Opmerkelijk in het interieur is de combinatie van leer en hout, zowel in het dashboard als bij de stoelen, terwijl alle toetsen van plantaardig (!) ivoor zijn. Elk deurpaneel bevat twee kleine meubels met schuifgordijntjes, terwijl aan de passagierszijde het traditionele handschoenenkastje plaats heeft gemaakt voor een aantal boven elkaar gemonteerde, draaiende opbergvakken. Voeg daar de neonverlichting, de achteruitkijkcamera en het inklapbare instrumen...

Opmerkelijk in het interieur is de combinatie van leer en hout, zowel in het dashboard als bij de stoelen, terwijl alle toetsen van plantaardig (!) ivoor zijn. Elk deurpaneel bevat twee kleine meubels met schuifgordijntjes, terwijl aan de passagierszijde het traditionele handschoenenkastje plaats heeft gemaakt voor een aantal boven elkaar gemonteerde, draaiende opbergvakken. Voeg daar de neonverlichting, de achteruitkijkcamera en het inklapbare instrumentenbordscherm aan toe en je krijgt een wel erg apart ontwerp. Maar ook bij de serieproducten stond het zoeken naar een efficiënter en flexibeler gebruik van de binnenruimte centraal. Fiats Multipla verkent de mogelijkheden om zes inzittenden over twee rijen in de breedte een plaats te geven en zodoende een ruime koffer vrij te houden. Terwijl bij Opels compacte monovolume, de Zafira, het multivariabel zetelsysteem Flex7 werd geïntroduceerd. Dankzij het vouwmechanisme van de stoelen kan de Zafira in vijftien seconden omgebouwd worden van een comfortabele zevenzitter tot een tweezitter met een laadvolume van 1700 liter - zonder dat ook maar één stoel verwijderd hoeft te worden. Opmerkelijk daarbij is dat de twee individuele stoelen op de derde rij met één druk op de knop dichtklappen en vervolgens in een uitsparing in de vloer kunnen verdwijnen. Terwijl de asymmetrisch neerklapbare achterbank op de tweede rij in de lengterichting over 20 cm kan worden versteld. Ondanks al deze fraaie denkoefeningen en de aanwezigheid van de Jaguar XK 180 concept car was het toch een beetje meneer Piëch die de show stal. De baas van de Volkswagen-groep, die na het verspelen van de Rolls-Royce-merknaam uit was op een revanche, toonde in Parijs immers dat hij zowel het grootste als het kleinste beheerst. De meer dan vijf meter lange Bugatti EB 118 schrijft met zijn 6,8 liter grote motor met achttien (!) cilinders, verdeeld over drie banken van zes, alvast automobielgeschiedenis. Anderzijds doet ook de 3,53 meter korte Volkswagen Lupo dat: met zijn 1,2 liter driecilinder TDI-motor wordt hij de eerste in productie gebouwde auto die minder dan drie liter per 100 km verbruikt, waardoor hij met zijn tank van 34 liter ruim duizend kilometer ver komt. Die ultralichte Lupo komt in de lente op de Duitse markt, de prijs ervan blijft voorlopig onbekend. PIERRE DARGE