Het begon als anekdotes, hier en daar in de pers. Natuurlijk eerst in de Verenigde Staten. Toen werden het hardnekkige geruchten. En vervolgens wetenschappelijke veronderstellingen. Er zouden mensen zijn die absurd veel gebruikmaken van het Internet. Die meer tijd doorbrengen on line achter de computer dan off line in het echte leven. En die als ze ophouden met reizen door cyberspace ontwenningsverschijnselen vertonen. Wat is er waar van deze Internetverslaving? Is het een nieuwe ziekte? Of slechts een hersenschim van psychologen op zoek naar onontgonnen menselijk gebrek?

Het verschijnsel kreeg de naam Internet Addiction Disorder (IAD). De Amerikaanse psychiater Kimberly Young is op dit ogenblik de meest geciteerde onderzoekster van IAD. Zij besluit uit een aantal casestudy's dat er mensen zijn die het Internet gemiddeld 38 uur per week gebruiken voor doeleinden die niets met studie of werk hebben te maken. Dat veroorzaakt slechte prestaties bij studenten, ontwrichte relaties en huwelijken, en het bezorgt werknemers problemen met baas en collega's. Een groep normale gebruikers spendeert in vergelijking 8 uur op het Internet, en ondervindt daarvan geen significante gevolgen. Andere studies tonen zelfs mensen met een gemiddeld Internetgebruik van 40 uur per week. Het is veel, maar is het abnormaal? Daar is men het nog niet over eens. Onderzoekers zwerven nog rond in elkaars statistieken. De literatuur is beperkt.

Voorlopig is het antwoord vrij eenvoudig. Als Internet de andere dingen in je leven begint te hinderen, dan ben je er waarschijnlijk meer dan normaal mee bezig. De studies van Kimberly Young en anderen, hoe bescheiden ook in hun opzet, bevestigen dit geurtje van abnormaliteit. Mensen die beweren afhankelijk te zijn van het Internet en die dus in aanmerking komen voor de diagnose Internet Addiction Disorder, vertellen over zichzelf onder meer het volgende. Tussen on line sessies in kijken ze verlangend uit naar hun volgende Internetbezoek. Ze verliezen het besef van tijd en voelen zich ongemakkelijk en nerveus als ze niet achter hun computerscherm zitten. Ze geven toe dat ze tegenover partner, vrienden en werkgever liegen over het aantal uren dat ze on line doorbrengen. Ze beweren ook dat hun extreme Internetgebruik zowel professionele, financiële als sociale problemen in hun leven veroorzaakt.

Kathleen Scherer, een andere Amerikaanse onderzoekster, volgde 381 Internetgebruikers, studenten aan de Universiteit van Texas, en stelde vast dat 49 onder hen (13%) neigen naar Internetverslaving; 71% waren mannelijke, 29% waren vrouwelijke studenten. Zij bekenden onder meer dat Internet hun tijdsbesteding in de war stuurde en hen ook deed vergeten te slapen en te eten.

Wat doen deze zonderlingen op het Net? Wat valt daar dan te beleven dat zij er gezin en werk of studies voor laten verkommeren? Is het Internet verslavend of gebruiken verslaafden het Internet? Wat iemand on line doet, is minstens even belangrijk als het aantal uren dat hij of zij voor het scherm doorbrengt. Sommige on line activiteiten zijn immers aantrekkelijker dan andere. Spelletjes en chat bijvoorbeeld. Ook Young komt tot die (overigens niet zo merkwaardige) conclusie. Het Net gebruiken voor informatie is weinig verslavend. Het is dus niet zozeer het Internet zelf maar wel de mogelijkheden die het biedt, die mensen uit de bol doet gaan. Aanspoort tot dwangmatig gedrag. De gevallen die Kimberly Young beschrijft, vertoeven meestal in chat rooms (35%), nemen deel aan Multi-User Dungeons of MUDs (28%), discussiëren in nieuwsgroepen (15%), of maken uitbundig gebruik van e-mail (13%).

In chat rooms en MUDs kun je in real time communiceren, net alsof je telefoneert maar dan met geschreven woorden. Je doet dit niet met één persoon maar met heel veel mensen tegelijk. Het lijkt wel alsof je in een kroeg hangt, zij het dan in een virtuele. Meer dan duizend gebruikers kunnen gelijktijdig op één virtuele plaats samen kletsen, meningen spuien, spelen, ruziën, elkaar uitdagen, flirten of wat mensen ook doen eenmaal ze met elkaar aan de praat zijn.

In een MUD heb je nog bijkomende pret. Daar speelt iedereen een rol, kiest de gebruiker een identiteit en neemt hij desgewenst zelfs een andere gedaante aan. MUDs zijn voor sommige gebruikers zo overweldigend belangrijk geworden dat zij hun on line leven verkiezen boven hun echte bestaan. Er zouden mensen zijn die 18 uur per dag in een virtuele realiteit doorbrengen en hun computer maar verlaten als ze door slaap worden overmand.

Wat maakt Internet voor deze mensen zo aantrekkelijk? Wat vinden ze op Internet dat ze elders blijkbaar niet kunnen krijgen? Kimberly Young somt drie factoren op: een sociaal netwerk, seksuele bevrediging, en een nieuwe persoonlijkheid.

Internetgebruikers die steeds dezelfde chat rooms of MUDs bezoeken, beginnen elkaar te kennen. Hoewel zij over elkaars reële achtergrond vaak helemaal niets weten, ontstaat er verbondenheid, familiariteit, en zelfs intimiteit. Het grote voordeel is dat er tegelijkertijd een grote anonimiteit bestaat. Je hoeft jezelf helemaal niet bloot te geven. Je zogenaamde cyberspace-vrienden hoeven niet te weten wie je in het echte leven bent. Als je afwijkende meningen wil ventileren, dan kan dat zonder gevaar van afwijzing. Young geeft het voorbeeld van een priester die zonder schroom, want anoniem, kan meepraten over verregaande kerkelijke hervormingen in een discussiegroep op Internet. Als pastoor kan hij zich deze vrijheid in werkelijkheid onmogelijk veroorloven.

Op Internet kun je ook lekker luistervinken, zonder dat de anderen ook maar vermoeden dat je er bent. Dit spioneren levert soms heel sappige informatie op. Zeker als je weet dat in cyberspace ook seks wordt bedreven. Seksuele bevrediging is een tweede aantrekkelijke karakteristiek van Internet. Er zijn honderden erotische chat rooms waar alles kan en waar nooit vragen worden gesteld. Tenzij pikante. Deze zogenaamde cyberseks is volledig anoniem en de gebruiker kan ook hier zichzelf een nieuwe identiteit geven, zelfs veranderen van geslacht. Mensen die in de echte wereld om welke reden ook niet aan hun erotische trekken komen, kunnen met cyberseks alles bereiken waar ze van dromen. Al is het dan onder de vorm van lichaamloze communicatie via een computerscherm. Dat dit verslavend kan zijn, is niet zo verwonderlijk.

Een derde factor is misschien wel de interessantste. Op Internet kan je een andere identiteit aannemen. Je wordt de mens die je altijd al wilde zijn. In de gevallen van dwangmatig Internetgebruik die onder meer door Kimberly Young werden opgespoord, is de on line persoon dikwijls een tegengestelde van wat hij of zij in het echte leven is. Sommige mensen gebruiken hun uitstapjes in cyberspace onbewust als antistressmiddel. Ze laten hun bezwarende leven als bijvoorbeeld makelaar met financiële en relationele problemen achter zich en nemen een mentale vakantie als jonge, vrije en succesvolle bankier. Je kunt het op Internet ver brengen zonder in de realiteit iets voor te stellen. Op het Net word je beoordeeld naar je ideeën, niet naar je sociale status in de reële wereld, niet naar je uiterlijk of afkomst.

Anderen laten op het Internet hun masker van brave burger vallen en tonen er hun ware aard. Young voert bijvoorbeeld Tony ten tonele. Een welgemanierde en beheerste, jonge vader die toegeeft dat hij op het Net onmiddellijk in de rol van de agressieveling stapt. In Tony's geval weten we dat zijn opgekropte woede stamt uit een ongelukkige jeugd. In cyberspace neemt hij eindelijk wraak. Zonder iemand echt kwaad te doen, bevecht hij op zijn computerscherm de virtuele monsters uit zijn kinderjaren. Het helpt hem blijkbaar om in het dagelijkse leven, of wat daar na ontelbare uren Internet nog van over is, kalm te blijven.

Door de beschrijving van een paar typische gebruikers met Internet Addiction Disorder geven Young en andere onderzoekers al een beetje het antwoord op de vraag wie verslaafd raakt aan Internet. In afwachting van meer onderzoek blijven dit echter hypotheses. Het is bijvoorbeeld niet uitgesloten dat depressieve mensen met weinig zelfvertrouwen verslaafd raken aan de fantasiewereld die zij vinden op Internet. Omdat zij daar wel aanzien hebben en hun leven wel betekenis krijgt. Omdat zelfs macht plots binnen handbereik komt te liggen. Het uitzonderlijk genoegen van chatten met onbekenden overal ter wereld wijst in vele gevallen op de onvervulde behoefte aan respect en goedkeuring van anderen. Een behoefte die blijkbaar in hun reële leven van vlees en bloed niet wordt bevredigd.

Maar betekent dat niet dat Internet Addiction Disorder eerder een nieuw symptoom van bestaande frustraties is dan een nieuwe ziekte? Als het Internet niet zou bestaan, zouden deze mensen dan niet even goed kunnen vluchten in een ander surrogaat? Is er voorbestemming voor Internetverslaving? Volgens psychiater Pieter Roosen, directeur van de Dienst Geestelijke Gezondheidszorg Matt Talbot in Antwerpen, kan je niet spreken over een predispositie voor IAD. Mensen die hun Internetactiviteiten niet in de hand hebben, lijden aan het controleverlies dat eigen is aan elk dwangmatig gedrag. Net zoals een alcoholist de controle verliest over zijn drinken en een gokverslaafde over zijn spel. Controleverlies is de grote gemene deler van elke verslaving. Er zijn ontelbare verstandige gebruikers die nooit in dit excessief gedrag zullen vervallen. Die helemaal geen behoefte hebben aan een surrogaatleven op een computerscherm.

