Leeftijden, rassen, sociale achtergronden worden gemengd. En het werkt. Al is het met vallen en opstaan. ?Zo leren ze van elkaar", zegt direkteur Harry Peersmans. Met een alternatieve aanpak veranderde zijn stervende koncentratieschool in een multikulturele magneetschool : De Linde.
...

Leeftijden, rassen, sociale achtergronden worden gemengd. En het werkt. Al is het met vallen en opstaan. ?Zo leren ze van elkaar", zegt direkteur Harry Peersmans. Met een alternatieve aanpak veranderde zijn stervende koncentratieschool in een multikulturele magneetschool : De Linde.SABINE LAMIROY FOTO'S : GERALD DAUPHINAcht uur. De ochtend is kil en mistig. De speelplaats van het Deurnese buurtschooltje ?De Linde" loopt vol. Een veelkleurige bende kinderen loopt af en aan. Druk pratende ouders onder hen vandaag slechts één Marokkaanse vrouw stappen naar het koffielokaal voor de dagelijkse babbel. ?Er is meer dat ons bindt, dan dat ons scheidt", zegt direkteur Harry Peersmans (48), doelend op de migranten. En hij weet waar hij over praat. Met een alternatieve aanpak veranderde zijn zieltogende schooltje op een jaar tijd in een multikulturele magneetschool. Een projekt dat niet onopgemerkt bleef. Het sukses van ?De Linde" wekte in pedagogische kringen én daarbuiten heel wat pro's en contra's. Op tien jaar tijd was de vrije basisschool Mariagaarde in de Van Steenlandstraat weggezonken naar een honderd procent koncentratieschool, uitsluitend bevolkt met migrantenkinderen. Direktie noch leerkrachten konden tegenhouden dat de Belgische ouders hun kinderen wegtrokken. Het aantal leerlingen slonk van 350 tot een 50-tal, kleuters en lager onderwijs samen. ?Jaren geleden heb ik hier samen met enkele ouders een paar lindebomen geplant", vertelt Harry Peersmans. ?Het was een faze van wanhopig sjacheren, afkopen : als ik nu dit doe of dat doe, dan zal het hier misschien wat aantrekkelijker worden. Maar fundamenteel verander je niets, omdat je niet aanvaardt dat de teloorgang er is."Toen de toestand niet meer houdbaar was, staken buurtwerkers, direktie en leerkrachten de koppen bijeen. Ze gingen rondkijken, onder meer in de buurlanden, vergaderden, diskuteerden, vroegen en kregen advies van pedagogen en taalkundigen en werkten een eigen alternatief, multikultureel projekt uit. Basisopzet : een betere integratie, kinderen voorbereiden op een multikulturele samenleving. De resultaten waren verbluffend. De Linde werd druk bezocht door mensen uit het onderwijs die kwamen kijken hoe het werkte, het schooltje haalde de pers en voor het volgende schooljaar begon, was er een wachtlijst voor inschrijvingen. En gekrakeel. Een controverse rond de selektie en doorverwijzing van leerlingen mondde uit in een kortgeding, aangespannen door Marokkaanse ouders die zich uitgesloten voelden, hierin gesteund door leden van Scholen zonder racisme. Uiteindelijk werd de school in het gelijk gesteld. ?Het is zeer moeilijk om de samenstelling in evenwicht te houden. Want de school is niet alleen multikultureel, ze is ook alternatief. Het een zonder het ander gaat niet. Wie de vlag van het multikulturele zwaait en daar niets heeft achter steken, vaart met een lege boot. Bovendien werken wij met ?ervaringsgericht onderwijs", dat wil zeggen met kleine groepjes. Het multikulturele staat soms helemaal haaks op het alternatieve. Pas als je eraan begint, merk je waar de knelpunten zitten. Het feit dat er maar 12 kinderen kunnen zijn per leeftijdsgroep, 6 Vlaamse en 6 migranten, maakt het heel moeilijk om de school naar de buurt toe open te houden. Sommigen komen op een wachtlijst te staan. Voor Marokkaanse gezinnen, vaak met veel kinderen, die