Ik schrijf dit van op Camping Zomers Buiten, waar ik naartoe ben gekomen met behulp van een verbrandingsmotor. Het zijn de nadagen van de zomer waarin de klimaatverandering voorgoed is doorgebroken. Ik schrijf daar niet graag over. De klimaatverandering is onsexy als, om maar iets te noemen, een glazen oog dat uit zijn kas wordt genomen.
...

Ik schrijf dit van op Camping Zomers Buiten, waar ik naartoe ben gekomen met behulp van een verbrandingsmotor. Het zijn de nadagen van de zomer waarin de klimaatverandering voorgoed is doorgebroken. Ik schrijf daar niet graag over. De klimaatverandering is onsexy als, om maar iets te noemen, een glazen oog dat uit zijn kas wordt genomen. Liever schrijf ik over de jonge vrouw die in bikini op het terras van de blokhut hiernaast zit. Zij showt een weelde aan tattoos, onder meer op de wreef van haar voet en ter hoogte van haar oorsprong van de wereld. Onderwijl mept zij tweevleugeligen dood met een roze vliegenmepper. Het is een vreemd beeld, laag-bij-de-gronds en tegelijk gewelfd en verheven als een kathedraaltje in vleeskleur. Die vliegenmepper van haar is een opmerkelijk werktuig. Hij bestaat uit een roze wafeltje gemonteerd op een ijzeren stangenstelsel. Dat kan ze telescopisch uitschuiven tot wel een meter lengte. Het geheel doet denken aan een ouderwetse antenne, zoals je die aantrof op de Opel Manta waarin ik met mijn ouders rondreed in de zalige tijd vóór de polen smolten. De pleziertochtjes die wij maakten, zoals de rondrit langs nonkels en tantes op mijn eerste communie, hebben bijgedragen tot de hitte die wij heden om ons heen zien. Het is een vreemde gedachte dat mijn grootvader mij met zijn Dafje naar school bracht, en daarmee zijn duit in het zakje deed voor het uitsterven van de ijsbeer. Zulke gedachten zijn onsexy als gehoorapparaten. Liever dan daar mijn tijd aan te besteden, sla ik mijn buurvrouw gade die met gestrekte kuiten, op de toppen van haar tenen, naar een zespotig scharminkel reikt dat hoog op het raam zit. Live love laugh, lees ik op haar strakke buikje. De klimaatverandering manifesteert zich in een steeds verregaandere ontbloting, bedreigend voor het culturele verschijnsel dat mode genoemd wordt. Eerdere gevaren voor de wereld, zoals de nazi's, hadden tenminste nog het fatsoen als geüniformeerde mannen op te dagen. Nu vermommen cataclysmen zich als schaarsgeklede vrouwen. Was het vroeger op de avond, of tien jaar eerder in mijn leven, dan zei ik aan buurvrouw dat er in mijn blokhut ook nog wel wat muggen te verschalken vielen. Maar zij heeft vast al een vriend met een baard als Leopold de Tweede. Bovendien voel ik schroom voor vrouwen die overvloedig geïnkt en geperforeerd zijn. Zij lijkt echter een gevoelig wezen, dat zijn nachtrust nodig heeft. Rond tien uur gaat zij naar binnen, niet zonder mij een goedenacht toe te wensen. Zedig en in gebroken Engels. Zelf verschans ik mij ook in mijn blokhut, waar de hitte hangt als pudding. Ik lees nog wat in een boek dat is geschreven door een zekere Lorenzo, met op de flap een sticker die toetert dat daar in Italië honderdduizend exemplaren van verkocht zijn. Dan doof ik de lichten en denk aan leuke woorden, zoals vilbeluik en waterkoker. Ik denk aan de Melkweg die boven Camping Zomers Buiten te zien is. Ik denk aan mijn jongste dochter, die zei over mijn grootvader op een oude foto: "En dan zijn die dood. Honderd jaar. Zonder snurken eigenlijk. En dan moeten mensen stil zijn."