Ik reed naar Rijsel met een nostalgisch meisje. Ze was zo nostalgisch dat ze zelfs heimwee voelde naar de parkeerplek waar we de vorige keer gestaan hadden. Ze had een foto gemaakt die het op de grond gekalkte nummer toonde. "Kijk", zei ze: "W135. " Ik word zelf ook soms door weemoed beslopen, maar was blij dat die zich niet uitstrekte tot plekken in ondergrondse parkeergarages.

We gingen shoppen, wat in Rijsel gai is omdat je er nog boetieks hebt die aan de eenheidsworst ontsnappen. Ik zei aan een verkoopster dat zij mooie ogen had, wat het nostalgische meisje niet leuk vond. Je moet niet altijd doen wat meisjes leuk vinden. Daar worden ze hautain van. Op den duur gaan ze over je heen lopen, of verdwijnen met een rapper die de klep van zijn pet in de nek draagt.

Het weerzien met Rijsel beviel mij. De sfeer was er gemoedelijk. Je zag er minder van die gestreepte broeken waar de vrouwen in mijn thuisstad zich en masse in hijsen. Ze beseffen niet dat ze zo op Obelix gaan lijken, de Galliër die als kind in een ketel met toverdrank is gevallen.

Het meisje en ik dronken thee bij Maison Meert, de patisserie die gesticht is in 1677. Ik bestelde een merveilleux, het nostalgische meisje liet zich door een moelleux bekoren. Het bedroefde haar dat die niet liep toen ze er met haar vorkje in prikte. "Moet een moelleux niet lopen?" vroeg ik aan de serveuse. "Beslist niet", glimlachte zij in de taal waarin Voltaire heeft geschreven over dingen die gebak overschrijden. "Er is ook de fondant en de mi-cuit, die effectief een lopend hart heeft. Ik denk dat u daarnaar op zoek bent."

Ik antwoordde dat ik zelf niet goed wist waarnaar ik op zoek was, maar bedankte haar niettemin voor de informatie. Ik zei dat ze, na driehonderdvijftig jaar, wellicht had geleerd hoe een moelleux er dient uit te zien. Zij glimlachte. De maître d'hôtel glimlachte. In Rijsel durven de mensen nog glimlachen om een flauw grapje, in plaats van over straat te schrijden met de blik op oneindig.

's Avonds was er een lichtfestival, waarbij sokophouders en uitslaande vlammen op eeuwenoude gebouwen dansten. Het nostalgische meisje dronk een cola. Ik zei dat ze mooie ogen had.