Het is een vreemde gewaarwording terug in de Grote Boze Stad te vertoeven. De geluiden van tochtige koeien en vogels van divers pluimage zijn vervangen door koud stadslaweit, zoals dat van de motorrijder die zijn Harley klokvast om vijf minuten voor middernacht in de garagebox parkeert en dan een sigaret opsteekt, voor hij wijdbeens wegwaggelt om in een anoniem appartementsgebouw te verdwijnen. Ook bijzonder is het geruzie van een koppel in een Slavische taal, dat doorheen de muren soms vaag valt te horen, en de daaropvolgende Wiedergutmachungsseks. Die klinkt zoals seks in het Nederlands zou klinken maar dan iets scherper, nijdiger, alsof de wind van een besneeuwde steppe eroverheen gewaaid is.
...

Het is een vreemde gewaarwording terug in de Grote Boze Stad te vertoeven. De geluiden van tochtige koeien en vogels van divers pluimage zijn vervangen door koud stadslaweit, zoals dat van de motorrijder die zijn Harley klokvast om vijf minuten voor middernacht in de garagebox parkeert en dan een sigaret opsteekt, voor hij wijdbeens wegwaggelt om in een anoniem appartementsgebouw te verdwijnen. Ook bijzonder is het geruzie van een koppel in een Slavische taal, dat doorheen de muren soms vaag valt te horen, en de daaropvolgende Wiedergutmachungsseks. Die klinkt zoals seks in het Nederlands zou klinken maar dan iets scherper, nijdiger, alsof de wind van een besneeuwde steppe eroverheen gewaaid is. Nog steeds krijg ik ideeën voor wereldwijde commerciële voltreffers, waarvan er tot dusver helaas niet één levensvatbaar is gebleken. Wat bijvoorbeeld te denken van een cd vol geluiden van vrijende mensen, in alle talen & timbres & temperamenten, van Finnen en Russen tot Cubanen en Chinezen ? De verzamelde liefdeswoordjes van de wereld, talk dirty to me in 101 talen. Ik zou dat wel eens willen horen, maar niet te lang, want bij een overdosis zou er ongetwijfeld iets afstotelijks van uitgaan. Maar begeleid door de passende beats, pounding technomusic, moet zoiets toch een hit worden en airplay krijgen van hier tot in Tokio ? Voor het eerst in mijn leven zou ik in een grotere stad willen wonen. Tot dusver vond ik het altijd aanstellerig als mensen zegden dat Gent een dorp was, een parochie waar iedereen iedereen kent. Nu begin ik dat gevoel van provincialisme aan den lijve te ervaren, alsook de sociale controle. Ik zou in de anonimiteit van de grootstad willen verdwijnen, waar alles een beetje groezelig is en niets nog verbazing kan wekken. Hier wekt nog vanalles verbazing, in deze straat die mij aan Abbey Road doet denken, zoals vereeuwigd op de beroemde platenhoes van The Beatles, met die bomen en de loomte en de geheimzinnige Volkswagen Kever. Er is een petanqueclub en een parochiaal centrum, met lambriseringen in een kleur om zelfmoord te plegen. Daar komt de derde leeftijd dansen, onder een opzichtig kruis waaraan Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum is vastgenageld. Met spijkers van de Gamma, hèhèh. Zo'n tien jaar geleden heb ik hier al eens gewoond, zodat het soms lijkt alsof ik kakelvers uit een teletijdmachine kom gestapt. Bijvoorbeeld als ik de slager en zijn vrouwtje zie, toen enthousiaste starters maar nu gezette burgers van middelbare leeftijd, zij uitdijend, hij grijzend, met de voorspelbaarheid waarop mensen op het verstrijken van de tijd reageren. Zoals steeds, het zal wel karmisch zijn, heeft de vleesminnende klant voor mij zich tot doel gesteld de winkel leeg te kopen. Hij schept er zichtbaar genoegen in om, als aan zijn bestelling eindelijk een einde lijkt te komen, nog vlug een biefstukje toe te voegen - "fijn gesneden", zodat de slagersvrouw weer naar achteren moet. Soms vraag ik me af of deze kolossale hoeveelheden voedsel ooit écht worden opgegeten. Nog in de beenhouwerij staat een chagrijnig kijkende, dikke man van diep in de vijftig. Op zijn sweater prijkt de afbeelding van een buldog met een hoedje en een toeter. Just call me a party animal, staat daarbij te lezen. In deze omgeving, in het aanschijn van kalkoenworst en kippenwit, met zicht op het gezwel in de hals van het oude heertje dat op een stoel bij het raam zit te wachten, krijgt dat zinnetje iets onzegbaar mistroostigs. Verderop is gelukkig het station vol jonge, frisse, beweeglijke mensen. Vandaaruit kan ik naar Zaventem, van Zaventem naar Timboektoe of naar om het even welke andere plek, hoewel Timboektoe altijd wel de vleesgeworden exotiek zal blijven. Bagage : 1 tandenborstel en1 kop vol onvervreemdbare gedachten, die niettemin versnipperd kunnen worden tot kleurige confetti, in de blauwe lucht verstrooid om neer te dwarrelen over anonieme mensen - en misschien ook wel over dat ene meisje. Het meisje dat bang is voor insecten en liften en dat, tot overmaat van mijn vertedering, een beetje stottert als het kwaad is. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders