Toen de USA in 1942 in de Tweede Wereldoorlog betrokken geraakten, was de Office of Strategic Services, de voorloper van de huidige CIA, dringend op zoek naar mensen met spionnenpotentieel voor opdrachten achter de vijandelijke linies. Een van hun selectieproeven was de zogenaamde Belonging Test waarbij kandidaten conclusies moesten trekken over iemand aan de hand van enkele items in een slaapkamer : kleren, een uurrooster, een ontvangstbewijs. To snoop heet dat in het Engels : rondsnuffelen, speuren, je neus in andermans zaken steken. Wat we, laat ons eerlijk zijn, allemaal graag doen. Sam Gosling, een naar de States verkaste Brit en professor psychologie aan de universiteit van Austin maakte van snoopology zijn carrière. Zijn theorie ? Bezittingen verraden meer over de persoonlijkheid van hun eigenaars dan een face-to-face-ontmoeting. Tijdens een date of een jobinterview slaagt iemand er misschien in een misleidende indruk te geven, maar de geleidelijke accumulatie van spullen in zijn/haar leefruimte is veel moeilijker te faken. Met die theorie in het achterhoofd recruteerde Gosling een team van speurneuzen onder zijn afgestudeerden. Samen gluurden ze onder bedden en in kasten, rommelden in cd-rekken, onderwierpen Facebookprofielen aan een kritisch onderzoek. Ze bezochten meer dan tachtig studentenhomes en meer dan honderd bureaus in banken, immobiliënkantoren, businessscholen, reclame- en architectenbureaus. Het resultaat is Snoop (in het Nederlands : De geheime taal der dingen), een ware veldgids voor de curieuzeneuzen, pardon, de amateurgedragspsychologen onder ons.
...

Toen de USA in 1942 in de Tweede Wereldoorlog betrokken geraakten, was de Office of Strategic Services, de voorloper van de huidige CIA, dringend op zoek naar mensen met spionnenpotentieel voor opdrachten achter de vijandelijke linies. Een van hun selectieproeven was de zogenaamde Belonging Test waarbij kandidaten conclusies moesten trekken over iemand aan de hand van enkele items in een slaapkamer : kleren, een uurrooster, een ontvangstbewijs. To snoop heet dat in het Engels : rondsnuffelen, speuren, je neus in andermans zaken steken. Wat we, laat ons eerlijk zijn, allemaal graag doen. Sam Gosling, een naar de States verkaste Brit en professor psychologie aan de universiteit van Austin maakte van snoopology zijn carrière. Zijn theorie ? Bezittingen verraden meer over de persoonlijkheid van hun eigenaars dan een face-to-face-ontmoeting. Tijdens een date of een jobinterview slaagt iemand er misschien in een misleidende indruk te geven, maar de geleidelijke accumulatie van spullen in zijn/haar leefruimte is veel moeilijker te faken. Met die theorie in het achterhoofd recruteerde Gosling een team van speurneuzen onder zijn afgestudeerden. Samen gluurden ze onder bedden en in kasten, rommelden in cd-rekken, onderwierpen Facebookprofielen aan een kritisch onderzoek. Ze bezochten meer dan tachtig studentenhomes en meer dan honderd bureaus in banken, immobiliënkantoren, businessscholen, reclame- en architectenbureaus. Het resultaat is Snoop (in het Nederlands : De geheime taal der dingen), een ware veldgids voor de curieuzeneuzen, pardon, de amateurgedragspsychologen onder ons. Elementair, Watson ? Inderdaad, soms zelfs een beetje té. Dat slaapkamers van vrouwen meer persoonlijke items bevatten dan die van mannen en een zelfgekozen (e-mail)- username als stanleythepanda een inzicht geeft in hoe de persoon in kwestie zich ziet, by Jove Sherlock, daar waren we zelf ook wel opgekomen. Maar net zo goed bevat het boek verrassende inzichten in de manier waarop mensen gewild of ongewild facetten van hun persoonlijkheid blootgeven. Wat het vooral speciaal en ook wel grappig maakt, is de ernst en de academische grondigheid waarmee de super- snooper te werk gaat. O ja, als hij mag snoopen, mogen wij dat ook. Wat blijkt na vijf minuten googelen ? Dat Gosling een regelrechte