hier vlak in de buurt wonen, is het moeilijk te begrijpen dat een of twee kinderen hier wel naar school kunnen en anderen niet. Ze zijn ook helemaal niet vertrouwd met ons systeem. Ze hebben een andere opvatting over de school, zij verwachten dat de school hen een pakket kennis meegeeft zonder dat zij daar iets moeten aan doen. Ervaringsgericht onderwijs is net het tegenovergestelde. Dat schept spanningen. Er moet dagelijks gewerkt worden aan die kommunikatie, anders wordt de kloof almaar groter. Het moet allemaal nog in zijn plooi vallen. Een jaar is kort. Misschien hebben we het kommunikatieprobleem tussen de kulturen onderschat. Maar wij moeten trouw blijven aan de principes van ons projekt en dat heeft zijn beperkingen."Harry Peersmans praat voorzichtig, een beetje gelaten ook, het laatste jaar is niet makkelijk geweest. ?Het is niet zo dat we hier met gewone klassen zitten, we hebben telkens klassen van 24 leerlingen, dat wil zeggen twee leeftijdsgroepen van 12 : 2,5- en 3-jarigen zitten bijeen, de 4- en 5-jarigen, de 6- en 7-jarigen enz. Bij momenten zitten ze ook allemaal bij elkaar. Er zijn nu 2 groepen in het lager onderwijs, 2,5 in het kleuteronderwijs. Volgend jaar komt de laatste leefgroep erbij. En in die leeftijdsgroepen zitten we nog eens met een kulturele heterogeniteit : er zitten kinderen met een Vlaamse achtergrond, er zitten kinderen met een Marokkaanse achtergrond, en nog andere nationaliteiten. Bovendien zoeken we ook heel bewust leerlingen bijeen te brengen van verschillende sociale lagen. De school is vol met 120 leerlingen. Groepen groter maken kan niet, 24 is hanteerbaar. Dat heeft men op andere alternatieve scholen ervaren. Bovendien willen we eerst het pedagogische koncept verder ontwikkelen, daar hebben we een aantal jaren voor nodig. Je bent met kinderen bezig, je kunt niet zomaar gaan experimenteren."De projektmakers gingen niet over één nacht ijs. Binnen de beperkte groep van personeel die in de oude school nog overgebleven was, was er een sterke vraag om iets te ondernemen. Er waren al pogingen geweest om met menggroepen te werken. Toen kwam ook de vraag van buitenuit, onder meer van de dekanale werkgroep multikultureel samenleven, en van een aantal buurtgroepen zoals Khamsa. ?Wij hebben een jaar gewerkt aan de voorbereiding, het uitwerken van het pedagogisch koncept, tot de tijd rijp was om ermee naar buiten te komen. Het wonder van de zaak is dat wij op een jaar het tij hebben kunnen keren. Het eerste jaar zijn we gestart met 30 leerlingen in de lagere school en 42 in de kleuterschool. Dit jaar zitten we met 47 kinderen in de kleuterschool en 40 in de lagere school. Het grote probleem is dat ik nu veel meer leerlingen heb, maar niet voldoende middelen omdat die maar toegekend worden op basis van de lestijden van het vorige jaar. En er bestaat geen speciale omkadering voor dit soort projekten."Na lang diskussiëren werden grondbeginselen vastgelegd, zoals heterogene groepen, projektwerk, werken vanuit zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, zelfervarend leren, de bewuste ouderparticipatie. ?De opvulling daarvan kan bijgestuurd worden", legt Harry Peersmans uit. ?Het projekt is niet gebaseerd op een bestaand model. Vanuit de KUL wordt het projekt wel op de voet gevolgd en bijgestuurd. Dit jaar wordt vooral het aksent gelegd op differentiatie. Want in een groep met twee leeftijden zit je sowieso met een verschil in kennis en mogelijkheden. ?We moeten ervoor zorgen dat de kinderen elkaar blijven helpen. Maar steeds volgens het principe van zelfontdekkend leren : we gaan ervan uit dat de leerkracht in elk kind zit. Als begeleider moet