De afgelopen maanden haalde politiek België geregeld de internationale pers, maar zelden met goed nieuws. Ook op de Olympische Spelen maakte België geen grote indruk. Mode is de gelukkige uitzondering : al jaren scoort Belgische mode goed. Het laatste wapenfeit dat mediabelangstelling haalde, was de goede score van prinses Mathilde op de best dressed list van het vermaarde glamourmagazine Vanity Fair. Haar adviseur is Edouard Vermeulen, de Brusselse couturier met West-Vlaamse roots, die al 25 jaar het modehuis Natan leidt (pag...

De afgelopen maanden haalde politiek België geregeld de internationale pers, maar zelden met goed nieuws. Ook op de Olympische Spelen maakte België geen grote indruk. Mode is de gelukkige uitzondering : al jaren scoort Belgische mode goed. Het laatste wapenfeit dat mediabelangstelling haalde, was de goede score van prinses Mathilde op de best dressed list van het vermaarde glamourmagazine Vanity Fair. Haar adviseur is Edouard Vermeulen, de Brusselse couturier met West-Vlaamse roots, die al 25 jaar het modehuis Natan leidt (pagina 46). Deze Mode dit is Belgisch is het tweede deel van onze modetrilogie, na de special van vorige week. Dit nummer zadelt ons telkens weer op met een luxeprobleem : zoveel namen, talenten en collecties. Genoeg stof voor verscheidene nummers. Maar over de cover waren we het snel eens. In Axelle Red vonden we de perfecte modeambassadeur : een Limburgse met een Franstalig repertoire en een internationale carrière. Bovendien is ze een fervent draagster van Belgische ontwerpers, met een aantal onder hen is ze ook bevriend. "Muziek, mode : de vorm is misschien anders, maar ik voel een grote verwantschap met ontwerpers, we zitten op dezelfde golflengte", vertelt ze tijdens een uitgebreid interview (pagina 50) aan Linda Asselbergs. Dit seizoen associeert Axelle Red zich nog meer met mode : ze is het gezicht voor het Belgische Hampton Bays, een jong en modieus label dat met de komst van een nieuw ontwerpersduo een mooie facelift kreeg. Of er nu grote verschillen bestaan tussen mode in het noorden en in het zuiden van ons land, dat is de vraag die Wim Denolf voorlegt aan allerlei Brusselse en Waalse modemensen. Zijn dossier "Mode dit is ook Belgisch" (pagina 30) laat zien wat er in Franstalig Brussel en in Wallonië leeft op modegebied. Hij was aangenaam verrast. "Vlaamse ontwerpers hebben volgens mij - hoewel ze onderling sterk verschillen - toch meer een groepsidentiteit. Antwerpen is een naam als een klok. Bij de Franstalige buren is dat beeld diffuser, maar het belet hen niet om hoge functies te bekleden bij internationale modehuizen." Ook 'onze' Bruno Pieters zit internationaal onder dak. Hij werd de artistiek directeur van Hugo, het avant-gardelabel van Hugo Boss. Deze winter ligt de eerste Hugocollectie van zijn hand - voor zowel vrouwen als mannen - in de winkel. Het was dan ook een hectisch jaar, behalve met zijn werk voor Hugo maakte Pieters ook indruk met zijn eigen collecties. Weekend-medewerkster Annelies Ryckaert vroeg hem hoe hij het allemaal combineerde (pagina 70). "Voor Hugo probeer ik wel vooral grafisch te werken, met weinig verwijzingen. Mijn eigen werk is romantischer, met veel referenties aan vroegere periodes in de mode." Schetsen en foto's van Pieters' werk hangen trouwens tot eind september in de Bogardenkapel van de Brugse Academie. Trui Moerkerke