Pieter Roosen: "Verslaving is een vluchtreflex. Als Internet niet zou bestaan, zouden deze mensen zich misschien te buiten gaan aan chocolade, aan eten, aan werken, aan seks, aan porno, aan joggen, aan om het even wat hen een kick kan geven." Dit sluit aan bij de bedenkingen van een andere psychiater, de Amerikaan J.M. Grohol. Hij vraagt zich af of excessief gebruik van Internet angstaanjagender is dan bijvoorbeeld extreem veel televisiekijken of zichzelf te pletter werken. Als Internet Addiction Disorder wordt bestudeerd, waarom kennen we de termen Television Addiction Disorder of Work Addiction Disorder dan niet?

Pieter Roosen: "Die kennen we wel, denk aan workaholics. Televisiekijken en werken zijn echter activiteiten uit het dagelijkse leven. Het is veel moeilijker om daar te ontdekken waar een grens overschreden wordt en er sprake is van verslaving. Wat is normaal en wat niet? In de VS staat de televisie de hele dag en vaak ook nog de hele nacht aan zonder dat iemand daar aanstoot aan neemt."

Pieter Roosen wijst op een veel problematischer verslaving. Specialisten maken het onderscheid tussen mensen die extreem verknocht zijn aan het Internetgebeuren zelf en mensen die pathologisch gokken via Internet. Die laatste spelen roulette, black jack, noem maar op, en hebben de tijd van hun leven zolang ze winnen. Maar dan gaan ze ongemerkt over in een ander programma waar het menens is. Dan spelen ze plots voor grof geld.

Gokverslaving op Internet is erger dan een "gewone" gokverslaving omdat er geen enkele sociale controle is. De Internetgokker is alleen, speelt alleen met zichzelf. En kan onbeperkt verliezen zonder dat ook maar iemand hem op de schouder tikt en waarschuwt voor de gevolgen. Die zijn soms verschrikkelijk, en altijd onherroepelijk als de afrekening van de kredietkaart komt. Over dit toenemend probleem, dat door hulpverleners bijzonder ernstig wordt genomen, organiseert de European Association for the study of Gambling begin juli in München een internationaal congres. Wordt dus vervolgd.

In België zijn voor zover wij konden achterhalen nog geen gevallen van Internetverslaving bekend. De verschillende hulporganisaties waar mensen met dit probleem of hun familieleden zich kunnen melden, hebben voorlopig nog niemand gezien. Maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Het Nederlandse equivalent van Matt Talbot, het Centrum Alcohol en andere Drugsverslaving in Breda, registreerde wel al een paar gevallen. Er zijn op dit ogenblik in Vlaanderen ongeveer 700.000 Internetgebruikers. Hoeveel van hen lopen gevaar de controle te verliezen? Mogen we extrapoleren zoals de Amerikanen doen? Omdat exacte cijfers ontbreken, neemt bijvoorbeeld Kimberly Young de verhouding "normale" gokkers en pathologische gokkers als vergelijking. Op honderd gokkers gaan er gemiddeld 1 tot 5 hun boekje te buiten. Een rekensommetje leert dat dit betekent dat er in Vlaanderen ten minste 7000 potentiële Internetverslaafden achter een computerscherm zitten.

Pieter Roosen: "Dat is best mogelijk. Maar het blijft een extrapolatie. In de hulpverlening zien we slechts het topje van de spreekwoordelijke ijsberg. Misschien omdat mensen niet weten waar ze met hun probleem terechtkunnen. De neiging tot verslaving is een constant gegeven. Elke menselijke activiteit kan verslavend zijn, zal bij sommige personen een vluchtreflex uitlokken. Ook Internet."

Het Internet is ongelooflijk aantrekkelijk. Zonder Internet zou bijvoorbeeld het schrijven van dit artikel veel langer hebben geduurd. De artikels van de Amerikanen Young, Scherer en Grohol rolden na een uur of twee surfen zomaar uit onze printer. Dat dit geslaagde huwelijk tussen techniek en communicatie voor anderen echter een tijdrover is, en dat Internet sommige levens een beetje overhoop haalt, is niet zo uitzonderlijk. Maar we moeten niet overdrijven. Internet is geen drug.

Adres Matt Talbot, Dienst Geestelijke Gezondheidszorg, Tel. (03) 235.88.02.

Kimberly Young, Cought in the Net. How to recognize the signs of Internet Addiction Disorder and a winning strategy for Recovery, John Wiley & Sons, 1998.

Marianne Meire / Collage Tom Hautekiet