Vijftig jaar geleden ontwierpen Charles en Ray Eames de fameuze Plywood Chair. Precies tien jaar later volgde de Lounge Chair. Tijd voor een dubbelportret van een ongewoon creatief duo.
...

Vijftig jaar geleden ontwierpen Charles en Ray Eames de fameuze Plywood Chair. Precies tien jaar later volgde de Lounge Chair. Tijd voor een dubbelportret van een ongewoon creatief duo. PIERRE DARGE CHARLES EN RAY EAMES behoren zonder twijfel tot de top van de 20ste-eeuwse designscène, ook al bleef hun denk- en werkwereld niet beperkt tot ontwerpen. Tijdens hun 40 jaar durende samenwerking creëerden ze zowel meubels als speelgoed, maakten ze eigenzinnige films, zetten tentoonstellingen op en ontwierpen gebouwen. Toch blijven ze in het collectieve geheugen vooral geboekstaafd als meubelontwerpers, wier producten tijdloze klassiekers werden. Charles Eames, die in 1907 in St. Louis werd geboren, studeerde architectuur, werkte een tijdje op een architectenbureau, zette theatersets op en ging in Mexico schilderen, vooraleer hij zich vanaf 1936 ging bezighouden met het ontwerpen van meubels, tapijten en keukeninrichting. Op basis van dat werk, werd hij door Eliel Saarinen uitgenodigd om aan de Cranbrook Academy of Arts te komen werken. Hij ontmoette er Eero Saarinen, Florence Shust Knoll en Harry Bertoia, en werd er al snel hoofd van de afdeling experimenteel design. Daar zocht hij voortdurend naar nieuwe mogelijkheden van materialen, experimenteerde met Eero Saarinen in multiplex stoelen, tafels en opbergsystemen, en werkte er rond het design van de tentoonstelling Organic Design in Home Furnishing voor het Museum of Modern Art in New York. Dat zou hem in 1940 een eerste prijs opleveren. Datzelfde jaar ontmoette Charles de vijf jaar jongere, in Californië geboren Bernice Alexander Kaiser, die in de jaren '30 schilderkunst had gestudeerd bij de Duitse schilder Hans Hofmann in New York. Het paar trouwde het jaar daarop en vestigde zich in Los Angeles waar ze tijdens de Tweede Wereldoorlog verder experimenteerden met multiplex. Tegelijkertijd ontwierpen ze beenspalken voor het Amerikaanse leger, dat de sterkte en de flexibiliteit van het nieuwe materiaal erg op prijs stelde. In samenwerking met Henry Miller bij wie Charles consulting designer was kwamen hun eerste producten op de markt, waaronder de Plywood Chair, waarin de multiplex-technologie werd toegepast. Ongeveer op hetzelfde ogenblik experimenteerden ze met plastics die met glasvezel waren versterkt, en werkten ze aan het design van het Santa Monica-huis, waarbij overvloedig gebruik werd gemaakt van industrieël gefabriceerde onderdelen. Een leven lang zouden ze geobsedeerd blijven door vernieuwing van materialen en vormen, maar niet enkel om de vernieuwing zelf. Elk van hun producten moest zeer betaalbaar en zeer bruikbaar blijven, kwaliteiten die bij het hedendaags design meer dan eens achterwege blijven. In 1956 zag de Lounge Chair, een fauteuil in gemouleerde multiplex, het daglicht, en werd een instant classic. Deze creatie, die doet denken aan een Engelse clubzetel, verbindt degelijk ouderwets comfort met moderne technieken als multiplex schalen, rubberen verbindingsdelen (de zogenaamde shock mounts) en een draaibaar onderstel. De stoel zou hun meest bekende realisatie blijven die tot op vandaag met blijvend succes wordt geproduceerd. Een jaar later verwierf Willi Fehlbaum voor Vitra de productie voor Europa van de Eames-producten : tot 1984 gebeurde dat onder licentie, nadien verwierf het Zwitserse huis het exclusieve recht voor de productie van Eames-meubelen voor Europa en het Midden-Oosten. Op onze zoektocht naar sporen van de Charles en Ray Eames komen we terecht in Basel, op het hoofdkantoor van Vitra. Rolf Fehlbaum, de huidige Vitra-baas, leerde het koppel kennen toen hij eind de jaren '50 zijn vader als vertaler vergezelde, en zo ontstond een band die een leven lang zou duren. ?Ze waren op een onwaarschijnlijk diepe manier betrokken bij de wereld en wat erin omging. Deeply cultured, maar niet in de zin zoals men dat in Europa voor ogen heeft, waar men cultuur alleen maar in verband brengt met theater- of museumbezoek, of met het lezen van boeken. Charles en Ray vonden juist dat ze het leven van elke dag konden verrijken, en probeerden dat in elk aspect ervan. Ik herinner me dat Charles ooit gevraagd werd om voor opvoeders een lezing te houden over kunst. Hij probeerde hen uit te leggen dat museumbezoek maar een saaie bedoening was voor kinderen en dat ze veel beter een picknick konden organiseren. Daarbij moesten ze de kinderen intens betrekken om hen te leren van een picknick iets moois te maken, ook al was dat ?kunstwerk? niet voor de eeuwigheid