Ozonpieken, verpieterende tuinen en bejaarden, te weinig of juist te veel water ineens, het is me wat met die zomer. Maar laat ik het vooral hebben over het échte probleem van de moeder aller hittegolven : te veel vlees, te weinig textiel. De omvang van die ramp werd mij pijnlijk duidelijk toen ik de afgelopen week voor een interview over en weer naar Londen moest. Het begon al op de trein van Antwerpen naar Brussel. Wie die wel eens neemt, weet dat het spoor ter hoogte van Brussel-Noord rakelings langs het werkterrein van de aldaar bedrijvige seksuele helpsters loopt. Voor de prijs van een enkeltje tweede klas glijden de meest exotische taferelen gerieflijk ...

Ozonpieken, verpieterende tuinen en bejaarden, te weinig of juist te veel water ineens, het is me wat met die zomer. Maar laat ik het vooral hebben over het échte probleem van de moeder aller hittegolven : te veel vlees, te weinig textiel. De omvang van die ramp werd mij pijnlijk duidelijk toen ik de afgelopen week voor een interview over en weer naar Londen moest. Het begon al op de trein van Antwerpen naar Brussel. Wie die wel eens neemt, weet dat het spoor ter hoogte van Brussel-Noord rakelings langs het werkterrein van de aldaar bedrijvige seksuele helpsters loopt. Voor de prijs van een enkeltje tweede klas glijden de meest exotische taferelen gerieflijk traag aan je voorbij. Vandaar waarschijnlijk de slogan : de trein, dat is altijd een beetje reizen. Zoals gewoonlijk waren de dames in kwestie eerder schaars gekleed, wat in hun geval onder de noemer beroepsijver valt. De klanten, dat is een andere zaak. Bestaat er zoiets als een dresscode voor hoerenlopers, vraag ik me nu ineens af. Zoals ik me wel meer vragen stel over dat fenomeen en bij uitbreiding over het manzijn in het algemeen. Het was halfnegen, een prachtige zomermorgen. "Laten we de dag een beetje leuk beginnen, Frans, en naar de hoeren gaan", denkt zo'n man dan. Want het was er best druk, op dat vroege uur naast het spoorwegviaduct. Minstens een dozijn mannen liepen langs de gevels de waar te keuren. En kijk, daar kwam er eentje naar buiten. Zo te zien een tevreden klant, onder zijn zwarte wrap around-zonnebril meende ik een voldane glimlach te bespeuren. Verder had de ietwat corpulente Romeo een mouwloos T-shirt aan, dat een atletische twintigjarige wellicht beeldig zou staan, en een driekwartbroek boven melkwitte benen en rubberen teenslippers. Tussen haakjes, de uitvinder van de driekwartbroek is volgens mij ook de uitvinder van de antipersoonsmijn en verdient een langzame en zeer pijnlijke executie. Krijg zoiets over je heen, dacht ik nog. Zou een prostituee een klant mogen weigeren wegens vestimentaire wreedheid ? Wat verder liep een knoestige opa in een licht gedateerde coureurs-outfit, gesponsord door Het IJsboerke. "Snel een tandje bijsteken voor het straks te heet wordt", had die thuis wellicht gezegd. Nu begreep ik ook de betekenis van het krantenartikeltje dat ik net gelezen had : "Vijftig klanten van prostituees beboet in Antwerpen." Wegens fashion crimes ongetwijfeld. Niet dat het in Londen beter was. Toen de Britten nog een Empire hadden, dronken ze bij veertig graden thee onder een tropenhelm en gin and tonic in full evening wear. Maar tegenwoordig volstaat een beetje hitte in eigen contreien om hun ampele rood en witte vel, rijkelijk getatoeëerd en gepiercet, te doen overkoken uit minuscule short-jes, singlets en ongeknoopte hemden. In de underground stond er een vrijwel naakte man naast me. Onderweg naar het strand of wie weet, naar de meisjes. Spaart allicht tijd, zo zonder kleren. Op zijn machtige buik zat een boos litteken, je kon tellen hoeveel nietjes de chirurg gebruikt had om de bres te dichten. Even later kwam ik hem opnieuw tegen, bij de bar van The Claridge's. Voor de gelegenheid had hij een lila poloshirt over zijn pens gedrapeerd. Maar de kelner keek afkeurend naar zijn blote knieën. "Sorry sir, no shorts." Misschien een tip voor de meisjes aan het Noordstation. Linda Asselbergs