Gert Jonkers / foto's Greg Kadel
...

Gert Jonkers / foto's Greg KadelHet is een zaterdagochtend in Berlijn en misschien was het toch niet zo'n goed idee om zo vroeg met Hedi Slimane af te spreken voor een interview. De avond daarvoor opende Slimane's goede vriend Karl Lagerfeld een tentoonstelling, met foto's voor tijdschrift V van een paar supermoderne popgroepen, waarvan Vive La Fête en Chicks on Speed later die nacht nog gingen optreden, enzovoorts. Het is nu elf uur in de ochtend, en het wordt twaalf uur, zonder Slimane. Het leek een aardig plan, want de Franse modeontwerper heeft hier sinds kort een pied-à-terre, en zijn ontwerpen doen in strakheid veeleer aan de Duitse architectuur van Bauhaus denken dan aan de krullenpracht van Versailles. Om tien over twaalf komt de ontwerper eraan gewandeld, in spijkerbroek, wit overhemd, met een half loshangende zwarte stropdas, zwart colbertjasje erover. Zo stijlvol als het merk waarvoor hij ontwerpt. "Sorry, de conciërge vergat mijn wake up-call." Zijn levensloop is interessant. Geboren in 1968, opgegroeid in Parijs, zijn vader is Tunesiër, zijn moeder Italiaanse. "Ik voelde me nooit erg Frans; ik heb meer met de ontspannen, poëtische levenshouding van de Tunesiërs", zegt Slimane. Hij was een wat sombere tiener die met z'n ziel onder zijn arm liep. "Ja, helemaal spleen."Hij had geen idee wat hij moest gaan studeren; het werd uiteindelijk politicologie. Even de link met nu zoeken: waarom politiek? Wilde hij het volk verlichten, of wilde hij een goede manager worden, wat hij nu als ontwerper van een groot modehuis immers allebei doet? "Nee, ik dacht dat ik misschien journalist kon worden, en dan liefst in internationale betrekkingen. Zoiets. Maar zeker wist ik het niet." Hij stapte over naar kunstgeschiedenis. "Ik was een echte studietoerist. Ik deed maar wat, ik heb geen van beide studies afgemaakt." Hij fotografeerde een beetje, was goed in het spotten van de juiste modellen op straat, mensen met 'uitstraling'. Toen hij even echt geen geld meer had, kwam het baantje dat hij bij een Parijs pr-bureau van Jean-Jacques Picart aangeboden kreeg als geroepen. Daar hield hij zich onder andere bezig met de herlancering van Louis Vuitton, op dat moment een ingedut luxe tassenmerk. Voor het honderdjarig bestaan van het bedrijf had de nieuwe directie een complete verjongingskuur voor ogen; er werden gadgets als de Louis Vuitton-platenkoffer voor dj's bedacht, en Inez van Lamsweerde fotografeerde het Louis Vuitton-sm-masker. Slimane deed zijn werk niet alleen goed, hij viel ermee op in het modecircuit. Hij werd gevraagd als creative consultant voor de mannenkleding van Yves Saint Laurent, en niet lang daarna heette hij daar hoofdontwerper. Dat was een relatief luwe omgeving. "De mannenlijn van Saint Laurent stelde echt helemaal niks voor", aldus Slimane. "Het was een ontwerpstudio die zo nu en dan een nieuwe Yves Saint Laurent stropdas voor in de taxfreeshops op luchthavens moest maken." In de enige chique YSL-mannenzaak op aarde, de Rive Gauche-winkel op place Saint-Sulpice in Parijs, hingen volgens hem "kleren van andere fabrikanten waarin snel een YSL-etiket genaaid was". Een zielige toestand, maar wel een zodanige geldmachine, met al die licenties voor sokken, goedkope overhemden, badslippers en toilettassen, dat hij niet zomaar het roer om kon gooien. Maar uiteindelijk wist hij Saint Laurent en diens partner Pierre Bergé te overtuigen van de noodzaak om de nek uit te steken, en Slimane ging moderne, radicale, simpele, mooie kleren maken. Dat werd een succes. De modepers vocht om bij de shows van Slimane binnen te komen. Maar belangrijker voor de verspreiding van het evangelie volgens Slimane waren de beroemdheden die zijn kleren gingen dragen, met daaronder opmerkelijk veel vrouwen zoals Madonna en Catherine Deneuve; dames met een constant cordon van camera's om zich heen. Toen werd, in 2000, het hele prêt-à-porterhuis van Yves Saint Laurent door The Gucci Group gekocht, en mocht Slimane misschien wel op z'n stoel blijven zitten, als hij van zins was om verantwoording af te leggen aan zijn nieuwe directe baas, Gucci's hoofdontwerper Tom Ford. Slimane: "Ik vond de manier waarop de nieuwe eigenaren Saint Laurent wilden vernieuwen niet prettig. Het was geen Franse manier van mode maken, het toonde geen groot respect voor het huis Saint Laurent, vond ik. Saint Laurent is bij uitstek een merk met voor buitenstaanders haast onbegrijpelijke etiquette en ongeschreven wetten." Daarover hadden de nieuwe bewindvoerders een ander idee dan Slimane. Wat Ford bij Saint Laurent wilde (en uiteindelijk ook deed) was met de beeldtaal van de naamgever, en met dank aan zijn archieven, het merk commercieel succesvol reanimeren. Slimane: "Zo ga je niet met een oud modehuis om. Je kunt wel het kasteel kopen en de kroon op je kop zetten, maar daarmee ben je nog geen koning." Wat dat Franse erfgoed is, illustreert Slimane even later, als het gesprek op de een of andere manier komt op een oude barones die hij kent, en die in haar chique appartement in het Parijse zestiende arrondissement een varkentje rond heeft lopen "dat eruit ziet als een baal schaamhaar". Ze heeft ook een eend en een papagaai. Die onverwachte collectie huisdieren van zo'n dame uit de elite is "eigenlijk heel erg Saint Laurent", zegt hij; een bepaald soort vertederende gekte die je aanvoelt of niet.Slimane kreeg van Gucci de mogelijkheid om zijn eigen merk op te zetten, maar hij vond het daarvoor niet het goede moment. Hij kon ontwerper bij het stuurloze Jil Sander worden, maar werd uiteindelijk met succes gepaaid door Gucci's grote concurrent LVHM, om de mannenlijn van Christian Dior te herlanceren. De media was dol op het nieuws, dat gelijk viel met de rechtszaak van LVMH tegen Gucci voor een Amsterdamse rechtbank, over Gucci's vermeende gesjoemel met aandelen om een overname door LVMH te verijdelen. Toen Slimane twee jaar geleden bij Dior begon was de mannenlijn net zo hip als ooit die van Saint Laurent: stropdassen voor in de taxfreeshop, seksloze pakken. Maar nu hij als goudhaantje binnengehaald was, hoefde hij niet te vechten voor zijn status, hij kon meteen op topsnelheid aan de restyling van het merk beginnen. Hij richtte een hyperminimalistisch atelier in, met een verfijnd geluidssysteem want Slimane houdt van moderne techno. Hij verdiepte zich niet in het ontwerpverleden van het merk: "Dat was er amper, en bovendien hou ik niet van nostalgie." Zijn Dior Homme werd een strak merk. Niet flashy in de zin van leuke schreeuwerige stofjes of opvallende rare ontwerpen, geen gedoe met logo's, maar simpel, recht, statig, uniformachtig, en op het eerste gezicht exclusief voor dunne jongens. "Ik ontwerp nu eenmaal niet voor dikke mannen, mag ik?" Hij houdt ook niet van een mengsel van sportkleding en mode. Bij Slimane is bijna elk kledingstuk nog van het traditionele mannenpak af te leiden, het is slechts opnieuw geproportioneerd voor vandaag, met een lage taille of nauwe mouwen. Maar 't is zeker niet exclusief voor tieners: ook