevestigen en versterken de band tussen mensen. Ze geven de feestvierder én zijn omgeving een nieuwe status. Bij een geboortefeest wordt een baby verwelkomd in een kring van mensen die in zijn kinderleven een belangrijke rol zullen spelen. Tegelijk wordt de gewijzigde status van anderen erkend en gevierd : een man werd vader en een vrouw werd moeder, een andere vader werd grootvader en een moeder grootmoeder. In traditionele gemeenschappen werden jongemannen van 18, 19 jaar ingewijd in de krijgskunde en de jacht. Daarna werden ze zelfstandig geacht en niet langer afhankelijk van hun ouders. Waar ligt de grens tussen jongen en man in de huidige samenleving ? Welke jongeman kan nog een kip slachten en plukken ? Hij wordt ook geen gezel meer bij een ambachtsman, of gaat niet langer met zijn vader naar het land. En in onze kultuur wordt een meisje ongemerkt vrouw : door het westers taboe op seksualiteit is dat voorval nauwelijks geritualizeerd. In je boek staat een verhaal over een familie die voor de dochters menstruatiefeestjes organizeert. Je geeft voorbeelden van mannen en vrouwen die oude tradities nieuwe inhoud gaven of nieuwe rituelen bedachten. Wat hebben zij gemeen ? Rosseels : Om te beginnen die ervaring van gemis aan inhoud. Het valt ook op dat ze het meestal sober en primair houden, weg van luxe en uiterlijk vertoon. Ze willen niet langer figuranten zijn in een scenario dat door anderen werd geschreven, maar zoeken iets dat past bij hun ideeën. Bovendien vinden ze het plezierig om rituelen te bedenken : het geeft de mogelijkheid om je kreativiteit en speelsheid de vrije loop te laten. Het kind in ieder van ons is dol op avontuur, mysterie en mystiek. Velen keren terug naar de herkomst van gebruiken en tradities die aan de basis lagen van de kristelijke rituelen, vaak tot bij die van onze Germaanse en Keltische voorouders. Anderen vinden inspiratie in andere godsdiensten en kulturen. Een sterk punt in onze westere beschaving is de wetenschappelijke kennis die wij ontwikkelden. Daar kunnen andere kulturen hun voordeel mee doen, maar wij kunnen ook van hen iets leren. Zij denken meer kosmologisch, hebben een sterk gemeenschapsgevoel, meer spirituele rijkdom en respekt voor de wijsheid van oude mensen. Verzeilen nieuwe rituelen niet heel snel bij geitewollensokken en halfzacht gedoe ? Bij heksen en druïden ? Rosseels : Onze tijd is zo arm aan symbolen dat elk initiatief ons ongemakkelijk maakt. Zolang het bij praten blijft, gaat het nog. Maar zodra er gezongen moet worden, gezalfd, geofferd of gedanst, wordt het veel moeilijker. Opvallend in de meeste rituelen, zowel oude als nieuwe, is de aanwezigheid van elementen als water en vuur, aarde en lucht. Rosseels : Rituelen brengen ons dichter bij de natuur en verzoenen ons met het leven. Die oude, natuurlijke symbolen verliezen niets aan kracht. Water werd en wordt ritueel gebruikt om te baden, om handen of voeten te wassen, om in het rond te sprenkelen. Lucht komt eraan te pas als wierook, of door kruiden te laten branden, maar ook door het wapperen van vlaggen. Aarde ontbreekt zelden onder de vorm van stenen, stuifmeel, zand of zout. En dan ten slotte vuur : ook dat zuivert, maar het transformeert, het zet iets ouds om in iets nieuws. Het is goed om af en toe stil te staan bij het aardse, bij veranderingen en verlies. Wie bewust leert los te laten, heeft het bij elke nieuwe verandering makkelijker. Het is geruststellend en geeft basisvertrouwen. Carla Rosseels, Rituelen vandaag, uitgeverij Hadewijch, 221 pag., 650 fr. Carla Rosseels : "Zonder rituelen gaat het leven aan ons voorbij. Zij geven ons de kans om bij belangrijke gebeurtenissen stil te staan. "O