Hoe zou het nog zijn, daarbuiten in de wereldgeschiedenis ?
...

Hoe zou het nog zijn, daarbuiten in de wereldgeschiedenis ? Soms loer ik met een half oog naar het nieuws, dat door reten en kieren naar binnen komt gesijpeld door de verduisteringsgordijnen. Vaker voel ik de behoefte om onder te duiken, zoals de bevriende schildpadden die onlangs onder de grond zijn gekropen om pas weer tevoorschijn te komen als hallo-ween, de sint en kerst en nieuwjaar al voorbij zijn. Dat lijkt mij knus, maar ik kan het mij niet veroorloven. De was zou zich opstapelen en kranten zouden uit de brievenbus puilen. Dus sta ik elke dag gezond weer op, laat het douchewater mijn pekelzonden wegspoelen en smeer mijn kuiten. Soms scheer ik mij zelfs, hoewel minder vaak dan vroeger, aangezien ik de indruk heb dat de toekomst toebehoort aan de baardapen. Het is, las ik ergens, alsof de mensheid een wormgat naar een duister verleden ontdekt heeft. Dat vond ik mooi gezegd. Mooier alvast dan de persoon die zich voor de zoveelste keer, quasi filosofisch, de vraag stelde waarom we dierenrijk maar mensdom zeggen. Ik weet nog dat ik, rond de jaarwisseling, op onze droogzolder over de daken van de stad en naar de verzamelde vuurwerken in de omgeving stond te kijken. Ik dacht toen : wat gaan we het komende jaar over ons heen krijgen ? Zoals wel vaker overtreft de werkelijkheid mijn stoutste verbeelding. Tussen de beelden van vluchtelingen die onze televisie-schermen overspoelen, zag ik een jonge vrouw. Ze droeg een bril en zag eruit als een studente. Haar hand lag in haar schoot, onmachtig maar sierlijk. Onderweg naar een beter leven was ze flauwgevallen ; ik zag hoe iemand haar benen omhoogtilde om meer bloed naar haar hoofd te laten vloeien. Zo simpel kan een mens ineenzitten. Ik vond het aangrijpend haar daar zo te zien liggen, hoewel het beeld op zich niet bijzonder wreed was. Het was die bril, geloof ik. Weinig voorwerpen vind ik triester dan brillen waar degene wiens zicht ze moesten verbeteren, niet meer doorheen kan kijken. En die hand, gemaakt om troostend over een kinderhoofd te strelen of om gedichten neer te schrijven. Ik voelde op slag liefde voor deze vrouw, een hinderlijke eigenschap die mij op onverwachte momenten parten kan spelen. Ik vermande mij echter en ging over tot de orde van de dag : mijn vastgelopen telefoontoestel proberen te reanimeren. Dat vastlopen gebeurde doordat ik, verdwaald in een woud van paswoorden en cijfercombinaties, tot drie keer toe een verkeerde PIN-code had ingegeven. Als dat zich voordoet, moet je je PUK-code invoeren, een woord dat speciaal bedacht lijkt om je in je gezicht uit te lachen. Dat is wel het laatste wat je wil, als je dringend moet telefoneren : dat de redding dan PUK genoemd wordt. Wie verzint zulke dingen ? Je zou hem (of haar, hoewel die kans minder groot is) een PUK om de oren geven mocht hij binnen handbereik komen. Soms kan ik een hevig verlangen naar een bakelieten hoorn en een kiesschijf voelen. Het lukte mij mijn toestel weer aan de praat te krijgen en ik besloot van de gunstige flow gebruik te maken om nog een aantal praktische dingen te regelen die al langer om mijn aandacht smeekten. Zo moest het peil van het stuurbekrachtigingsreservoir in mijn auto dringend nagekeken worden. Dat doe ik graag : het peil van vloeistofpotjes controleren. En dingen laten drogen, lijm bijvoorbeeld. Of dingen die vastzitten laten weken, bij voorkeur in de nacht, tot ze alsnog terug loskomen. Zo heeft elk van ons zijn favoriete tijdverdrijven, en dit zijn er een paar van de mijne, naast het redeloos gadeslaan van jonge vrouwen en de spieren in hun kuiten. Te midden van al die boeiende belevenissen, kwam ik ergens onderweg ook nog het prachtige woord pussyfooting tegen. Een fractie van een seconde stelde ik mij daar iets onzindelijks bij voor, maar het schijnt gewoon te betekenen dat er op kousenvoeten wordt rondgeslopen. jp.mulders@skynet.be JEAN-PAUL MULDERSEn die hand, gemaakt om troostend over een kinderhoofd te strelen of om gedichten neer te schrijven. Ik voelde op slag liefde