Van de Bosmierweg door de Kernemelkstraat, rijdend in alweer de automobiel. De namen van straten, lanen en dreven zijn een terugkerende bron van vermaak. Ik kan er intens van genieten dat er zoiets als Laagwormen, een Vagevuurstraat en zelfs een Muldersveld bestaat. In feite vind ik het raar, en hoopgevend, dat straatnamen vooralsnog van commerciële belangen gespaard zijn gebleven. Het verwondert mij dat de Guy Serraesen en Geert Versnicks dezer wereld er nog niet opgekomen zijn om het areaal aan straatnamen aan de hoogste bieders te verpatsen. Narcistische burgers met centen of anders wel bedrijven en merken, zodat je door de Nokiastraat zou kunnen rijden, een klant bezoeken in de Durexdreef of, waarom niet, een lief zitten hebben in de Heinz Tomato Ketchup-laan.
...

Van de Bosmierweg door de Kernemelkstraat, rijdend in alweer de automobiel. De namen van straten, lanen en dreven zijn een terugkerende bron van vermaak. Ik kan er intens van genieten dat er zoiets als Laagwormen, een Vagevuurstraat en zelfs een Muldersveld bestaat. In feite vind ik het raar, en hoopgevend, dat straatnamen vooralsnog van commerciële belangen gespaard zijn gebleven. Het verwondert mij dat de Guy Serraesen en Geert Versnicks dezer wereld er nog niet opgekomen zijn om het areaal aan straatnamen aan de hoogste bieders te verpatsen. Narcistische burgers met centen of anders wel bedrijven en merken, zodat je door de Nokiastraat zou kunnen rijden, een klant bezoeken in de Durexdreef of, waarom niet, een lief zitten hebben in de Heinz Tomato Ketchup-laan. Gelukkig rijd ik niet doelloos door die straten. Ik ben op weg naar een winkel van Lidl, een naam die ik niet graag uitspreek omdat hij mij het gevoel geeft met een spraakgebrek te kampen. In die Lidl wil ik mij een fles olijfolie aanschaffen van het merk Vita d'Or. "Beste van de test" volgens Test-Aankoop, en bovendien de jouwe voor de spotprijs van 2,79 euro. Daarvoor kun je niet sukkelen, zoals men zegt. Ik ben zelfs bereid daar een hoop grauwe mensen voor te trotseren, waarvan er een het beurtbalkje tussen zijn winkelwaar en de mijne legt met een plezier dat ik nooit zal begrijpen. Natuurlijk koop ik niet alleen de olijfolie maar ook de "nietmachine van metaal" en zelfs de "gatzagenset", waarvan ik het gevoel heb dat hij mij nog eens van pas zal komen, ooit. Als de achtpotige monsters uit de riolering komen gekropen. Terug buiten uit de winkel, dreigt het gevoel van onmacht los te breken dat ik al een paar uur ingesloten houd. De lucht is grijs en in de verte wiegen bomen in de wind, op altijd weer diezelfde onbevredigende wijze. Ik denk aan de liefde die een facelift zou verdragen. Ik denk aan de jonge katjes die mij niet meer vertederen. Ik denk aan de wegomleggingen, die de laatste tijd talrijk in het straatbeeld aanwezig zijn maar ook in mijn leven, zodat ik geen snelheid kan halen en na 50 meter rechtsomkeert moet maken, achteruit, over hobbelige wegeltjes dwars door weilanden waarin koeien naar mij staren, alsof ze iets willen zeggen maar niet goed weten wat, tot mij alweer de pas wordt afgesneden door een boer die bieten uit de grond haalt, met machines als draken van verre planeten. Is er een rechtsinstantie waar je klacht kunt neerleggen tegen de bedenkers van flauwe grappen ? Wie kan je dagvaarden als je het gevoel hebt dat de dingen je tegenzitten, niet op verpletterende wijze, maar op een subtiele, met galgenhumor en al ? Er zijn samenlopen van omstandigheden die ik niet begrijp. Vingerwijzingen waar een boodschap achter lijkt te zitten, maar altijd een tegenstrijdige, een gefezelde, een waar je weinig praktisch nut aan hebt. "Toeval bestaat niet", hoor ik vaker zeggen dan mij lief is. Ik heb altijd wantrouwen tegen die uitspraak gekoesterd. Gelukkig staat ze sinds kort waar ze past : in Het Grote Foute Clichésboek, op pagina 168. Misschien is het geen kwaad idee kaarsen van pater Pio te branden en dapper verder te gaan, met mijn haar tussen mijn tanden. Wachten tot het onweer overwaait. De juiste mensen op hun smoel slaan. Vaak met mijn dochter gaan wandelen. Zij maakt mij vrolijk, dat kind, op een manier waardoor ik mij bijna schuldig ga voelen. Ben ik het niet die verondersteld word haar rots in de branding te zijn, in plaats van omgekeerd ? Wijzere lieden hebben mij daarover gerustgesteld : je zou de mensen de kost niet willen geven die uit hun kinderen levenslust putten. Dus vergaap ik mij ongegeneerd aan haar. Hoe ze lacht, hoe ze zwaait, hoe ze hoge kreetjes slaakt - nu al in twee lettergrepen. Hoe ze fronst bij het voorbijdonderen van motorfietsen, net zoals haar papa. Naar het schijnt worden er in de fabriek efficiënte knalpotten gemonteerd, maar zijn er volop idioten die grof geld uitgeven om die door lawaaierige exemplaren te vervangen. Zo kunnen ze alle baby's van de stad doen schrikken. Dat vinden ze dan stoer. Het misprijzen dat ik voor dat soort halvezolen voel, valt niet meer constructief te noemen. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders