Voorbij het bordje 'private weg' en langs de grote stallingen waarin duidelijk nog geboerd wordt, rijden we door de lange dreef naar de herenhoeve, waar Inge Watteeuw ons opwacht. Het is een prachtige dag. Zover we kijken kunnen, valt er geen mens, geen auto en geen ander huis te bespeuren. Dit lijkt wel het laatste Vlaamse paradijs.

We volgen de jonge Brusselse interieurarchitecte op een wandeling door de woning. Dit is haar eerste grote project. Hoewel haar enthousiasme erover groot is, houdt ze onze reactie in de gaten. Wanneer we alleen maar lof uiten, is ze tevreden en vertelt ze aan één stuk door hoe het allemaal gegroeid is.

"Dit was een herenhoeve die qua organisatie zeer slecht in elkaar zat. Een van de vorige bewoners had elf kinderen, wat resulteerde in zeer veel kleine kamers en bijgevolg ook veel gangen en deuren. Ik heb het grondplan vereenvoudigd en de verloren ruimte, die een gang toch is, uit het huis weggelaten. In feite zijn alle niet-dragende binnenmuren in het huis gesloopt en is de gelijkvloerse verdieping nu een opeenvolging van kamers, die door middel van schuifdeuren van elkaar afgesloten kunnen worden. De circulatie gaat centraal door de woonruimte, langs de grijze draagmuur die gebleven is. Die muur loopt ook door in het landschap, in de dreef die langs de zijkant van het huis vertrekt."

De lage zoldering, kenmerkend voor oude boerderijen, is behouden. De oude balkenstructuur ligt zelfs nog bloot. Alleen verkoos Inge om ze niet langer bruin te laten, maar wit te schilderen. "Ik heb geprobeerd om het karakter van deze herenhoeve te behouden. We konden natuurlijk alles met gipsplaten inpakken en wit schilderen. Het geheel zou dan wel modern ogen, maar daarom niet mooi. Integendeel. Het huis had een aantal charmante eigenschappen en die hebben we bewaard of een nieuw leven gegeven. Zoals de oude plankenvloer, de binnendeuren, de lampen in de keuken..."

Meest ongewoon is de hal, die wel een kast lijkt.

"De lambrisering waarmee we de hal bekleedden, maakte oorspronkelijk deel uit van de eetkamer. Omdat ik het houtsnijwerk wel waardevol vond, maar te bepalend voor de leefruimte, plaatste ik verschillende panelen in de hal. Erachter zit een vestiaire. Het is dus niet alleen bijzonder binnenkomen, het biedt ook een praktische oplossing." Naast het behouden van oude elementen combineert de architecte koele en warme materialen. In de leefkeuken is er enerzijds de kast in palissanderfineer, anderzijds het gebruik van inox en witte industriële tegels. Doordat er bovendien niet aan de gevels is getornd en de typische kleine ramen bewaard zijn gebleven, is het contrast tussen de witte tegelmuur, het semi-industriële aanrecht en het kleine raam des te verassender.

Terwijl deze ruimte huiselijk aandoet, schuilt er achter de laatste schuifdeur een heel andere sfeer. De zitkamer met twee grote ramen, met zicht op de omliggende landerijen, heeft een groots karakter omdat Inge dit oude poortgebouw tot in de nok van het dak opengelaten heeft en een spel creëerde van mezzanines en halfomsloten overlopen. Het is even boeiend om je met het hoofd in de nek te vergapen aan wat boven gebeurt, als om te turen over de weilanden. "Omdat de ruimtes door het hele huis nogal laag zijn, heb ik in het poortgebouw de bestaande zolderingen weggehaald. Langs de scheidingswand met de rest van de woning heb ik over de drie verdiepingen een houten kastwand voorzien, waarachter zowel bergruimte als doorgangen naar de andere kamers verscholen zitten. Door deze monumentale wand, en de daaraan visueel vastgehechte mezzanine, is er een verticale in plaats van een horizontale ruimte ontstaan. Met op het hoogste niveau een kleine kamer waarin de oorspronkelijke glasramen van dit huis verwerkt zijn."

In de keuken en eetkamer is het landelijke karakter van de site in een hedendaagse context bewaard, in de zitkamer waan je je in een kosmopolitische omgeving. Inge Watteeuw wist op deze manier een herenhoeve twee gezichten te geven, conform aan de nieuwe leefgewoonten.

Hilde Bouchez / Verne