Allerliefste Linda Asselbergs, mijn verloofde en ik zijn al eeuwen grote fans van jouw column Onnodig indien ernstig. Misschien is het daarom des te schokkender om te lezen wat je over mij schreef. "Niets is zo meelijkwekkend als de Serge Simonarts van deze wereld..." (Column Harry's mum, WK 32, 8 augustus). Niéts is zo meelijwekkend ? Nou, nou, wat een gebrek aan gevoel voor verhoudingen. En hoe negatief. En wat een vooroordeel tegenover iemand met wie je nog nooit hebt gesproken en die jou niets heeft misdaan ! Waar en wanneer heb ik ooit gezegd dat ik "eeuwige roem claim" omdat ik toevallig een hoop supersterren spreek ? Integendeel, àls ik daar al naar word gevraagd, is het even onvermijdelijk dat er namen vallen, het is tenslotte mijn werk. Ik ben zelf de eerste om die intimiteit met sterren te relativeren. Thuis praat ik bijvoorbeeld nooit over mijn werk. Letterlijk. En mijn zielenleven speelt zich af in het Engeland van de negentiende eeuw, niét in de voortuin van David Bowie. Ik ben veel trotser op mijn gevoelige, mooie in memoriam voor John Massis indertijd, of op mijn artikels over Monumentenstrijd (want mijn zelfbeeld is duizend keer eerder 'man die ijvert voor het behoud van mooie oude gebouwen' dan 'man die op sterren geilt'), of op mijn Onze Man-artikels ( Onze Man gaat bedelen, Onze Man in het klooster enzovoorts), want die zijn veel origineler, en bovendien veel beter geschreven dan mijn interviews.

Maar als ik ergens trots op ben, dan is het wel op het feit dat ik in meer dan twintig jaar tijd nog nooit iets of iemand heb afgebroken of gehekeld in Humo. In de duizend artikels die ik sinds mijn zeventiende schreef, vind je letterlijk géén bad vibes, géén natrappen, géén uithalen naar collega's. Hoogstens wat ironie en milde spot in de Onze Man-stukken, en dan ben ik altijd zo vriendelijk om de naam van de beschreven excentriekeling te veranderen opdat het geen persoonlijke aanval zou lijken. Ik heb ook nog nooit mijn positie misbruikt voor het regelen van persoonlijke vetes. De essentie van mijn werk (niét 'mijn leven', en zeker niet 'mijn zelfbeeld') is dat ik van mijn hobby mijn werk heb gemaakt : ik was gepassioneerd door muziek, dus ik heb er zelf (zonder cadeautjes van anderen) voor gezorgd dat ik de mensen kon spreken die mij boeien en van wie ik misschien nog iets kan leren. En die mensen zijn toevallig beroemd. Blijkbaar volstaat dat om een sneer te krijgen in een column. Jammer.

Serge Simonart