Terwijl je in elke straat van Brussel op art-nouveaumotieven botst, moet je in Nancy aandachtig rondkijken om de sporen te vinden van deze belle-époquestijl. Hier en daar ontdek je grote classicistische panden met enkele zweepslagornamenten, maar zelden vind je er zuivere getuigen van de art nouveau. Een ontgoocheling, want Nancy heeft de naam de hoofdstad van de Franse art nouveau te zijn. Bovendien werd het fraaiste art-nouveauhuis van de stad, de woning van de vermaarde meubelontwerper Louis Majorelle (1859-1926), niet eens opgefrist voor dit eeuwfeest. Oorzaak daarvan is een strijd tussen de stad en de staat, eigenaar van dit pand. Je kan het huis wel eenmaal per week bezoeken.
...

Terwijl je in elke straat van Brussel op art-nouveaumotieven botst, moet je in Nancy aandachtig rondkijken om de sporen te vinden van deze belle-époquestijl. Hier en daar ontdek je grote classicistische panden met enkele zweepslagornamenten, maar zelden vind je er zuivere getuigen van de art nouveau. Een ontgoocheling, want Nancy heeft de naam de hoofdstad van de Franse art nouveau te zijn. Bovendien werd het fraaiste art-nouveauhuis van de stad, de woning van de vermaarde meubelontwerper Louis Majorelle (1859-1926), niet eens opgefrist voor dit eeuwfeest. Oorzaak daarvan is een strijd tussen de stad en de staat, eigenaar van dit pand. Je kan het huis wel eenmaal per week bezoeken.Dat alles neemt niet weg dat Nancy de liefhebbers van art nouveau verwent met drie puike tentoonstellingen over architectuur, glaswerk, meubilair, ceramiek en schilderkunst.In Nancy heeft de art nouveau wortels in de Frans-Duitse oorlog van 1870-'71, toen Duitsland beslag legde op een deel van Frankrijk: een stuk Lotharingen en Elzas. De stad werd de metropool van Oost-Frankrijk en de bevolking groeide in één klap aan met duizenden inwoners, afkomstig uit het bezette gebied. Daar waren rijke industriëlen en kunstenaars bij, en zij zorgden voor een economische boom.In de streek werden vooral meubels, leder, glas en ceramiek geproduceerd. Hiermee hebben de families Gallé en Daum fortuin gemaakt. De vader van Emile Gallé, de art-nouveaukunstenaar bij uitstek, runde een ceramiek-, glas- en meubelfabriek. Onder invloed van de Japanse kunst en de Britse Arts-and-Craftsbeweging ontwikkelde Emile in de jaren tachtig een eigen decoratiestijl die veel succes kende in Parijs. Toen ontpopte hij zich tot dé toonaangevende figuur van de Franse art nouveau. Ook de gebroeders Auguste en Antonin Daum waren succesrijke kunstenaars-industriëlen. Zij omringden zich met getalenteerde glasschilders zoals Jacques Grüber en Henri Bergé. Van Grüber hangen op vele plaatsen in Nancy prachtige glasramen. Glasfabrikant Daum was de grote concurrent van Gallé. Terwijl de manufactuur van Gallé zich na zijn dood in 1904 artistiek niet langer vernieuwde, gingen de ontwerpers van Daum nieuwe horizonten verkennen. Daum wist zich te handhaven in het interbellum met mooi art-decoglas. Het bedrijf bestaat trouwens nog steeds, maar produceert tegenwoordig kitscherig glaswerk naar oude trant. Op de place Stanislas, het centrale plein van Nancy, heeft Daum een grote winkel. Ook meubelontwerper en fabrikant Louis Majorelle hoorde bij de tenoren van de art nouveau. Zijn rijkelijk met inlegwerk versierde meubels staan in het Musée de l'Ecole de Nancy. Deze school werd in 1901 op initiatief van Emile Gallé opgericht om het creatieve talent van de streek te bundelen, zowel industriëlen als kunstenaars. De school stichtte een museum met een bibliotheek, organiseerde voordrachten en tentoonstellingen, en bedacht wedstrijden. Bovendien werd ook aan ambachtslui onderricht gegeven. De School van Nancy diende om de lokale belangen in Parijs te verdedigen en om te verhinderen dat het talent uit de streek zou wegtrekken. Een reëel probleem, want ook toen lokte de hoofdstad veel krachten uit de provincie. (Het systeem van de school was niet nieuw: de hele Arts-and-Craftsbeweging werd enkele decennia eerder in Groot-Brittannië op dezelfde leest geschoeid.) Bovendien was in het begin van deze eeuw de art nouveau over zijn hoogtepunt heen. Zeker in ons land, waar de stijl naar modernisme evolueerde. De school was geen lang leven beschoren, want in 1904 stierf leider Emile Gallé en tien jaar later brak de oorlog uit. Na 1910 was de art nouveau in Nancy niet langer