We hebben lang naar de Alfa Romeo Brera uitgekeken en we moeten toegeven dat het uiteindelijke product een indrukwekkende verschijning is, al oogt de achterpartij wat massiever dan we verwachtten. De briljante stijloefening van Giugiaro en co. kan niet verbloemen dat de feiten en cijfers die aangename eerste indruk wat tenietdoen. Om te beginnen heeft de Brera voorwielaandrijving, terwijl hij als concept car nog een achterwielaandrijver was. De elegante lijn is met een cx van 0.34 een stuk minder aerodynamischer dan verwacht en het gewicht van ruim 1600 kg is ook al geen opsteker. Wie dacht dat Alfa Romeo met d...

We hebben lang naar de Alfa Romeo Brera uitgekeken en we moeten toegeven dat het uiteindelijke product een indrukwekkende verschijning is, al oogt de achterpartij wat massiever dan we verwachtten. De briljante stijloefening van Giugiaro en co. kan niet verbloemen dat de feiten en cijfers die aangename eerste indruk wat tenietdoen. Om te beginnen heeft de Brera voorwielaandrijving, terwijl hij als concept car nog een achterwielaandrijver was. De elegante lijn is met een cx van 0.34 een stuk minder aerodynamischer dan verwacht en het gewicht van ruim 1600 kg is ook al geen opsteker. Wie dacht dat Alfa Romeo met de Brera een rassprinter zou neerzetten, moeten we meteen wat teleurstellen. Zeer veel Alfa is er ook al niet aan de Brera : de motor en de versnellingsbak zijn bij General Motors geleend en de viercilinder kennen we al van de Opel Vectra en de Signum. Dat is toch even slikken voor de Alfista. De 185 pk-versie die we mee naar huis nemen voor de test, is wel onder handen genomen, dat resulteert in zo'n 30 pk extra, al ligt het maximumkoppel dan weer bij een hoger toerental. Onderweg speelt vooral het gewicht de Brera parten : hij klimt wel fors in de toeren, schiet vlot vooruit, maar laat nooit het karakter van een echte sprinter zien. De Brera is een zeer mooie coupé, al zal de Alfista een beetje tevergeefs naar prestaties zoeken. De zesbak kan het tij niet echt doen keren. Het beste aan de Brera is zijn wegligging en hardnekkigheid waarmee hij probleemloos bochten aansnijdt : het plezier van deze Alfa ligt bij het rijden op snelle, bochtige parcours, niet in het pure sprintwerk. Daarmee kunnen we besluiten dat het hier veeleer om een bescheiden Gran Turismo gaat. Binnenin is de sfeer wel erg Alfa, met het typische, naar de rijder gekeerde dashboard, maar de zitjes achterin zijn zelfs voor kinderen nauwelijks geschikt. De uitdrukking 2+2 is een overdrijving. Dat euvel is inherent aan een fraai gelijnde coupé. Het monteren van de Sky View (een glazen dak dat zelf niet openschuift, maar wel voorzien is van een wegschuivend plafond) zorgt voor een extra handicap : het dak ligt door die constructie lager, wat de zithoogte hypothekeert. De koffer is redelijk van volume, maar de laaddrempel is vrij hoog. De rugleuning van de zitjes kan wel plat en er is een skiluik. Maar van opbergvakken hebben ze bij Alfa evenmin kaas gegeten. Kortom, een mooie coupé die wat sprintcapaciteiten en zeker wat gebruiksgemak mist. Motor : viercilinder benzinemotor met een slagvolume van 2198 cm3, die via een handgeschakelde zesbak de voorwielen aandrijft. Potentieel : maximumvermogen van 185 pk / 136 kW bij 6500 toeren/minuut en maximaal koppel van 230 Nm bij 4500 toeren/minuut. Afmetingen : 441,3 cm (l), 183,0 cm (br), 137,2 cm (h) en 252,5 cm (wielbasis). Koffervolume : 300-610 liter. Verbruik in liter/100 km : 13 (stad), 7,3 (buiten stad), 9,4 (mix). CO2-uitstoot : 221 gr/km. Prijs, inclusief btw : 31.900 euro, vermeerderd met 2478 euro BIV. Jaarlijkse autobelasting : 413,69 euro. Andere versies : 2.2 Sky View (34.150 euro), 3.2 (40.500 euro). pierre darge