Je hebt van die dagen waarop Reve dan toch plotseling helemaal dood is. Ik hoor het op de radio, wanneer ik opsta en mij de tanden poets, dat alles met meer zwaarte dan op dagelijkse ochtenden, omdat deze ochtend een soort taaie textuur heeft, die ik ken van vergelijkbare ochtenden en die doorgaans niet veel heilzaams voorspelt. Het belooft zo'n dag te worden waarop je tegen de stroom in moet roeien, zo'n dag waarop je jezelf bevuilt bij het simpele openen van een pot yoghurt, die de onverklaarbare behoefte voelt om je te lijf te gaan met tientallen spetters. Het is zo'n ochtend waarop boterhammen vallen, met de confituur naar beneden, plets op de grond. Zo'n ochtend waarop het leven je tegenwerkt, niet op wrede, openlijk vijandig wijze, maar op die spottende manier waarin het tamelijk bedreven is : met vreemde coïnciden...

Je hebt van die dagen waarop Reve dan toch plotseling helemaal dood is. Ik hoor het op de radio, wanneer ik opsta en mij de tanden poets, dat alles met meer zwaarte dan op dagelijkse ochtenden, omdat deze ochtend een soort taaie textuur heeft, die ik ken van vergelijkbare ochtenden en die doorgaans niet veel heilzaams voorspelt. Het belooft zo'n dag te worden waarop je tegen de stroom in moet roeien, zo'n dag waarop je jezelf bevuilt bij het simpele openen van een pot yoghurt, die de onverklaarbare behoefte voelt om je te lijf te gaan met tientallen spetters. Het is zo'n ochtend waarop boterhammen vallen, met de confituur naar beneden, plets op de grond. Zo'n ochtend waarop het leven je tegenwerkt, niet op wrede, openlijk vijandig wijze, maar op die spottende manier waarin het tamelijk bedreven is : met vreemde coïncidenties en lastige wendingen, alsof het je een lange neus wil zetten met twee handen in elkaars verlengde, en vingers die tergend bewegen als speelden ze trompet. Of met zo'n lange tong van papier, die knisperend uitschuift als je erop blaast en túúúút ! zegt als ze maximaal is opgerekt. Zo erg is dat gelukkig allemaal niet. Op de radio wordt beweerd dat de Amerikanen Iran willen binnenvallen, mogelijks met inzet van tactische kernwapens. Dit omdat - de ironie - Iran anders wel eens tactische kernwapens zou durven ontwikkelen. Het nieuws zou bedienden, vakbondslui en helpers van zelfstandigen het werk uit de handen moeten laten vallen. Het zou ze naar Brussel moeten jagen, om daar gebouwen te bezetten en het land te verlammen, net zolang tot alle banden worden verbroken met de schurkenstaat. Meer dan het nieuws van de nakende oorlog stoort mij echter het opschrift van de shampoo, waarin een taalfout is geslopen. Onlangs meldde mijn virusscanner dat een automatische update gedownloadt was. Op een fles water las ik de kleine lettertjes die een slordige copywriter er had achtergelaten : "Karel, wil jij nog checken of dit klopt ?" De onachtzaamheid van deze tijden. In de sfeervolle bakkerij waar ik mijn ontbijt ga nemen, staart de Volksschrijver mij van op de voorpagina van De Morgen aan. Zijn bovenlijf is ontbloot en hij heeft een hoed op het hoofd, waardoor hij zelf een beetje op een circusjongen lijkt. Uit de Boseluidsprekertjes vloeit een kristalheldere versie van het Ave Maria, ongetwijfeld geheel toevallig maar daarom niet minder toepasselijk. Het geeft het moment een gepast soort pathos, waaraan zelfs geen afbreuk wordt gedaan door de overdreven nichterigheid van de jongen die mijn koffiekoeken brengt. Ik ben geen diehardfan van Reve. Ook geen Revehater. Ik heb gewoon een paar boeken van de man gelezen, met wisselend succes. Zijn dood zal geen gapend gat in mij achterlaten, zoals bijvoorbeeld de dood van mijn grootmoeder zou doen, of die van mijn kat, die inmiddels de respectabele leeftijd heeft bereikt van achttien jaar en enkele dagen, wat veel schijnt te zijn voor zo'n dier. Om nog schrijnend te zijn, is Reves dood mij al te lang en te vaak aangekondigd. Geef mij maar de plotse, onverwachte doden, de doden in de fleur van hun leven, de ontijdig weggerukte doden, de brutale, onverwachte doden, de geknaktezuilendoden, de doden die een natie schokken en bewerkstelligen dat hele generaties zich herinneren waar ze zich bevonden en wat ze deden, op het moment dat het nieuws van die dood als vette vliegen gonsde op werkvloeren en in alkoven. Zo'n heengaan is dit voor mij niet. Ik kan er rustig onder blijven. "Liefde (of geen liefde)", prevel ik niettemin, "En ouder worden. En dan : de dood."Ik herinner mij een droom van vannacht, waarin ik in verlaten bunkers rondwaarde vol kanonnen met roestige lopen. In de hoek van de broodzaak zit een meisje met een donkere huid. Ze is niet Afrikaans ; ze komt van Pakistan of India en is waarachtig mooi. Als onze blikken elkaar kruisen, glimlacht ze, een glimlach die het midden houdt tussen verlegen en bemoedigend. "Hulp komt via India", trekt een strofe van Monza nogal onbeholpen door mijn hoofd. Ik glimlach terug, ga dan weer verder met schrijven. Je hebt van die dagen waarop Reve dan toch plotseling helemaal dood is. Jean-Paul Mulders