Ooit was het wat, Brabander zijn. Brussel en Leuven waren van ons. Maar ook Antwerpen, Mechelen en Lier, in het oude hertogdom hoorde het er allemaal bij. En zelfs in Breda, Tilburg, 's Hertogenbosch en Eindhoven voelden we ons thuis. Maar toen begonnen we te krimpen. Eerst gooiden we de Hollanders buiten, die van de weeromstuit een flinke hap uit ons grondgebied meenamen. Vandaar dat een van de zuidelijkste provincies van Nederland nu Noord-Brabant heet. Voor hen moet dat een beetje gek klinken, voor ons is het logisch : het is gewoon onze bovenkant.
...

Ooit was het wat, Brabander zijn. Brussel en Leuven waren van ons. Maar ook Antwerpen, Mechelen en Lier, in het oude hertogdom hoorde het er allemaal bij. En zelfs in Breda, Tilburg, 's Hertogenbosch en Eindhoven voelden we ons thuis. Maar toen begonnen we te krimpen. Eerst gooiden we de Hollanders buiten, die van de weeromstuit een flinke hap uit ons grondgebied meenamen. Vandaar dat een van de zuidelijkste provincies van Nederland nu Noord-Brabant heet. Voor hen moet dat een beetje gek klinken, voor ons is het logisch : het is gewoon onze bovenkant. Antwerpen en Brussel gezellig samen ? Dat had u gedacht ! Daarvoor was het kot echt wel te klein. En daar ging er weer een stuk. Zouden we die nieuwe provincie in de logica der dingen dan niet gewoon Midden-Brabant noemen ? Die weliswaar in het noorden van België zou liggen, want in het midden ligt al Zuid-Brabant ? Dat was buiten die van 't stad gerekend. Antwerpen, zo zou ook hun nieuwe achtertuin heten. En meteen was duidelijk wie er de baas was. Jarenlang leefden wij Brabanders in de illusie dat we het daarmee wel gehad hadden. Goed, we waren dan wel van een hertogdom verschrompeld tot een provincie, en misschien had daarbij ons ego een deukje of een schrammetje opgelopen, maar om nu te zeggen dat we niets meer betekenden, ho maar ! Nee, je kon ons gerust de belangrijkste provincie van België noemen. Niet alleen omdat we toevallig handig in het midden lagen, we hadden ook de hoofdstad, 's lands belangrijkste universiteit, en we waren de enige tweetalige provincie. Een soort van België in het klein dus, met de rest van het land als onze ruime periferie. Maar toen moest de staat hervormd worden. Wat voor de meeste provincies nauwelijks gevolgen had, op wat geschuif met dorpen na, eindigde voor ons in een drama : in mootjes werden we gehakt ! Dit deel gaat naar het noorden, dat naar het zuiden, en Brussel hoort een beetje bij die ene en wat meer bij die andere en vooral bij zichzelf en ook wel soortement nergens bij. Voilà, klaar als een klontje. Zijn er nog vragen ? En daar zit je dan, de fiere hertog Jan ineengemept tot bescheiden Vlaams-Brabander. Een drama zei ik ? Goh, in de praktijk valt dat allemaal best mee. Een beetje sneu wel voor die van het Atomium, wiens negen bollen de negen Belgische provincies verzinnebeeldden, zoals we vroeger in de klas leerden, en dus geen tien. Daar moet je dan maar aan denken als je zo'n gebouw ontwerpt : atomen blijken allang niet meer zo één en ondeelbaar te zijn als lange tijd werd aangenomen. Al komt er steevast geharrewar bij kijken als je ze splitst. Maar we gingen het gezellig houden : het is bijna zomer, de vakantie komt eraan, in dit nummer wordt er niks gesplitst, opgedeeld, geen nieuwe grenzen getrokken. Integendeel, Brussel nemen we er gewoon weer bij. En onze collega's van Weekend Le Vif doen hetzelfde. Maar dan wel in hun nummer over Waals-Brabant. Zeg nu nog eens dat we geen compromissen meer kunnen sluiten. Waarom heeft iedereen trouwens toch zo'n hekel aan Brussel - Vlamingen, Walen én Europeanen - maar willen ze het wel allemaal hebben ? De stad verdient beter : over haar dynamisme en over de zonnige kant van het leven in Brussel lees je zelden in onze kranten. Zeker, ze kent haar grootstedelijke problemen en sleept een soms asgrauw naoorlogs verleden achter zich aan. Maar anderzijds vernieuwt Brussel in een nooit gezien tempo, herbergt de stad een ongekend aantal schatten, en is ze met haar waaier aan nationaliteiten, talen en religies een laboratorium van het toekomstige multiculturele samenleven, waarvan de mislukkingen breed uitgesmeerd worden in de media en de successen nauwelijks aandacht krijgen. Wie na het lezen van dit nummer zin heeft in meer : geen leukere en zomerser manier om een regio te verkennen dan aan de hand van zijn thrillerschrijvers. En net hier is het talent wel erg dik gezaaid : Brussel doorkruis je met Toni Coppers, Leuven met Jo Claes, Patrick De Bruyn neemt je mee achter de hoge hekken van de chique villa's in de Rand, en met Benny Baudewyns beland je in het Pajottenland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij voorkeur te lezen bij een van de talloze bieren waar Brabant trots op is. Jan Haeverans, eindredacteurWe waren een soort van België in het klein, met de rest van het land als onze ruime periferie JAN.HAEVERANS@KNACK.BE