hartenbreker is en dat tijdens zijn colleges de eerste rijen van het auditorium voornamelijk bezet zijn door kwijlende meisjesstudenten. " That accent alone... My ovary (eileider) started twitching", liet één van hen optekenen. Eat your heart out, doctor Indy Jones ! Zoals veel psychologen tegenwoordig is Gosling de mening toegedaan dat persoonlijkheid bepaald wordt door vijf hoofdfactoren : de mate van openheid, plichtsgetrouwheid, extrovertie, inschikkelijkheid en emotionele stabiliteit. (Voor een beter begrip : openheid betekent een ruime belangstelling hebben en is dus niet hetzelfde als extrovertie, uitbundigheid). De klassieke manier om erachter te komen hoe individuen scoren voor de verschillende parameters is hen ellenlange vragenlijsten te laten invullen. Saai, vindt praktijkmens Gosling, ver-ve-lend. Er is een veel snellere, leukere en toch verrassend accurate manier om vrienden, familie en collega's te doorgronden : rondneuzen in iemands bezittingen. Want the big five manifesteren zich in elk aspect van het dagelijkse bestaan. Neem nu de slaapkamer. In één klassiek snuffelexperiment betraden de psycholoog en zijn volgelingen onbevreesd de slaapkamers van universiteitsstudenten en noteerden zorgvuldig wat ze daar aantroffen. Was de vloer bestrooid met ondergoed ? Welke soort posters hing aan de muur : affiches voor hardrockconcerten of inspirerende spreuken ? Lagen er veel boeken ? Foto's ? Skateboards of surfplanken ? Grappige snuisterijen zoals een rubbereend ? In verrassend veel studentenkamers bleken Winnie-the-Pooh en zijn vriendjes kind aan huis. Vervolgens toetsten de speurneuzen hun slaapkamerbeoordelingen aan de persoonlijkheid van de bewoners en ontdekten verschillende fascinerende correlaties. Zo zou je kunnen veronderstellen dat bij zeer creatieve mensen - creativiteit wordt vaak gezien als de vergrotende trap van openheid - zowat alle beschikbare ruimte door boeken en magazines in beslag genomen wordt. Nee dus. Analyses wijzen uit dat niet de kwantiteit, maar de verscheidenheid van lectuur een ontluikende Leonardo verraden. Wijzen muren in warme kleuren op een mens met een vriendelijke ingesteldheid ? Nope, in tegenstelling tot bijvoorbeeld plichtsbewustheid blijkt vriendelijkheid, een subcategorie van extrovertie, moeilijk uit bezittingen of interieur af te leiden. Een voorliefde voor stichtelijke posters wijst dan weer in de richting van emotionele instabiliteit. S nooping is minder simpel dan het op het eerste gezicht lijkt. Je moet al een gevorderde snuffelaar zijn om het onderscheid te zien tussen het beeld dat iemand van zichzelf wil geven en de mens die hij in werkelijkheid is. Goed, je kunt je huis een snelle opruimbeurt geven als je bezoek verwacht, maar echte organisatie valt niet te veinzen. Een archiefkast met alfabetische rangschikking en labeltjes met kleurcodes kan geweldig indrukwekkend zijn, maar wordt het systeem ook echt gebruikt ? Lege mapjes verraden de uitsteller met goede intenties : als ik ooit eens tijd heb, breng ik orde op zaken. Gosling maakt een onderscheid tussen bewust uitgezonden signalen (sporttrofeeën op de kast, een poster van Karl Marx of Che Guevara aan de muur) en wat hij seepage noemt : elementen van onze persoonlijkheid die in ons gedrag doorsijpelen zonder dat we er erg in hebben. De zieltogende plant in de hoek van uw kantoor, bijvoorbeeld. Een ervaren mechanicus kan volgens de super- snooper aan de staat van uw remblokjes zien hoe neurotisch u autorijdt. Bij foto's is ook de positie in een leef- of werkruimte veelzeggend. Zijn ze naar de bezoeker gericht, dan gaat het vaak om strategische signalen. Een foto van een zakenman met politici of andere hooggeplaatsten : kijk eens hoe belangrijk ik ben. Een foto met vrouw en kinderen : wat een liefhebbende echtgenoot/vader ben ik toch. Iets anders is het als de foto's zo geplaatst zijn dat alleen de eigenaar ze kan