De rode baksteen is zoals de flandrien. Robuust van gestalte. Geen klassieke schoonheid. Een karakterkop. Hij past perfect in het rommelige en gebricoleerde Vlaamse landschap. Jarenlang doorstond hij weer en wind. Als je tegenwoordig om je heen kijkt naar nieuwe architectuur in onze centrumsteden, lijkt de rode baksteen haast taboe. Beton, houten skeletten, witte crépi. Muren zonder mortel. Niet robuust, maar afgeborsteld. Als een bewuste keuze om zich af te zetten tegen onze traditionele bouwstijl.
...

De rode baksteen is zoals de flandrien. Robuust van gestalte. Geen klassieke schoonheid. Een karakterkop. Hij past perfect in het rommelige en gebricoleerde Vlaamse landschap. Jarenlang doorstond hij weer en wind. Als je tegenwoordig om je heen kijkt naar nieuwe architectuur in onze centrumsteden, lijkt de rode baksteen haast taboe. Beton, houten skeletten, witte crépi. Muren zonder mortel. Niet robuust, maar afgeborsteld. Als een bewuste keuze om zich af te zetten tegen onze traditionele bouwstijl. Maar sommige architecten zien het anders. Noem het de Nieuwe Nuchterheid. De term werd mee bedacht door architect Hans Maes uit Houthalen, curator van een gelijknamige expo die voor de zomer in het cultureel centrum C-Mine in Genk liep. Een opmerkelijke tentoonstelling van Architectuurwijzer rond vijf Vlaamse huizen. Ze zagen er op het eerste gezicht misschien banaal uit, maar dat waren ze niet. Ze hadden een klassieke vorm en door hun rodebaksteenmuren ook een klassieke look, maar ze waren allesbehalve gewoon. "Van een stroming wil ik niet spreken", zegt Maes. "Daarvoor is het misschien nog te vroeg. Maar het valt wel op dat er een ommezwaai bezig is, ook internationaal merk je dat." Architectenbureaus grijpen terug naar vroeger, maar dan met een eigen twist. Als je goed kijkt, zie je 'onopvallende opvallendheden'. Geen vensterbanken, maar glas tot op de grond. Een ver uitstekend dak dat als een soort luifel extra geborgenheid geeft. Bakstenen die verticaal gemetst werden in plaats van horizontaal. "De materialen krijgen een hoofdrol en er wordt lang gewikt en gewogen over de afwerking", zegt Maes. "Je moet twee keer kijken, en dan zie je verborgen details die verwondering opwekken." Architecten zoals Broekx-Schiepers, De Gouden Liniaal, AE, Blaf, Dagkant, Samenwerk, Ono, Dierendonckblancke en Noa bouwden allemaal huizen die een 'nieuwe nuchterheid' uitstralen. Je vindt ze meestal niet in onze steden, maar daarrond, ergens tussen stad en platteland. Waar gebouwen zich niet hoeven te bewijzen. Ze blenden perfect in hun omgeving, alsof ze er altijd hebben gestaan. "Zo persoonlijk als een huis is voor iemand die het laat bouwen om erin te gaan wonen, zo persoonlijk moet de architect omgaan met de omgeving. Het huis moet refereren aan wat er al staat, en daarop verder bouwen", vindt Maes. "Deze woningen verzetten zich niet tegen de banaliteit van wat hen omringt, maar distilleren er juist schoonheid uit. Ze plaatsen niet zichzelf of hun architectuur op de voorgrond." Daarmee deelt Maes de mening van collega Rem Koolhaas die als curator van de Biënnale voor Architectuur in Venetië een sterk statement maakte tégen de spektakelarchitectuur. Zijn expo Elements in Venetië (nog tot 23 november) toont niet the usual suspects - geen maquettes van oogverblindende gebouwen - maar wel de bouwstenen van architectuur : vloeren, deuren, trappen, plafonds. Basics. Ook het Belgische paviljoen houdt de voeten op de grond. De Waalse curatoren gingen duizenden foto's nemen in huizen doorheen België. Van kanten gordijnen tot Deba-achtig meubilair, de expo toont een fotografische staalkaart van 'de Belg à la maison'. Terug naar de roots dus. Uit de mond van Koolhaas - zelf een celebrity-architect met een resem flamboyante gebouwen op zijn palmares - klinkt dat eerder ongeloofwaardig, maar het geeft wel aan dat er een kentering in de lucht hangt. Koolhaas zag in eigen land een generatie architecten opstaan die de naam Superhumble kreeg opgekleefd, in tegenstelling tot de Superdutch-beweging (zie p. 136) waarmee hij wereldberoemd werd. De Nieuwe Nuchterheid kun je ook doortrekken naar binnen. Geen eyecatchers, spielerei of wow-effecten, maar interieurs met respect voor het verleden, die er toch hedendaags uitzien. Lage plafonds, maar dan in beton. Eenvoudig ingerichte kamers, maar met verschillende hoogtes en op tussenverdiepingen. Bakstenen muren, ook binnen. Antieke tegels in de badkamer, maar in felle kleuren. Een vorm van huiselijkheid die tegelijk Vlaams én eigenwijs aandoet. De Nederlandse architect Wim van den Bergh schreef voor de expo in Genk een mooi essay over het belang van de Nieuwe Nuchterheid. "De massamedia en de snel op elkaar volgende trends maken dat we met onze manier van wonen eigenlijk nooit tevreden mogen zijn. De Nieuwe Nuchterheid tracht ons weer te lokaliseren in een eigen culturele identiteit. Het alledaagse is niet kwaliteitloos of banaal, maar een tekst die verder geschreven kan worden." Op de volgende pagina's tonen we twee huizen die De Nieuwe Nuchterheid uitstralen. Een hedendaagse schuur in Lubbeek (zie p. 56), en een huis in Gentbrugge dat de trend tot in het extreme doortrekt (zie p. 48). Het flirt met de grens tussen banaal en speciaal. Het heeft een wintertuin met sandwichpanelen (ook gebruikt voor diepvrieskisten). De rekensommetjes die achteloos op de betonnen muren werden gestift, zijn eigenlijk een kunstwerk. De keuken is gemaakt van multiplex en de eetstoelen lijken wel Bouroullecs maar komen eigenlijk uit de Carrefour. Basismaterialen krijgen een glansrijke hoofdrol. Het is de esthetisering van de banaliteit. DOOR VEERLE HELSENEr is een omme-zwaai bezig, ook internationaal. Architecten grijpen terug naar vroeger maar dan met een eigen twist "Deze woningen verzetten zich niet tegen de banaliteit van wat hen omringt, maar distilleren er schoonheid uit" Hans Maes, curator van de expo De Nieuwe Nuchterheid