" Little Joe never once gave it away / Everybody had to pay and pay." Met deze zinsnede uit "Walk On The Wild Side" introduceerde Lou Reed de Warhol-filmster Joe Dallesandro aan een miljoenenpubliek, hoewel het raden blijft hoeveel van de Reed-fans echt wisten wie Dallesandro was. Laatkomers en alsnog geïnteresseerd...

" Little Joe never once gave it away / Everybody had to pay and pay." Met deze zinsnede uit "Walk On The Wild Side" introduceerde Lou Reed de Warhol-filmster Joe Dallesandro aan een miljoenenpubliek, hoewel het raden blijft hoeveel van de Reed-fans echt wisten wie Dallesandro was. Laatkomers en alsnog geïnteresseerden kunnen nu Joe's levensverhaal nalezen in Little Joe Superstar, een opmerkelijk en compleet boek over de acteur die zich voor het eerst uitvoerig en openhartig liet interviewen. Een aanschaf waard, want Dallesandro is zo cult dat deze benaming voor hem uitgevonden lijkt. En hoewel hij pas in een later stadium de Factory vervoegde, is zijn naam voor eeuwig verbonden aan die van Warhol. Dus nu de Belgische zomer voor even Warholiaans gekleurd wordt, is het interessant om ook de verhalen van 's kunstenaars meer obscure trawanten te leren kennen. De blijvende fascinatie voor Joe - zie de CK-reclames van een tijdje geleden - zit hem in het feit dat hij eigenlijk niets anders deed dan mooi en sexy wezen, wat de term 'acteur' enigzins anders dan inkleurde dan voorgeschreven, zeker in de late sixties. Als ex-autodief en -blootbladmodel voldeed hij aan alle vereisten om op het witte doek in de huid te kruipen van drugsverslaafde, kleine crimineel of (zie het Reed-citaat) mannelijke hoer, rollen die hij zo natuurgetrouw wist neer te zetten dat iedereen dacht dat Joe the real deal was. Method acting, zo noemt Dallesandro in '99 zijn Warhol-personages. "Het had allemaal weinig te maken met wie ik echt ben." Hoe dan ook, titels als Flesh, Trash, Heat (Warhol/ Morrissey) en Je t'aime moi non plus ( Gainsbourg) hebben hem de status van underground-icoon opgeleverd, ook al omdat hij in deze films een lans brak voor mannelijk naakt en zich bewust profileerde als lustobject. Zoals regisseur Paul Morrissey het al zei: "Alle namen van de grote sekssymbolen eindigen op 'o': Garbo, Harlow, Monroe, Brando, Dallesandro." (PDP) Peter De Potter