je er alleen voor zorgen dat je dat in hen losweekt. Door hun motivatie te verhogen, door ervoor te zorgen dat zij nauw betrokken zijn bij het leerproces en zich daar wel bij bevinden. Op basis daarvan observeren wij. Werkt het niet, dan grijpt de leerkracht in. Op die manier gaan kinderen veel meer initiatief ontplooien. Maar dat kan natuurlijk niet met alle vakken. Een tweede element als je integratie wil, is dat kinderen van elkaar leren en daardoor elkaar gaan waarderen. In de projektwerking krijgen ze de kans om vanuit hun eigen achtergrond te werken rond een tema. Zo koos de vierde leefgroep onlangs ?straatkinderen" als projekt. Dan krijg je vanzelf een grote betrokkenheid. Een derde element is de ondersteuning door de ouders. Je hebt hier een publiek dat zeer bewust kiest voor dit systeem, maar er ook vragen bij heeft. Logisch, want het is niet af. Het is een voortdurend zoeken met hulp van de ouders : op hen wordt een beroep gedaan om iets te komen vertellen, om kinderen met de auto ergens naartoe te brengen, nu zijn er een paar bezig met een dokumentatiecentrum. Anderen werken aan de integratie, nog anderen zoeken oplossingen voor het financieel probleem. Ouders hebben sponsors gezocht. Wij hebben een miljoen geïnvesteerd om de zaken op gang te brengen. Maar de school groeit en wij moeten voort. Zo hebben wij vorig jaar een leerkracht grotendeels zelf betaald. De laatste pijler is het muzisch-kreatieve. Daarvoor zijn leraars aangetrokken van buitenaf. Iemand uit de alternatieve muziekschool De Walrand komt dans en muziek aanleren, iemand met een kunstopleiding geeft manuele expressie, de turnleerkracht geeft ook dans en motoriek. Anders dan in de Steinerschool blijven leraars bij hun leefgroep-klas, ze schuiven niet mee op. ?Wij vinden het goed voor kinderen om ook in kontakt te komen met een andere leerkracht, daarom doen wij ook een beroep op mensen buiten de school. Gezien het vrij complexe leeraanbod, zeker wat de taal betreft, vinden wij het belangrijk dat de leraar de materie zeer goed beheerst. Wij moeten kinderen klaarstomen die minstens de eindtermen halen. Ik ben daar vrij gerust in. Taal, rekenen, wereldoriëntatie : geen probleem. Bovendien zitten in die eindtermen ook een aantal sociale vaardigheden, en daar wordt hier sterk op gewerkt : kinderen moeten leren opzoeken, vragen stellen, initiatieven nemen. Alles wat ze zelf kunnen, moeten ze ook zelf doen. Ook verantwoordelijkheid nemen. Vorig jaar bijvoorbeeld werden de lindebomen gesnoeid. We hadden afgesproken dat zolang er niets gebeurde dat gevaarlijk was, de kinderen met die takken mochten doen wat ze wilden. Ze hebben geëxperimenteerd : lansen gemaakt, kampen, balansen. Je moet kinderen iets durven in handen geven. En dan zien wat er gebeurt."Telkens opnieuw benadrukt Harry Peersmans dat het vooral om teamwerk gaat. ?Ik draag dat projekt niet alleen. Dat kan ook niet. Mensen van buitenaf, ook van het buurtwerk, zijn hierin onmisbaar. Eigenlijk is dit projekt de realizatie van een oude droom. Ik had veel gelezen over andere systemen. Maar als individuele leerkracht kun je dat niet waarmaken. Ik ben 17 jaar leraar geweest in een kollege en ben daarna drie jaar bezig geweest met begeleiding van het Vernieuwd Lager Onderwijs. Ik heb toen veel scholen gezien, kunnen nadenken over het systeem. Je kunt wat aan participatie van de ouders sleutelen, maar veel verder kom je niet. Ik was wel altijd bezig met nieuwe dingen, vanuit het Hoger Instituut voor Opvoedkunde, met het schrijven van nieuwe handboeken. Het bleef een uitdaging omdat ik zag dat het klassieke systeem niet voor alle kinderen werkt. Hier moet je