Ik was zes toen ik naar België kwam. Mijn vader mocht als kok aan de slag in het gerenommeerde restaurant van Pierre Romeyer in Groenendaal, en ons gezin is hem een jaar later uit Marokko achterna gereisd. Als sardienen geperst in een minibusje.
...

Ik was zes toen ik naar België kwam. Mijn vader mocht als kok aan de slag in het gerenommeerde restaurant van Pierre Romeyer in Groenendaal, en ons gezin is hem een jaar later uit Marokko achterna gereisd. Als sardienen geperst in een minibusje. Na een half jaar sprak ik Nederlands. Ik was enorm gemotiveerd : het frustreerde me dat ik niet mee kon lachen en onnozel doen met mijn klasgenootjes. In het begin prentte ik hele zinnen fonetisch in mijn hoofd om zo snel mogelijk te achterhalen wat ze wilden zeggen. De zusters van het schooltje in Hoeilaart hebben me ongelooflijk geholpen. Fantastische vrouwen waren dat. Tijdens de missen bad en zong ik luidkeels mee, maar dacht ik gewoon aan mijn eigen god. Dat lukte perfect. En de zusters noch mijn ouders deden daar moeilijk over. Ik ben zelfs ooit meegegaan naar Lourdes. Als moslim. Stel je voor. Ik heb een zalige kindertijd beleefd. We waren de enige allochtonen in Hoeilaart, maar het hele dorp hield van ons. Mijn vader was een vrij bekende figuur : hij kookte ook vaak op communie- of trouwfeesten. Ikzelf werd liefdevol krullenkop gedoopt, en geen haan die kraaide naar de hoofddoek van mijn moeder en zus. Het woord racisme leerde ik pas kennen toen ik in Brussel kwam wonen. Die angst voor het vreemde, tja. Ik maak me er niet meer zo druk om. Maar het blijft. Een typisch voorbeeld : een oud vrouwtje op de tram dat haar tas stevig vastpakt, wanneer ik naast haar ga zitten. Heel soms vraag ik : waarom doe je dat nu ? Het blijft een retorische vraag meestal. Jullie maken het water vuil. Dat kregen we te horen van het zwembad waar we met onze vereniging gingen zwemmen. We hebben nog wetenschappelijk laten bewijzen dat dat larie is, maar het mocht niet baten : geen club moslimvrouwen in het zwembad. Een van de pijnlijkste racistische ervaringen sinds lang. Dar El Ward betekent bloemenhuis. Bloemen moeten bloeien : Dar El Ward helpt Marokkaanse vrouwen hun weg te vinden in de Belgische maatschappij, spoort ze aan uit hun huizen te komen en open te bloeien. Intussen zijn we met honderden leden, die wekelijks samenkomen en kleinschalige ontwikkelingsprojecten opstarten in samenwerking met het Vlaams Internationaal Centrum. De vrouwen voelen zich nuttig en dat is de eerste stap naar een actievere integratie. Elk jaar organiseren we een inleefreis naar Marokko. De ene week doen we vrijwilligerswerk, de andere week bezoeken we Marokko. Vele Marokkaanse Belgen kennen hun land van herkomst niet. Vooral jongeren hebben er een verkeerd beeld van, en willen niet terug. Maar volgens mij kun je pas groeien als je weet waar je vandaan komt. In het reine komen met je afkomst helpt een persoonlijk evenwicht te vinden. De meeste moslims zijn géén radicale fundamentalisten. En dat lijken we de laatste tijd te vergeten. Islam betekent vrede. Jammer dat sommige moslims dat anders begrijpen. Ik hoop daarom vurig op beter islamonderricht in de scholen : alleen zo kunnen we jonge moslims de juíste islam leren. En daarvoor hebben we dringend meer islamleerkrachten nodig. Die hoeven zelf geen moslim te zijn. Alleen goede lesgevers. Natuurlijk moeten migranten Nederlands en Frans leren. Maar als ik soms zie hoe weinig Belgen tweetalig zijn, dan vraag ik me toch af of de pot soms de ketel niet aan het verwijten is. Belg of Marokkaan, ik voel me in de eerste plaats gewoon mens. Ik ben ouder dan jij, en leef dus al langer in België. Wie is nu meer Belg : jij of ik ? Ach, het is niet meer dan een kleur van je identiteit. Laten we dat nu toch eindelijk eens overstijgen. :: Najat Saadoune is een van de '7 opmerkelijke vrouwen' uit de gelijknamige brochure van het Sofia Expertisecentrum Vrouw en Management.Tekst Guinevere Claeys I Foto Lieve Blancquaert