Liegen tijdens een interview. Tegen een jazzdiva nog wel. Wat zouden de deontologen van de journalistenbond daarvan denken ? Maar laat ik een woordje uitleg geven. Het bewuste interview was met Diana Krall, de derde mevrouw Elvis Costello ( zie p. 210). Diana was in Londen om een nieuwe cd te promoten en had de voorbije weken hele volksstammen pers over zich heen gekregen. Voornamelijk mannen, want om ondoorgrondelijke redenen zijn vrouwelijke muziekjournalisten eerder schaars. Wat haar opluchting verklaarde toen ze mij in 't oog kreeg. Want een diva is ook maar een vrouw, zeker als ze zes maanden zwanger is. En D...

Liegen tijdens een interview. Tegen een jazzdiva nog wel. Wat zouden de deontologen van de journalistenbond daarvan denken ? Maar laat ik een woordje uitleg geven. Het bewuste interview was met Diana Krall, de derde mevrouw Elvis Costello ( zie p. 210). Diana was in Londen om een nieuwe cd te promoten en had de voorbije weken hele volksstammen pers over zich heen gekregen. Voornamelijk mannen, want om ondoorgrondelijke redenen zijn vrouwelijke muziekjournalisten eerder schaars. Wat haar opluchting verklaarde toen ze mij in 't oog kreeg. Want een diva is ook maar een vrouw, zeker als ze zes maanden zwanger is. En Diana was het zat om over muziek te praten. Girls talk wilde ze, over haar zere rug, dikke enkels en het wereldwijde tekort aan sexy avondkledij voor dikke buiken. Of ik wist waarover ze het had ? Tja, wat zeg je dan ? "Ik zou het niet weten, ik heb namelijk geen koters ?" Dan valt het gesprek gegarandeerd in duigen. Dus knikte ik empathisch en hoopte vurig dat er geen zwart kruis op mijn voorhoofd zou verschijnen. Hoe oud mijn kinderen dan wel waren, wilde Diana verder weten. Het klamme zweet brak me uit. Ik dacht hard aan de zonen van een goede vriendin. "De oudste is net dertig geworden", bracht ik uit, waarop Diana vond dat ik er nog goed uitzag voor mijn leeftijd. "Als ik zo oud ben, is de mijne pas twaalf", zuchtte ze. Ik vond haar een aardig mens. En ja, het was niet de eerste keer dat ik een fictief nageslacht uit mijn hoed toverde. Bewust kinderloos zijn, voor een vrouw is het één van de laatste taboes. In meer exotische culturen moet je er al helemaal niet mee aankomen. Een vrouw die niet gebaard heeft, is het meest nutteloze creatuur ter wereld. Dat het een straf van de goden was, zei een hindoe me ooit in alle ernst. In een vorig leven had ik zeker vogelnesten leeggeroofd. Daar was ik niet goed van : ik die altijd zo lief was voor de vogeltjes. Voor kindjes trouwens ook, alleen hoeven het niet per se de mijne te zijn. Waarom niet ? Zelfs hier bij ons zoeken mensen daar graag enige tragiek achter. Ooit werd ik opgebeld door een researcher voor een Jambersachtig programma over de offers die vrouwen brengen voor hun carrière. Ik, offers ? Ik hoorde het in Keulen donderen. En onlangs nog zei een man langs zijn neus weg dat er achter de luchtigheid inzake mijn kinderloze staat vast meer verborgen verdriet zat dan ik wilde toegeven. Nee dus. Alleen heeft de hoofddesigner hierboven verzuimd er bij mij een moederinstinct bij te leveren. Assemblagefoutje zeker. Baby's, ik mag er graag naar kijken. Op de redactie woedt er al geruime tijd een babyboom en ik kan niet voorbij de foto's op het prikbord lopen zonder te glimlachen om al dat verse, rozige leven dat argeloos de wereld inblikt. Maar ik mag er niet aan denken om zo'n onnozel wicht tot een weerbaar lid van deze maatschappij op te voeden. "Heb je er echt geen spijt van ?" willen jongere collega's vaak weten. Vooral zij die een eind in de dertig zijn en bij wie de innerlijke chrono steeds nadrukkelijker tikt. Nogmaals : nee. Wat ik met een zekere schroom zeg, want voor hetzelfde geld hebben zij er later wél spijt van. Maar gelukkige kinderloze vrouwen, het bestáát. Met mijn excuses aan Diana Krall. Linda Asselbergs