Dit is een bewijs dat het ook in de minder herbergzame buurten van Brussel leuk wonen is.
...

Dit is een bewijs dat het ook in de minder herbergzame buurten van Brussel leuk wonen is.Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde We kwamen deze woning via een prestigieus adres op het spoor : de winkel van Martine Doly aan de Waterloolaan in Brussel. Zij biedt daar in een oud koetshuis een prachtige collectie huislinnen aan, door haarzelf ontworpen. Een merkwaardige winkel die hedendaags oogt, maar met de warmte van vroeger in huis. Daarvoor zorgen donkere muren en houten meubilair. Vlakbij de winkel woont ze aan het Londenplein in een groot pand dat even persoonlijk is van stijl. Dit is een bijzondere buurt, onbekend bij de meeste Brusselaars, behalve bij diegenen die de maandelijkse veiling van de Galerie André bezoeken, een ouderwets veilinghuis waar inboedels en oud speelgoed wordt afgehamerd. De veiling ligt tegenover het huis van Doly, en past helemaal in dit kwartier dat je zo in het hart van Parijs zou kunnen overplanten. De buurt staat onder druk van de Europese wijk : mooie rijhuizen ruimen plaats voor kantoorgebouwen. Het is de vurige wens van Doly dat de buurt het hoofd biedt aan de slopers en herleeft. Met de renovatie van haar eigen woning draagt ze in ieder geval haar steentje bij. Wat verder in de straat begint de Afrikaanse wijk Matongé. Verpauperd, maar levendig. Op zomeravonden wordt er op straat duchtig gefeest. Zo blijft er toch wat volkse gezelligheid bewaard. Jonge mensen kopen hier voor een schappelijke prijs een ruime woning, maar moeten bereid zijn de handen uit de mouwen te steken. Veel panden zijn vervallen. De restauratie kost handenvol geld en vraagt veel energie. Martine Doly weet er alles van. Toen haar huis bijna was afgewerkt, ging het gedeeltelijk in de vlammen op. Daarvan was een bus met lijm die vuur vatte de oorzaak. In een mum van tijd brandde de woning als een toorts. Gelukkig bleef een deel van de onderste verdieping bewaard. Dit was niet de enige tegenslag. Tijdens de opknapbeurt werd vastgesteld dat de achtergevel zich losscheurde van het gebouw. Het scheelde weinig of het huis was in elkaar gezakt. Maar dat is verleden tijd. De verbouwingen zijn net achter de rug en de woning is gezelliger dan ooit. Het is een merkwaardig gebouw, met een voorhuis aan de straatkant en achter de binnenkoer een atelier. Vrijwel alles wordt bewoond. Je komt binnen via een koetspoort. Direct rechts val je in de keuken binnen, die met een ouderwets venster van de gang is afgesloten. Vermoedelijk herbergde het voorhuis enkele bureaus. Nu vind je daar de keuken, de eetkamer en de slaapkamers. Het achterhuis biedt plaats aan een ruime leefkamer, een bibliotheek en het atelier waar Martine samen met haar man de collectie huislinnen ontwerpt. Het achterhuis met mansardedak en zandsteenkleurige muren zou net zo goed in het hart van de Marais in Parijs kunnen liggen. Het is een huis van deze tijd. Ontegensprekelijk. Veel muren zijn kaal, aan de vensters hangen nauwelijks gordijnen, en blanke kleuren overheersen. En de afwerking is sober gehouden, met afgeschuurde plankenvloeren en gekalkte muren. Maar de aankleding straalt zoveel warmte uit en ontsnapt aan elke modetrend. Dat is precies volgens de wens van de bewoners. Ook met haar linnengoed tracht Doly de mode te overstijgen. Ze vindt dat haar collectie langer dan vandaag moet meegaan. Het stoort haar in de mode en het design dat alles zo snel verouderd is. Dat is onder meer de reden waarom het huis vol oude spullen staat. Ze houdt al jarenlang van alles bij dat door vorige generaties werd weggegooid. Voor de bibliotheek gebruikt ze een oude winkelkast. Alle zetels zijn door de tand des tijds aangetast. Versleten, maar mooi geworden en nog best bruikbaar. In plaats van dure lichtarmaturen hangen er gewone fabriekslampen, gerecupereerd uit een oud atelier. Eigenlijk is het resultaat een allegaartje van stijlen. Sommige doeken en vazen komen uit Afrika, terwijl het buffet van de woonkamer, in Napoleon III-stijl, ooit het pronkstuk was van een burgersalon. Voor Martine Doly schuilt de rijkdom van een interieur niet in de hoeveelheid kunstwerken of dure antiquiteiten, maar in de afwerking en de sfeer. Ze vindt vakmanschap ontzettend belangrijker en houdt van simpele materialen die degelijk zijn. Ze ergert er zich aan dat veel huizen slecht worden gerenoveerd, met plastieken vensterramen bijvoorbeeld. ?Ik hecht dus meer belang aan details,? legt ze uit, ?ik vind dat al wat vroeger werd gemaakt mooi en coherent is. Zelfs een simpele deur. Nu wordt er veel vervangen door lelijke dingen. Daar ben ik ongelukkig mee. Neem nu bijvoorbeeld stopcontacten. Net als veel materiaal voor badkamers zijn ze afschuwelijk van vorm. Je vindt veel industriële producten die esthetisch minderwaardig zijn.? Ze heeft ook dit pand gekocht en opgefrist met de bedoeling te bewijzen dat onze hoofdstad nog best bewoonbaar is : ?In Brussel hebben ze ook te veel weggegooid, niet soms ? Veel huizen die nog te herstellen waren, werden gesloopt. Brussel is trouwens een stad met veel mogelijkheden, zeker vergeleken met Parijs, waar er weinig plaats is. Hier kan je kiezen waar je woont : in een oude flat, een art-decohuis of een loft.? In het oude atelier achter de woning wordt er gewoond. Dit is de leefkamer, met componenten uit verschillende continenten.De werkkamer waar Martine samen met haar man haar collectie huislinnen ontwerpt, is eerder een artistieke studio dan een naaiatelier.Hiernaast : een hoekje in de werkkamer, volgepropt met trouvailles die overal vandaan komen. Onder : in de sobere slaapkamer werd alles hersteld volgens de regels van de kunst, ook de lambrisering en de ramen.