De blockbuster A Most Violent Year speelt zich af in het New York van 1981. Dat was ook het eerste jaar dat ik er woonde. Dus deed de film me terugdenken aan de stad van toen. Ongelooflijk hoe ze sindsdien veranderd is. En ze blijft zichzelf heruitvinden, ik raak er nooit op uitgekeken.
...

De blockbuster A Most Violent Year speelt zich af in het New York van 1981. Dat was ook het eerste jaar dat ik er woonde. Dus deed de film me terugdenken aan de stad van toen. Ongelooflijk hoe ze sindsdien veranderd is. En ze blijft zichzelf heruitvinden, ik raak er nooit op uitgekeken. A Most Violent Year heeft als voornaamste decor Brooklyn, waar ik toen ook woonde. Ik herken de sfeer van die tijd : het verval, overal vuilnis, de angst voor misdaad, de crackepidemie... Door die ruige reputatie weigerden veel New Yorkers en toeristen om naar dat stadsdeel te gaan. Maar vandaag staat het internationaal helemaal op de kaart. Brooklyn Heights met zijn prachtige achttiende- en negentiende-eeuwse woningen, Dumbo met zijn lofts, Williamsburg met zijn mengeling van groezelig oud en glanzend nieuw : het zijn slechts enkele van de buurten die tegenwoordig erg in trek zijn. Het verbaast me niet dat er in de film een incident op Times Square voorkomt. Dat plein, in het hart van Manhattan, gold als hét symbool van de verrotting van de Big Apple. Het was een heksenketel waar straatprostituees, drugdealers, gokkers en zakkenrollers thuis waren. Naar een theater op Broadway wandelen was een avontuur. Niemand had toen geloofd dat diezelfde buurt begin 21ste eeuw een gezinsvriendelijke, op en top toeristische bestemming is geworden. Moet je Times Square vandaag zien. Elke 24 uur passeren er 480.000 voetgangers. In 2014 zagen dertien miljoen mensen een Broadwayshow, een record. Ook de winkels rond Times Square doen het goed. Dat is maar beter zo, want de huur voor een gelijkvloerse handelsruimte is sinds 2008 verviervoudigd. De hotels op en rond het plein zijn vaak volgeboekt. De digitale reclamepanelen waar de plek zo beroemd voor is, zijn de duurste van het land. Het nieuwe, acht verdiepingen hoge paneel rond het Marriott Hotel kost 2,5 miljoen dollar per maand. De South Bronx was in de jaren tachtig wereldwijd synoniem voor stedelijke teloorgang. Als ik er vandaag bezoekers rondleid, toon ik foto's die ik er nam in 1981. Als we door Charlotte Street wandelen, met zijn keurige huisjes en tuintjes, laat ik hen zien hoe de straat er toen bij lag : een kale vlakte vol vuilnis, afgeboord met uitgebrande ruïnes. Komen we aan het politiekantoor in Simpson Street, te midden van nieuwbouw en bomen, dan kan het contrast met de foto van toen niet groter zijn : het was het enige gebouw in een uitgestrekt veld van steengruis en afval. Het kreeg toen de bijnaam 'Fort Apache', naar een western uit 1948 over een fort dat werd omsingeld door woeste indianen. In 1981 stonden in The Hub, traditioneel het commerciële hart van de wijk, de meeste winkels leeg. Vandaag bruist The Hub van de bedrijvigheid. Bezoekers vragen me soms wat tegenwoordig de no-go-zones van New York zijn. Ik antwoord dan dat ik hen, overdag toch, met een gerust hart naar om het even welke wijk durf mee te nemen. Een fiets- of wandeltocht door de vroeger beruchte buurten Harlem en de South Bronx is een interessante manier om de heropleving van de stad te ervaren. Die twee wijken staan overigens op ons reisprogramma. Ik zal er vrienden voorstellen : een jazzpianiste, een galeriehouder, een maatschappelijk werker en een hiphop-graffiti-artiest, New Yorkers die koppig bleven geloven in hun buurten toen iedereen ze had opgegeven. Hoe is New York erin geslaagd om de pletwals van verval tot stilstand te brengen en zich om te toveren tot een succesvolle, postindustriële grootstad die vorig jaar een recordaantal van 56,4 miljoen bezoekers ontving ? De pioniers van de heropleving waren kunstenaars en nieuwe immigranten. Zij wekten de doodse wijken weer tot leven. De motor was de gigantische expansie van de financiële sector. Het verlies van de haven en de fabrieken werd gecompenseerd door de aanwas van banken en aanverwante bedrijven. Ook de opwaardering van het vastgoed, de expansie van de media, de IT, het onderwijs, de gezondheidszorg, het entertainment en het toerisme deden een duit in het zakje. Daarnaast speelde de daling van de misdaadcijfers een belangrijke rol. Het aantal moorden zakte van 2245 in 1990 naar 332 in 2014. Volgens het FBI is New York nu de veiligste grootstad van de Verenigde Staten. In 1981 was er een stadsvlucht aan de gang. In 1990 was de bevolking gedaald tot zeven miljoen. Nu is de stad opnieuw volop aan het groeien. Vandaag heeft ze 8,4 miljoen inwoners, en tegen 2030 zullen dat er 9 miljoen zijn. Veel van die nieuwe New Yorkers zijn rijk of hebben een hoog maandsalaris. Op die manier stijgen de fiscale inkomsten, waardoor de stad meer kan uitgeven voor verfraaiing en