bedoeld. Het was veeleer een voorbeeld van efemere kunstuiting. Een standpunt dat dichtbij de Art and Crafts-beweging stond, die ervan uitging dat ook een broodje bakken kunst kon zijn. Ze maakten geen onderscheid tussen kunst, werk en vrije tijd, projecteerden een vorm van energie en leven in alles wat ze aanpakten. Terzelfder tijd werkten ze erg hard, waren altijd nieuwsgierig en nooit tevreden met wat ze gepresteerd hadden. Ze evolueerden van het maken van voorwerpen en meubels naar achitectuur en vandaar weer naar het organiseren van tentoonstellingen en het draaien van films, om uiteindelijk te belanden bij de communicatie van kennis. Doordat ze altijd wat nieuws wilden leren, leken ze nooit oud te worden. Daarbij profiteerden ze natuurlijk van de energie van de uitzonderlijke mensen die hen wilden leren kennen.? Er is veel geschreven en nog meer gespeculeerd over de rol van elk van hen, waarbij Charles traditioneel de rol van architect en Ray die van kunstenares werd toegedicht. Fehlbaum gelooft hoe langer hoe minder dat ze elk een specifieke rol hadden. ?In het begin tekende Charles voor de projecten, maar al snel ging het om The Office of Ray and Charles Eames, en historici zijn geneigd de rol van Ray nog verder te benadrukken. Zeker is dat Charles een architect was en Ray een volwaardige kunstenares toen ze elkaar leerden kennen. Zij was een leerlinge van Hans Hoffmann en een actief lid van de AAAA, de American Abstract Art Association, en kon daardoor een kennis over kunst inbrengen die Charles moest ontberen. Of het klopt dat zij voor de zachte, meer bevallige toets in hun werk zorgde, staat niet vast. Zeker is wel dat hun projecten een warmte vertoonden die vele andere objecten uit die tijd misten.? Ter gelegenheid van de verjaardagen van hun twee meest vermaarde meubelcreaties verscheen het boek Eames Vitra waarin Rolf Fehlbaum in zijn inleiding vooral het optimisme benadrukt dat ze uitstraalden. ?Om te beginnen leefden ze in een periode die veel redenen tot optimisme gaf : de oorlog was net achter de rug, de technologie was in volle elan, nieuwe materialen staken de kop op. Maar zij waren veel meer dan gebruikers van de nieuwe materialen, ze wisten de eigenschappen ervan perfect in te schatten en ze naar hun hand te zetten. In het geval van de bewerking van multiplex, vervaardigde Charles zelfs een machine waarmee ze verschillende experimenten in drie dimensies konden uitvoeren. Op hun manier vonden ze de stoel opnieuw uit, doordat ze die een anatomisch beter passende vorm konden geven, waardoor het lichaam veel gelijkmatiger werd gesteund en waardoor de bekleding achterwege gelaten kon worden. Maar tegelijkertijd moesten hun vindingen goedkoop te produceren zijn, binnen het bereik van iedereen. Want dat hoorde bij de sociale dimensie die een wezenlijk onderdeel was van hun gedachtengang. Hun optimisme had ook te maken met de achterliggende gedachte dat alle problemen zowel materieel, menselijk als sociaal opgelost moesten kunnen worden. Die visie sloot helemaal aan met een tijd waarin men nog ongehinderd vooruit kon kijken. Waarin ecologische bekommernissen en de gevolgen van de vooruitgang nog niet tot het gedachtengoed behoorden. Ik herinner me Charles en Ray vooral als mensen die een ander het vertrouwen konden geven dat verandering mogelijk was. Zij waren daar het perfecte voorbeeld van. Bovendien bood juist het design dat men ook als een poging om een nieuwe oplossing te geven aan een bestaand probleem kan omschrijven daar volop de kans toe. Maar het getuigt van hun blijvende evolutie dat ze in dat stadium niet zijn blijven hangen, maar overgestapt zijn naar telkens weer nieuwe disciplines. Toch was hun bekommernis om iets blijvends te maken, een ontluikende vorm van ecologisch inzicht. Ik herinner me dat Charles, die altijd met een Ford gereden had, op zekere dag een protestbrief schreef aan de toenmalige president van het automobielbedrijf. Daarin zette hij uiteen dat hij opnieuw een eenvoudige auto wilde, met natuurlijke materialen die lang zouden meegaan. En herinnerde aan de kwaliteiten van degelijkheid waarmee Ford altijd had uitgepakt.? Een merkwaardige exponent van hun denkwijze en streven is het huis dat ze in 1949 betrokken in Pacific Palisades, een randstad van Los Angeles en waar ze tot hun dood zouden blijven wonen. De plannen ervan ontstonden in het kader van The Case Study House Program, een initiatief van schrijver/uitgever John Entenza, die in 1938 het magazine California Arts & Architecture had opgekocht en dat geheel had herdacht. De invloed van het vernieuwde magazine, dat nu Arts & Architecture werd herdoopt en waarin zowel over muziek, film, boeken, moderne kunst als over architectuur werd geschreven, strekte zich al snel buiten California en zelfs buiten de Verenigde Staten uit. Entenza steunde Charles Eames en introduceerde hem in kringen van artiesten, filmmakers en schrijvers. In 1943 schreven Entenza en Charles Eames samen een artikel over de nood aan meer inventiviteit in de architectuur in tijden van grondstoffenschaarste. Datzelfde jaar nam Entenza het initiatief tot een competitie onder de noemer Designs for Postwar Living, die zelf weer de aanloop vormde tot het Case Study House Program. Daaruit bleek hoezeer Entenza architecten sociaal verantwoordelijk achtte voor een betere, betaalbaardere en functionelere huisvesting in het algemeen. En dat was ook de overtuiging van de Eamesen. Eero Saarinen en Charles Eames werkten samen aan de projecten 8 en 9, bedoeld als woning voor respectievelijk Eames en Entenza. Het initiële plan voor Eames' huis onderging in de loop der jaren veel wijzigingen. Kenneth Acker werd ingehuurd om officieel als architect op te treden, omdat Charles hiervoor niet over de nodige kwalificaties beschikte. Uiteindelijk kon het echtpaar het huis pas in 1949 betrekken. Velen zijn het er echter over eens dat de eenvoudige structuur van staal en glas, die vaak vergeleken werd met een schilderij van Mondriaan en die onweerlegbaar associaties opriep met de Japanse architectuur, school heeft gemaakt. De innovatie ervan steunde in niet geringe mate op het aanwenden van geprefabriceerde, industrieel gebouwde onderdelen voor residentieel gebruik. Vele jaren later was Rolf Fehlbaum enkele keren te gast in hun huis. ?De woning was niet alleen een merkwaardig object op zich, de schitterende locatie, het uitzicht en de tuin ondersteunden die kwaliteiten. Innoverend was vooral het gebruik van industrieel vervaardigd materiaal, waardoor Charles Eames eigenlijk ook de vader van de Hi-Tech was. De toepassing van dat materiaal was op zijn beurt weer een gevolg van zijn filosofie dat zijn creaties voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Het huis ademde een bijzondere kracht uit, en niet alleen om de objecten die er stonden. Ik herinner me dat ik er eens bleef logeren en zelfs onder de indruk was van de ontbijttafel : er was prachtig, vers fruit bijeengezet, op zo'n manier dat het op een schitterende wijze geïmproviseerd leek. Daarin herkende ik de hand van Ray, die impeccable was, maar niet op de manier waarop men dat woord voor een Duitse huisvrouw zou gebruiken. Nee, veeleer op een niet te beschrijven, creatieve, poëtische manier.? De betrachting van de Eamesen om hun producten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te maken, is mettertijd niet haalbaar gebleken. Fehlbaum : ?De technieken die zij toen gebruikten waren goedkoop, al gingen ze soms gepaard met veel handwerk. Maar dat was toen nog helemaal niet duur. Nu vallen hun creaties relatief kostelijk uit, omdat ze nog altijd behoorlijk wat handwerk vereisen, en dat kost nu veel geld. Dat heeft niet verhinderd dat de klassiekers succesvol blijven. Een paar jaar geleden hebben we ons zelfs aan La Chaise gewaagd, dat alleen als prototype bestond. Omdat het zo'n mooi object was, vond ik dat we het risico moesten nemen en dat lukte nog ook zij het op bescheiden schaal en voor een bedrag dat onder de kostprijs ligt. Gewoon, als een hommage aan dit uitzonderlijk echtpaar.? De Eamesen hielden zich in de jaren '60 en '70 veel bezig met het organiseren van tentoonstellingen (o.m. ter gelegenheid van de 500ste verjaardag van de geboorte van Copernicus), het draaien van films (o.m. over Cézanne), maar bleven ondertussen verder werken aan designvoorstellen. Toen Charles Eames in 1978 overleed, bleef Ray gewoon doorgaan en werkte samen met Vitra nog de Soft Pad sofa af, Charles' laatste meubeldesign. Toen zij in 1988 stierf, wisten de Fehlbaums de erfgenamen te overtuigen om het complete kantoor van de designers over te brengen naar Europa, waar het als onderdeel van het Vitramuseum in Weill am Rhein werd gereconstrueerd, temidden van een keuze uit het meubilair waarmee het Amerikaanse echtpaar zijn reputatie verwierf. Het boek ?Eames Vitra? dat een beeld geeft van het integrale oeuvre van Charles en Ray Eames, wordt gratis aangeboden aan alle kopers van een Lounge Chair. Het is ook te koop bij de Vitra-dealers (545 fr.). Info : Vitra, Woluwelaan 140A, 1831 Diegem - tel. (02) 725.84.00. Dit najaar ook in de boekhandel verkrijgbaar.Charles en Ray Eames : een leven lang op zoek naar vernieuwing. Rechts : de Plywood Group uit 1946, een industriële toepassing van multiplex.De Lounge Chair uit 1956 : ouderwets comfort, moderne materialen.The Wire Chair : verrassend modern.