Volgende week: Special wintervakantie
...

Volgende week: Special wintervakantie Met de sneeuwscooter door Noord-Zweden, skiën in de Franse en de Oostenrijkse Alpen, kuren in Verbier, Zwitserse wijnen, lekkere bergkost. Y es ! Eindelijk is het zover : mijn interieur is helemaal in. Toevallig bij elkaar gesprokkelde meubels - van een oud aftands zeteltje tot een enkel designstuk -, frisse kleuren aan de muren en een bibliotheek met naast boeken ook hedendaags zilverwerk : jarenlang heb ik er commentaar moeten over aanhoren. Met dit interieurnummer in de hand heb ik in elk geval stof genoeg om de oppositie weerwerk te bieden. "De tijd van de gave, tot in de puntjes uitgekiende interieurs is voorbij", zegt interieurspecialiste Bea Mombaers (pag. 126). "Interieurs die tot in het detail zijn bestudeerd, kunnen heel saai zijn." Ik hoor het haar graag zeggen. Haar mening wordt bovendien bijgetreden door decorateur Eric De Queker (pag. 84) : "Wat men 'het moderne interieur' noemt, is saai, sober en te serieus. Het is tijd voor meer kleur, plezier, gekheid en waarom zelfs niet een beetje kitsch ? Je moet niet alles zo serieus nemen." Het kondigde zich al een tijdje aan, maar nu wordt het dus ook hardop gezegd : de tijd van het zuivere, koele minimalisme is voorbij. Nonchalance, improvisatie en spontaniteit lijken de sleutelwoorden te worden in het nieuwe discours van het hedendaagse interieur. De woning van nu is losser van stijl. Toegegeven, zelf zou ik nooit zover gaan als De Queker, die de muren van zijn hal liet bewerken door een graffitikunstenaar. Persoonlijk houd ik het toch liever een tikje soberder. Maar vindt u het ook geen opluchting dat het allemaal niet meer zo strak en clean hoeft te zijn ? Een herademing vind ik het en ik heb het gevoel dat er eindelijk weer geleefd mag worden. Een huiskamer waar elk object, elk meubel een gemillimeterde plaats krijgt toebedeeld, vind ik erg benauwend. Ik voel me er zelden thuis en het zou ook echt niets voor mij zijn. In geen tijd zou ik er mijn sporen achterlaten : kranten en brieven op de tafel, boeken in de sofa... Wat ik vooral ook toejuich, is dat er opnieuw kleur zit in het interieur (pag. 171 en verder). Gedaan met de koele witte ruimten en de monotone grijze betonvloeren. Nu ja, gedaan : er zullen altijd mensen zijn die zich aangetrokken voelen tot koele kleuren, strakke lijnen en dito vormgeving. En de loft heeft een vaste plaats veroverd in ons huizenpartrimonium. In die mate zelfs dat we spreken van een loftgevoel, ook al is de woning bijlange na geen loft. Ruimte en ruimtelijkheid blijven belangrijk. Maar meer dan ooit wordt er geëxperimenteerd met kleur. Waarom zou je wit kiezen voor het plafond en een donkere tint voor de vloer ? Omgekeerd kan ook, bewijst Eddy François (pag. 94). Door de zwartgeschilderde plafonds en de zwarte gordijnen krijgt het aanvankelijk onherbergzame pakhuis iets geslotens : ze lijken de woonruimte haast beschermend te omarmen. Dat het geheel toch niet zwaarmoedig als een onweersbui op je neervalt, heeft alles te maken met het verrassende gebruik van kleuren : de witte vloeren en felle kleuraccenten lichten het geheel op. Eigenlijk is het nog maar eens een bewijs dat alle clichés omtrent kleuren en hun gebruik in het interieur best doorbroken kunnen worden. Waarom niet een rode muur in de keuken ? Of een slaapkamer in blauw ? Ik zie u al de wenkbrauwen fronsen. En terecht. Alles hangt immers af van de lichtinval. En die bepaalt dan weer welke tint je precies gaat kiezen. Want het ene rood is het andere niet. Wat past in een bepaalde kamer is afschuwelijk in een andere. En wat de een blauw noemt, is voor de ander turkoois of appelblauwzeegroen. We zien en beleven kleuren nu eenmaal niet op dezelfde manier en erover praten veroorzaakt meer dan eens een Babylonische spraakverwarring. Laat staan dat je erover uitgepraat geraakt ! Zelfs niet over wit. Natuurkundig gesproken niet eens een kleur, maar op de interieurbeurs van Milaan weer opvallend aanwezig. Wit is wit, zegt u, en daarmee is de kous af ? Niets is minder waar. Er bestaan tientallen wittinten, alleen hebben wij westerlingen er geen namen voor en de Inuït bijvoorbeeld wel. Wij moeten ons behelpen met namen die de kleur benaderen of een sfeer op- roepen : duifwit of leliewit, bijvoorbeeld, of Melting Snow (pag. 189). Pure poëzie toch ? reacties : HILDE.VERBIEST@knack.behilde verbiest