populair: de zweepslagstijl zwakte af en ruimde plaats voor de kubistische art deco. Wie eerst een uitgebreid bezoek brengt aan de art-nouveaupaleizen van Brussel en daarna Nancy verkent, wordt teleurgesteld. In Frankrijk was deze stijl weinig meer dan een decoratieve vormentaal, bij ons groeide ze uit tot een volwaardige architectuurstijl. Horta en van de Velde hebben ook met het grondplan van hun gebouwen geëxperimenteerd. Ze schrapten de klassieke schikking van salonnetjes achter elkaar, en in de plaats kwam een organische structuur met veel licht. In Nancy hebben veel art-nouveaupanden nog een klassiek grondplan. Ook de afwerking van de architectuur en het meubilair zijn minder verfijnd dan in België. Sommige meubels van Gallé, Majorelle, Vallin en Sauvage zijn zelfs lomp van vorm. Toch wordt het Franse art-nouveaumeubilair op de internationale kunstmarkt hoger gewaardeerd dan dat van de Belgische ontwerpers. Onze zuiderburen profiteren van de algemene uitstraling van hun cultuur. Bovendien werden de meubels van Gallé en Majorelle op vrij grote schaal geproduceerd zodat het aanbod op de kunstmarkt groter is. Meubels van Horta en Van de Velde zijn zo zeldzaam dat er geen vaste markt voor bestaat. Doordat hun artistieke kwaliteit de decoratieve waarde overheerst, is het aantal kopers geringer. De ontwerpers van Nancy waren wel meesterlijk in het vervaardigen van kleine sierobjecten: het glas van Gallé en Daum is oneindig veel mooier dan wat er ooit in ons land werd gemaakt. Wie de art nouveau van Nancy wil ontdekken, trekt best tijdens het weekend naar de stad. Dan kan je na afspraak met de Dienst voor Toerisme de woning van Louis Majorelle bezoeken. Verder krijg je weinig kans om interieurs te zien. In de buurt van de place Maginot kan je wel terecht in enkele bankgebouwen met een art-nouveau-interieur. In de Chambre de Commerce (rue Henri Poincaré) worden de prachtige glasramen van Jacques Grüber gerestaureerd. Daar zie je het restauratieatelier aan het werk. Op de hoek van dezelfde straat beland je op een van de leukste plekken van de stad: brasserie Excelsior (rue Mazagran), gebouwd in 1910, uitgevoerd in late art-nouveaustijl, met glasramen van Grüber en meubels van Majorelle. De beau monde komt er graag. Maar Nancy heeft veel meer te bieden dan zijn art-nouveaupatrimonium. Blikvanger is het centrale plein, place Stanislas, een meesterwerk uit het midden van de 18de eeuw. Het werd gebouwd in opdracht van de voormalige koning van Polen, Stanislas Leczinski, die zijn land in 1736 moest verlaten en van Lodewijk XV Lotharingen als hertogdom kreeg. Na zijn dood in 1766 werd het miniatuurstaatje wel eigendom van het Franse koninkrijk: een handige zet van de Franse vorst om de onafhankelijke Lotharingers een tijdlang zoet te houden. Stanislas hield er een heuse hofhouding op na met tal van kunstenaars, zoals de Brugse beeldhouwer Paul-Louis Cyfflé. In het bijzonder rijke Musée Lorrain (Grand' Rue) wordt zijn boetseerwerk geëxposeerd naast dat van de bekendste Franse beeldhouwer van de 18de eeuw, Clodion, geboren uit een beroemd beeldhouwersgeslacht uit Nancy. De prachtige collectie middeleeuws beeldhouwwerk bewijst dat Nancy ook veel vroeger een belangrijke stad was. Dat blijkt ook uit het merkwaardige grondplan van de stad: Nancy heeft vier naast elkaar liggende kernen. Naast het middeleeuwse hart met pittoreske steegjes bouwden Italiaanse architecten op het einde van de 16de eeuw een nieuwe stad met een rastervormig grondplan. De brede straten en de huizen met platte daken doen Italiaans aan. Tussen beide steden plantte hertog Stanislas in het midden van de 18de eeuw zijn plein. In de 19de eeuw nam de stad achter het station opnieuw uitbreiding. Dit is de buurt met de meeste art-nouveauwoningen. Doordat deze grote architecturale veranderingen naast elkaar gebeurden, bleven de sporen van elke periode duidelijk leesbaar in het stadslandschap. Dat maakt een stadsbezoek extra boeiend.Art nouveau in Nancy: Galeries Poirel, Musée de L'école de Nancy en Musée des Beaux-Arts, van 24 april tot 26 juli. Nadien worden er nog tentoonstellingen en ateliers (o.a. etsen, kalligrafie en ceramiek) georganiseerd in Nancy en omgeving. Bezoek aan de woning Majorelle en meer info: toeristische dienst, Tel. (0033) 383.17.19.99, Place Stanislas BP 810, 54.011 Nancy Cedex.Piet Swimberghe