Het moederhuis in Parijs is het grootste museum ter wereld. Het bestaat sinds 1793, en is min of meer vastgeroest. De structuur is log, er is weinig wisselwerking tussen de verschillende departementen. Voor vernieuwing of experiment is er weinig ruimte. Een doorsneebezoeker krijgt in het museum aan de rue de Rivoli gemakkelijk een culturele indigestie, en zware voeten.
...

Het moederhuis in Parijs is het grootste museum ter wereld. Het bestaat sinds 1793, en is min of meer vastgeroest. De structuur is log, er is weinig wisselwerking tussen de verschillende departementen. Voor vernieuwing of experiment is er weinig ruimte. Een doorsneebezoeker krijgt in het museum aan de rue de Rivoli gemakkelijk een culturele indigestie, en zware voeten. Als het Parijse Louvre een uit zijn voegen gebarsten koffer is, dan is de dependance van Lens een juwelenkistje. Geen Louvre in miniatuur, wel een snuggere samenvatting ervan, in enkele honderden greatest hits, en niet apart gepresenteerd als in Parijs, in afdelingen, scholen en technieken. Voor de mensen van het Louvre zelf is het nieuwe museum ook een laboratorium. „We kunnen hier zaken proberen die we daarna kunnen overnemen in Parijs", zegt Vincent Pomarède, de commissaris van La Galerie du Temps (en directeur van de afdeling schilderkunst in het Louvre). „De confrontatie tussen verschillende culturen ligt voor de hand, maar in Parijs is zo'n presentatie bijna onmogelijk. Hier leren we beter met elkaar samenwerken." De semipermanente expositie (ze blijft vijf jaar) geeft in één grote zaal een overzicht van de kunstgeschiedenis van 3500 voor onze tijdrekening tot 1848. De tentoonstelling, met 205 werken, is chronologisch, maar tegelijk ook thematisch (er is bijvoorbeeld aandacht voor de afbeelding van het menselijk lichaam door de jaren heen) en geografisch (Ingres' legendarische portret van de Franse entrepreneur Monsieur Bertin, uit 1832, hangt bijvoorbeeld in de buurt van een portret van een Perzische sjah uit dezelfde periode). De tentoonstelling sluit af met 'La liberté guidant le peuple' van Eugène Delacroix, uit 1830, een emblematisch tafereel van de Franse republiek. „We tonen heel wat meesterwerken uit onze collecties," zegt Pomarède, „maar we tonen die omdat ze passen in de thema's van de tentoonstelling, niet omdat het meesterwerken zijn." De architectuur van Kazuyo Sejima en Ryue Nishizawa van Sanaa zweeft ergens tussen onzichtbaar en een absurditeit uit de filmografie van Jacques Tati. Het is een laag gebouw, dat zijn omgeving niet verplettert. La Galerie du Temps is een stil schrijn van gepolijst aluminium, die de bezoeker met een fris oog laat kijken naar eeuwenoude kunstschatten. De strakke selectie maakt alles nog sterker. „We privilegiëren het plezier", zegt Pomarède. In de andere grote zaal zijn tijdelijke tentoonstellingen te zien. De eerste is gewijd aan de renaissance (met een knipoog naar de wedergeboorte van de mijnstreek). In de tweede helft van 2013 volgt een expo over Rubens. Tijdens ons bezoek, een week voor de officiële opening door president Hollande, moet een verwaarloosbaar aantal schilderijen en beeldhouwwerken nog worden geïnstalleerd. Bij de meeste stukken ontbreken nog tekstbordjes. Designer Adrien Gardère, de museograaf, kijkt toe op het goede verloop. En ook Dectot en Pomarède houden de situatie goed in de gaten. „Ik maak me geen zorgen," zegt directeur Dectot, „we hebben de situatie onder controle. We maken gebruik van de savoir-faire van het Louvre, maar we volgen wel onze eigen weg. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Pompidou Metz of Bilbao tonen wij oude kunst : dat is onze eigenheid. We werpen een andere blik op de collecties van het Louvre, met een belangrijk didactisch aspect. Onze grootste uitdaging, dat is duidelijk zijn met weinig woorden. En goed overeenkomen met onze buren." Meer info : www.louvrelens.fr voor alles wat met het Louvre heeft te maken, en www.tourisme-lenslievin.fr voor inlichtingen over Lens en gegidste tours (mijnwerkerserfgoed, art deco, et cetera).