Bryan Ferry en Karl Lagerfeld zijn inmiddels trouwe Dior-dragers, Brad Pitt liet speciaal voor z'n bruiloft een tuxedo door Slimane maken. En ook dames zijn er weer dol op, zodanig zelfs dat de ontwerper van de échte (en totaal andere) vrouwenlijn van Christian Dior, John Galliano, niet blij schijnt te zijn met de interne concurrentie. Slimane zegt: "Ik stel mezelf niet de vraag of iets puur mannen- of vrouwenmode is, zoals ik trouwens een heleboel clichés probeer te vermijden. Vooral mannenmode zit bomvol clichés over wat wel en niet mag."Zoals?"Oh, waar moet ik beginnen? Als je als man lang en dun bent en je draagt slanke kleren en je hebt lang haar, dan ben je androgyn, en dus zal je wel homo zijn. Of: kleren die de vorm van het lichaam volgen, zijn eng. Mannen proberen alles te verhullen, ook als dat helemaal niet nodig is. Het rare is dat de traditie van mannenmode van maatkleding afkomstig is, van tailoring, maar nu heerst er een gekke angst voor kleren die de juiste maat hebben. Let maar op, bijna iedere man neigt naar een te grote jas of een overdreven wijd overhemd. Dat kan soms heel mooi zijn; ik stop ook wel eens een enorm wijd shirt in de collectie. Maar draag wijde kleren alsjeblieft niet uit gemak of angst." Zijn collectie voor Dior die nu in de winkels hangt, is inmiddels zijn derde en het is een groot succes, zegt hij. Het verrassendst aan de verkoopstatistieken die hij als hoofdverantwoordelijke voortdurend krijgt, is dat klanten vaak véél kopen. Ze schaffen zich in één keer een complete Dior-garderobe aan, wat veel zegt over de begerenswaardigheid van het 'beeld' dat Slimane neergezet heeft. "Bij Yves Saint Laurent zag je dat mensen vaak één enkel mooi stuk uitzochten, en nooit hele rekken tegelijk." Een gedeelte van zijn droom is daarmee uitgekomen; hij wilde haute couture voor mannen maken. En couture mix je bij voorkeur niet met andere merken.Wat de vergelijking met couture ook een beetje oproept, zijn de prijzen van Dior Homme. Een simpel zwart pak kost rond de tweeduizend euro, een witte jeans zit richting vijfhonderd euro. Hoe moet dat met die jongens van een jaar of vijftien die Slimane, blijkens de maatvoering en de reclamecampagnes, als doelgroep lijkt te hebben. "Welja, die discussie...", zucht hij. "Ik vind het 't aardigst als die jongens zelf op zoek gaan naar Dior-achtige kleren, ik vind het prachtig als mensen met tweedehands kleren de Dior-look weten te bewerkstelligen. Laat ze lekker aanklooien, dat ziet er vaak minstens zo goed uit." (Tip van ondergetekende: let op oude pakken van Van Gils.)Of de eigenaar van Christian Dior daar blij mee is? "De verkoopcijfers zijn tot nu toe geweldig, dus ik denk van wel." Slimane wekt de indruk dat het van hem allemaal nog wel wat radicaler mag ("Die praatjes en wensen van de marketingafdeling, daar gruwel je van, zo oubollig...") en hij vindt zijn werk nog niet saai, maar hij is wel wat ongeduldig, hij wil méér. Hij fotografeert zo nu en dan voor het Amerikaanse tijdschrift Harper's Bazaar. En hij stelde deze zomer in Florence de tentoonstelling Intermission 1 samen, met bijbehorend uiterst conceptueel boek: close-ups van gordijnen en vitrages, meestal effen grijs. Hij werkt met een aantal architecten aan de Dior Homme-winkels die de komende jaren her en der op aarde moeten verschijnen. De eerste, in Milaan, ging dit voorjaar open: een moderne ruimte van glas, metaal en beton. Met een kleedkamer die tegelijkertijd kunstwerk is, want waar je normaal hoogstens een donkere schaduw op de muur zou verwachten, word je hier als bezoeker achtervolgd door een lichtvlek in de vorm van je eigen silhouet.In die hypermoderne winkel staat ook, als een wat vreemde eend in de bijt, een zwarte Louis XIV-stoel, waarvan je ziet dat er 'iets' mee is. Het is een ontwerpje van Slimane, afgeleid van inderdaad een oude stoel, maar opnieuw geproportioneerd, hoger, en naadloos met leer overtrokken, een techniek die volgens hem slechts door de allerbeste zadelmakers beheerst wordt. "Ze werken ook voor Hermès." Die stoel is daarmee meteen een soort metafoor voor zijn mode: refererend aan het verleden en toch gloednieuw, en met hulp van vaklieden gemaakt. Ooit in de niet te verre toekomst wil Slimane ook damesmode ontwerpen. Niet voor Dior maar wellicht elders. Waar denkt hij de tijd en concentratie vandaan te halen? "Ik denk dat het heel goed is om veel verschillende dingen te doen, dat houdt je fris en je behoudt de nodige afstand. Ik vind het helemaal geen voordeel om op één project te zitten. Dan staar je je maar blind."Die diversiteit en ongebreidelde energie zitten in zijn vriendenkring, zou je kunnen zeggen. Inmiddels is bij ons aan tafel in de Berlijnse kroeg Stephen Gan aangeschoven, hoofdredacteur van de Amerikaanse bladen V en Visionaire. Gan is sinds kort ook creative director van Harper's Bazaar en tevens verantwoordelijk voor de door Richard Avedon geschoten campagne van Dior Homme. Gan draagt altijd kleren van Dior Homme, en hij is in Berlijn om zijn nieuwe boek met reisfoto's te presenteren. Het voorwoord van dat boek is geschreven door Karl Lagerfeld. En nu we het toch over Lagerfeld hebben... Ook hij is zo'n onvermoeibare alleskunner: ontwerper van Chanel, Fendi en Lagerfeld Gallery, uitgever, eigenaar van een boekhandel, illustrator, fotograaf, dwangmatig verzamelaar van van alles, enzovoorts, enzovoorts. En dit is de nieuwste roddel die daags voor ons interview op het internet verscheen: Lagerfeld en de dertig jaar jongere Hedi Slimane zouden al maanden verkering hebben. Het is een gerucht, dat volgt op het verhaal dat Lagerfeld vorig jaar veertig kilo afviel om die kleren van Dior Homme te kunnen dragen. Ik vraag Slimane hoe het zit met die verkering, en hij zegt dat hij het verhaal voor 't eerst hoort en niet echt onder de indruk is."Ach ja," haakt Stephen Gan in, "eerst schreven ze dat Karl en ik iets hadden, toen dat Hedi en ik iets hadden, nu is het Hedi en Karl, en straks roepen ze waarschijnlijk dat wij met z'n drieën verkering hebben. Het wordt erg voorspelbaar."Slimane: "Misschien kunnen we een vierde zoeken, om het verhaal nog smeuïger te maken."Gan: "Ja, laten we er een echte hunk bij zoeken, die missen we nog. Zo'n enorme spierbundel." Hij gebaart met zijn handen om een paar enorme schouders te visualiseren. "Een hunk? Hè bah, jij liever dan ik", zegt Slimane geschrokken. Want hoe zou een driehoekige kleerkast ooit in dat potloodslanke silhouet van Dior Homme passen?P.S. Lagerfeld geeft een paar dagen later in een Amerikaans blad zijn commentaar op de roddel: "Ik en Hedi Slimane? Ach nee toch! Wat een verschrikkelijke gedachte! Arme Hedi!"'Intermission 1' van Hedi Slimane verscheen bij Charta. ISBN 88-8158-374-7. 77 euro. Bij Dior werd Slimane binnengehaald als goudhaantje: hij hoefde niet te vechten voor zijn status, hij kon meteen aan de restyling beginnen. Slimane's ontwerpen zijn simpel, recht, statig en op het eerste gezicht exclusief voor dunne jongens.Karl Lagerfeld viel veertig kilo af om Slimane's ontwerpen te kunnen dragen.