De jeugd schilt geen aardappelen meer, dat stond onlangs in de krant. De jeugd eet liever zoete aardappel - met dank aan Ottolenghi - die je niet moet schillen en die zoet is. Ik begrijp dat: de meeste aardappelen die je in de winkel vindt, zijn smaak- en reukloos. Veel meer keuze dan zacht- of vastkokend heb je niet. Terwijl er toch echt lekkere aardappelen bestaan, die beter verdienen dan een bijrol als maagvuller.

Neem de Jersey Royal. Ooit keerde ik van een persreis naar huis terug met twee kilo aardappelen in mijn koffer. Een collega had een kanjer van een kreeft gekocht, en dat vonden mijn medereizigers duidelijk een slimmer idee. Maar ik wilde de Jersey Royals aan mijn huisgenoten laten proeven. De aardappel heeft een mooie geschiedenis, en de man die hem in 1878 voor het eerst teelde, Hugues de la Haye, werd door de inwoners van Jersey beloond met een grote zak gouden ponden. Terecht: vandaag is de Jersey Royal nog altijd het belangrijkste exportproduct. Bijzonder is dat deze aardappel natuurlijk wordt bemest met zeewier, vraic, iets wat ze aan de kusten voor het rapen hebben, en geniet van veel zon en constante zeebries. De aardappelen die worden geteeld op de hellingen, kunnen niet met machines worden gepoot en geoogst, en de eilandbewoners noemen hun product trots the champagne of the potato world. Wat meteen ook de prijs moet verantwoorden.

Een stamboom eet je niet achteloos, je geeft hem een hoofdrol

Een aardappel die ik nog niet heb mogen proeven, maar die mij mateloos intrigeert, is de Opperdoezer Ronde. Deze vroege Nederlandse aardappel mag alleen verbouwd worden binnen een straal van één kilometer om de kerk van het dorp Opperdoes. Sinds 1996 staat hij op de lijst van door Europa beschermde producten met oorsprongbenaming. Het eerste kistje Opperdoezer Ronde wordt ieder jaar geveild in de lente en de Nederlandse sterrenchefs staan dan in de rij om ze op de kaart te zetten.

Ik moet niet te lang wachten, want terwijl er in 1996 nog zeventig aardappelboeren waren in Opperdoes, zijn het er nu nog een twintigtal. Vaak is het een bijteelt, vooral om de traditie in ere te houden. Ook deze knol met zijn dunne, kwetsbare schil kan, zeker in het begin van het seizoen, enkel met de hand worden gerooid.

Zo'n aardappel met een stamboom eet je niet achteloos, je geeft hem een hoofdrol. Zoals ze doen op Jersey: leg de geboende, ongeschilde aardappelen 15 minuten in kokend water, schep ze eruit en laat het vocht verdampen. Draai er een flinke kluit boter door, wat in reepjes gesneden verse munt en bestrooi met grof zeezout. Schillen is niet nodig.