zien. Een smal reepje foto's aan de muur direct in het gezichtsveld van een manager kan erop wijzen dat hij die gebruikt voor social snacking : troost in moeilijke momenten. Praatgrage extroverten lokken mensen naar hun kantoor met een bokaal snoep op hun bureau of met uitnodigende stoelen, introverten hebben hun werkplek vaak aan de periferie van het kantoorgebeuren. Altijd intrigerend is dat ene object in een kamer dat niet past bij de rest van het decor of er uitspringt. In de slaapkamer van ene Lisa trof Gosling een exemplaar aan van A moveable feast, Hemingways klassieker over zijn ervaringen als aspirerend jong schrijver in het Parijs van de jaren 1920, omringd door F. Scott Fitzgerald, Gertrude Stein en Ezra Pound, op dat ogenblik allen onontdekte talenten. Op het eerste gezicht niets opzienbarends, ware het niet dat het apart van de andere boeken stond, in een soort schrijn. Tel daar de naam bij die Lisa zichzelf gaf op MySpace, niet gewoon Lisa, maar Lisa is a VERY important person en de spreuk toegeschreven aan Einstein onderaan haar e-mails ('Grote geesten hebben altijd weerstand ondervonden van middelmatigheid') en het beeld is compleet. Lisa heeft serieuze ambities als schrijfster, maar houdt er rekening mee dat erkenning op zich kan laten wachten. Een ander sprekend voorbeeld was de solide houten mobiel in de vorm van een zeemeeuw boven het bureau van Stephanie, een uitgeefster met een voor de rest weinig stimulerend kantoor. Was de zeemeeuw een erfenis van een voorganger en had Stephanie gewoon verzuimd hem weg te halen ? Nee, daarvoor was het kantoor te pijnlijk netjes en georganiseerd, niet de werkplek van iemand die de dingen laat waaien. Na inachtneming van allerlei andere factoren kwam Gosling tot de volgende conclusie : de zeemeeuw was een zogenaamde mood regulator, een object dat een kalmerend effect op Stephanie had en haar hielp om gefocust te blijven in een veeleisende werkomgeving. Een veronderstelling die bleek te kloppen : zij had de houten vogel gekocht tijdens een bezoek aan Stockholm, waar ze mooie herinneringen aan had. Een vogel met een hoog feel-good-effect dus. Bovendien voorkwam het gevaarte dat lange mensen te dicht bij haar bureau kwamen, een reden te meer om het bij elke jobverandering mee te slepen. Waar geeft een mens het meest van zichzelf prijs ? Met voorsprong : de slaapkamer, aldus Gosling. Zelfs als die minimaal gedecoreerd is, zegt dat iets over de eigenaar. De keren dat Gosling zijn eigen slaapkamer, na verwijdering van al te opvallende aanwijzingen, samen met andere slaapkamers ter inspectie aan niets vermoedende snoopers aanbood, werd hij bijna altijd geïdentificeerd. Door mannelijke studenten aan de hand van zijn muziekcollectie, door vrouwelijke aan de hand van kleren. Overigens blijkt het meest veelzeggende item in Goslings eigen huis de ijskast te zijn, arm aan voedingswaren, maar tjokvol frisdranken, sapjes, bieren en wijnen, pijnlijk netjes gerangschikt en op dagelijkse basis aangevuld. Opmerkelijk, vooral omdat de psycholoog toegeeft voor de rest niet bepaald ordelijk te zijn. Geïnterpelleerd over zijn eigen mystery box, was hij wel verplicht om in zijn jeugdherinneringen te duiken, naar de gelukzalige zomers bij zijn grootmoeder toen hij op hete dagen zomaar de ijskast vol fruitsap en bitter lemon kon plunderen. Niets extravagants misschien, maar wel voor een jongetje opgevoed door Britse ouders die de rantsoenering van tijdens en na de Tweede Wereldoorlog meegemaakt hadden en daar een eeuwige spaarzaamheids-reflex aan overhielden. De super- snooper 'gesnoopt' dus. En zo laat ieder van ons sporen na in zijn eigen universum, wat snooping tot een soort archeologie van de levenden maakt. De geheime taal der dingen. Hoe je spullen verraden wie je bent. Sam Gosling, uitg. Balans, 256 pagina's, 17,95 euro, ISBN 978 90 5018 9408. izDoor Linda Asselbergs l Illustratie Bad Pritt