niet in de eerste plaats de vraag stellen : welke kinderen ? Maar : uit welke gezinnen komen die kinderen ? Meestal gaat het om ouders die andere aksenten leggen, die op zoek zijn naar waarden in het leven als verdraagzaamheid, verantwoordelijkheid, zelfstandigheid, persoonlijkheid. Maar het is niet wit-zwart. Het is niet omdat ouders kiezen voor het klassieke systeem dat zij helemaal niet kritisch zijn. Het ene schoolsyteem moet naast het andere kunnen bestaan. Tien jaar geleden was de tijd niet rijp voor een afwijkende school als de onze, nu wel." Bestaat met die alternatieve werking niet het gevaar dat De Linde afglijdt naar een eliteschool ? ?Dat willen wij zeker niet. Wij nemen bewust een aantal mensen mee die niet zo intens bij het projekt betrokken zijn. Onder meer een aantal Marokkaanse ouders waarvan wij weten dat ze het zeer moeilijk zullen hebben om mee te stappen. Wij hebben de Marokkaanse groep diverse keren bijeengeroepen om de werking uit de doeken te doen. Maar misschien hebben we het grote kultuurverschil toch onderschat. Via vaderavonden of moedermiddagen proberen we uit te leggen dat we aan het leren zijn. Zij spreken niet alleen geen Nederlands, ook onze schooltaal is hun vreemd. We zitten nog op twee treinen, ook al willen we naar dezelfde bestemming. Dat moet groeien. Die mensen zijn nog beschroomd en een deel onwetend."Wij kunnen niet de integratie waarborgen voor de hele gemeenschap in Antwerpen. Maar we zijn goed bezig op onze beperkte manier. Wij hebben een beetje een voorbeeldfunktie. De mensen van wie de kinderen hier op school zitten, zetten we op weg om beter te integreren. Kinderen zelf maken er geen probleem van dat er een Zaïrees meisje of een Marokkaanse jongen in de klas zit. Opmerkelijk was dat ouders van het eerste jaar vertelden dat het soms maanden duurde voor zij voor het eerst een opmerking hoorden van : Ahmed, die spreekt thuis anders. Voor vaders en moeders worden gemengde werkgroepen georganizeerd, ze koken bijvoorbeeld een avond samen. Dat groeit, maar je kunt het niet forceren. Ik geloof niet in honderd keer vergaderen. Je moet dingen doen en aanvaarden dat er maar een beperkt aantal ouders komen. Volgende keer meer. Mensen integreren door te praten, door van elkaar te leren, door vooroordelen weg te werken, door een aantal gemeenschappelijke verlangens te ontdekken. Er is veel meer dat ons bindt, dan dat ons scheidt. Maar dat is een zeer langzaam proces." Op het eind van vorig schooljaar is er een ernstige evaluatie geweest. Het resultaat kan ik best samenvatten met de uitspraak van een ouder : Tot mijn verbazing werkt het systeem. Kritisch maar toch gelukkig dat het loopt. Het is niet makkelijk omdat je met veeleisende mensen zit, met heel veel vragen. Maar dat is ook boeiend. Vandaar ook de naam ?De Linde". Vroeger kwamen mensen op het dorpsplein samen onder de lindebomen. Soms werd er recht gesproken, of er werden besluiten genomen onder die bomen. Het is ook onze bedoeling dat mensen hier samenkomen. Onder de lindebomen werd gefeest en gespeeld. Ook hier. Lindehout wordt veel gebruikt door beeldhouwers. Wij leggen op school sterk het aksent op het kreatieve, op muziek. Er waren zoveel parallellen dat wij voor De Linde kozen als naam. Vorig jaar hebben wij een nieuwe lindeboom geplant. Verschil in leeftijd en kultuur geeft sowieso verschil in kennis en mogelijkheden : door elkaar te helpen, leren kinderen elkaar waarderen.Zelf maken de kinderen er geen probleem van dat er een Zaïrees meisje of een Marokkaanse jongen in de klas zit.Harry Peersmans : In elk kind zit een leraar. Als begeleider moet je proberen dat in hen los te weken.