Hoe zou het nog zijn met de tv-worstjes ? U weet wel, die keutelachtige pseudovleesvormen die mensen vóór de machtsgreep van masterchefs en andere beeldbuisgastronomen complexloos op een prikkertje aan hun vriendenkring plachten te voeren. Samen met dobbelstenen gouda en ananas uit blik en borrelnootjes recht uit de plastic zak. Hoe simpel gezelligheid toen was. Met zijn allen boven de walmende pot druivenpitolie, gewapend met een lange vork om hompen rund te schroeien en vervolgens in Devos Lemmens t...

Hoe zou het nog zijn met de tv-worstjes ? U weet wel, die keutelachtige pseudovleesvormen die mensen vóór de machtsgreep van masterchefs en andere beeldbuisgastronomen complexloos op een prikkertje aan hun vriendenkring plachten te voeren. Samen met dobbelstenen gouda en ananas uit blik en borrelnootjes recht uit de plastic zak. Hoe simpel gezelligheid toen was. Met zijn allen boven de walmende pot druivenpitolie, gewapend met een lange vork om hompen rund te schroeien en vervolgens in Devos Lemmens te wentelen. Helaas, sinds de mensheid kreunt onder de tirannie van telegenieke koksmutsen weet zelfs de grootste hork dat je bij wijze van culinair voorspel niet meer wegkomt met chips en blokjes-kop-met-een-zilveruitje. Komen eten ? Dan hoort er minstens een brandade van forel in het glaasje, of zalmmousse met rodebietenscheuten op het lepeltje. En dan moeten we nog aan het voorgerecht beginnen. Pas op, ik heb veel over voor de vriendschap. Maar gezelligheid kent wél tijd. Persoonlijk ben ik geen voorstander van gerechten die twee dagen voorbereiding vergen, negen volle minuten om ze te verorberen, en twee dagen om de keuken in haar oorspronkelijke staat te herstellen. Sterker nog, qua culinaire stijl ben ik een vurige aanhanger van de school van Gene Bervoets destijds : een swingend muziekje kiezen, een grote kasserol op het vuur zetten, daarin alle toevallig voorradige ingrediënten kwakken, en een uurtje vrolijk laten pruttelen, ontspannen tegen het aanrecht geleund, onder het genot van de côtes de Provence die voor de saus bedoeld was. Helaas stikt het nu van de televisieprogramma's die je willen doen geloven dat mensen de volgende dag niet langer tot je vriendenkring behoren als je ze niet minstens een ceviche of escabèche van een of andere vergezochte vis voorschotelt, voorafgegaan door aardperencrème met coquilles en met perencrumble in chocolade toe. Een rigoureuze ontvetting van het overkokend vat met televisiekoks dringt zich op. Mogen blijven : Meus en andere Flemish Foodies die koken een leuke bezigheid vinden, maar geen Heilige Roeping. Dienen onverwijld van het scherm te verdwijnen : lui die de termen cuisson, fraîcheur, alsook zalfje, zweempje en schuimpje ijdel gebruiken, en keukendespoten die zich als een Amerikaanse drilsergeant tegenover hun ondergeschikten gedragen. Verder stel ik mijn veto tegen elkeen die ervan uitgaat dat tweelagig kaasdoek tot de standaarduitrusting van de hobbykok behoort. Het leven is domweg te kort om bouillon en muggen te ziften. LINDA ASSELBERGS