veiligheid, wat dan weer nieuwe kapitaalkrachtigen lokt. In hun kielzog volgen de restaurants, winkels en kantoorgebouwen. Nieuwe, steeds hogere woontorens veranderen de skyline ingrijpend. De 76 verdiepingen tellende toren van Frank Gehry aan de voet van Brooklyn Bridge was, toen hij in 2011 in gebruik werd genomen, het hoogste flatgebouw van het Amerikaanse continent. Een jaar later werd hij overtroffen door de negentig verdiepingen tellende One57 aan West 57th Street (die intussen de bijnaam billionaires row kreeg) van Christian de Portzamparc, de architect die het Hergémuseum in Louvain-La-Neuve ontwierp. Dat gebouw is het eerste van een serie van zeven supertorens, sommige hoger dan de Empire State Building. De blauwgetinte glazen toren werd op zijn beurt in 2014 voorbijgestoken door 423 Park Avenue, een wit gebouw van 103 verdiepingen van architect Rafael Viñoly. Ook die zal niet lang de hoogste blijven : in 2016 zal er op 225 West 57th Street een woontoren verrijzen die, antenne inbegrepen, 540 meter hoog zal reiken. Dat is maar zes meter lager dan het nieuwe One World Trade Center, het hoogste gebouw van Amerika. Ook de oevers en aanpalende haven- en industriewijken van Brooklyn, Queens, de Bronx en Staten Island, in 1981 volop in verval, ondergaan een metamorfose. Nieuwe flat- en kantoorgebouwen, parken en hotels met uitzicht op baaien, rivieren, bruggen en de skyline van Manhattan zijn geweldig in trek. Verscheidene megaprojecten zitten in de pijplijn. Ondanks de bouwkoorts is er woningnood in New York. De hoge vraag duwt de huurprijzen omhoog. Tegelijk stagneren de lonen van de minder geschoolden en dalen de sociale uitkeringen. New Yorkers met een klein inkomen hebben het steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden. Het aantal daklozen wordt op ruim 60.000 geschat, het hoogste sinds de jaren dertig. Burgemeester Bill de Blasio heeft 200.000 flats beloofd voor de laagste inkomens. Projectontwikkelaars die in hun luxueuze woontorens een aantal flats tegen lagere huurprijzen voorzien, krijgen belastingvermindering. Veel mensen logeren tijdens hun eerste bezoek aan New York graag in midtown. Het hotel dat Knack Weekend uitkoos, ligt in die buurt. Van daaruit is het makkelijk wandelen naar klassiekers zoals de Empire State Building, Macy's, Times Square, de Broadwaytheaters, Fifth Avenue, Rocke-feller Center, St. Patrick's Cathedral, Madison Avenue, de Public Library, Bryant Park, de Chrysler Building, Grand Central Terminal en de VN. Van midtown is het maar een korte rit met de metro, bus of taxi naar downtown. Ook hier zijn er enorme veranderingen aan de gang. Oud en nieuw staan er schouder aan schouder. Hier werd vier eeuwen geleden Nieuw Amsterdam gesticht. Dit is het iconische New York van Wall Street, de beurs, de oudste wolkenkrabbers, Brooklyn Bridge, South Street Seaport, de ferry's naar het Vrijheidsbeeld en Staten Island. Het is ook het hedendaagse New York van luxeflats in voormalige banken en kantoorgebouwen, de nieuwe WTC-toren, en het postmoderne station van Calatrava, de architect die het station van Luik ontwierp. Hier vind je ook het aangrijpende 9 / 11 Memorial, de Winter Garden en het rustige park aan de Hudson. Van downtown sta je in een wip in andere befaamde buurten zoals Soho, Chinatown, Nolita en Little Italy. Tribeca, een van Amerika's mooiste beschermde verzamelingen negentiende-eeuwse pakhuizen, is vlakbij. Vorig jaar werden hier de hoogste huren van Manhattan genoteerd. Ten noorden van Tribeca ligt het charmante West Village, rond 1900 Amerika's eerste bohemien stadswijk. Nog verder noordwaarts kom je in het Meatpacking District, nog een wijk die razendsnel aan het veranderen is. Daar, aan Gansevoort Street, begint de High Line, het vier jaar jonge populaire park op een in onbruik geraakt spoorwegviaduct. Links en rechts van het twee kilometer lange park staat een mengelmoes van gerestaureerde gebouwen en opvallende nieuwbouw van sterarchitecten : het nieuwe Whitneymuseum van Renzo Piano, een kantoorgebouw van Frank Gehry, en flatgebouwen van Jean Nouvel en Zaha Hadid. Beneden in de zijstraten blijft de keuze aan boetieks, restaurants en kunstgalerijen toenemen. In de Chelsea Market, gevestigd in de gerestaureerde Nabiscofabriek waar een eeuw geleden het Oreokoekje werd uitgevonden, is het tijdens de middaguren over de koppen lopen. Het plan is om de markt uit te breiden met enkele glazen verdie-pingen op het dak. Kiezen uit het enorme aanbod is een van de prettige problemen van wie voor het eerst naar New York gaat. Je kunt onmogelijk 'alles' zien in één bezoek. De kans is groot dat je wilt terugkomen. Volgens het Bureau van Toerisme is een derde van de bezoekers een repeat visitor. Ze beten in de Big Apple en het smaakte naar meer.DOOR JACQUELINE GOOSSENS & FOTO'S BART MICHIELSWe bezoeken buurten die ooit synoniem waren voor stedelijk verval, maar nu weer bruisen van leven