We rijden vandaag in gestrekte draf naar het jaareinde met de Lamborghini Diablo, jaargang 1999. Dat wil zeggen met hier en daar wat extra power, een variabele kleppentiming, extra grote remmen. Een rit is geen eenvoudige zaak, want het Italiaanse monster met de dramatische look is ook qua afmetingen een opvallende verschijning. De Diablo is bijvoorbeeld 2,04 meter breed en zit zo laag bij de grond dat elke oneffenheid voor problemen kan zorgen. En toch blijft zo'n rit een gebeurtenis, al...

We rijden vandaag in gestrekte draf naar het jaareinde met de Lamborghini Diablo, jaargang 1999. Dat wil zeggen met hier en daar wat extra power, een variabele kleppentiming, extra grote remmen. Een rit is geen eenvoudige zaak, want het Italiaanse monster met de dramatische look is ook qua afmetingen een opvallende verschijning. De Diablo is bijvoorbeeld 2,04 meter breed en zit zo laag bij de grond dat elke oneffenheid voor problemen kan zorgen. En toch blijft zo'n rit een gebeurtenis, al was het maar omwille van de exclusiviteit. Vorig jaar werden 209 stuks verkocht, dit jaar kunnen dat er 220 worden. Echt verwonderlijk is dat niet omdat de Italiaan in het segment van de exoten thuishoort, naast de Ferrari Maranello, de McLaren F1 en nog een handvol andere marginalen. In dat segment kost een auto 300 à 400.000 DM (sinds de overname van Audi, vorige zomer, rekent men in Sant'Agatha Bolognese in Duitse marken ...) en telt men jaarlijks wereldwijd hooguit 1500 klanten. De verwachtingen van die klanten zijn buitenmaats en bij Lamborghini zitten ze wat dat betreft alvast goed. Achterin de tweezitter en gemonteerd in het buizenchassis rust een imposante V12-motor met een cilinderinhoud van 5,7 liter, die zo'n 530 pk naar de achterwielen of de vierwielen doorstuurt. En dat voor een leeggewicht van pakweg anderhalve ton. Dat is véél energie, zelfs voor een doorwinterde rijder. Voor de Sardeense testrit opteerden we voor de VT-vierwielaandrijving, die iets duurder uitvalt dan de SV. Onze eerste kennismaking met een Diablo, nu ruim negen jaar geleden, was een regelrechte tegenvaller. De koppeling paste eigenlijk meer bij een vrachtwagen en de versnellingsbak was zo stroef dat twee handen amper voldoende waren om in achteruit te schakelen. En achteruitrijden om te parkeren was wegens de slechte zichtbaarheid gewoonweg niet mogelijk zonder begeleider. De nieuwste Diablo bleek op dat laatste punt niets veranderd en de Italiaanse testrijders ontwikkelden als oplossing daarvoor een geheel eigen techniek, die we niemand zouden willen aanraden: ze gaan gewoon achterover hangend op de deurdrempels zitten, bedienen onderhand ook nog stuur en pedalen. Het is geen gezicht, maar het werkt - een beetje. Anderzijds gingen schakelen en ontkoppelen dit keer wel opvallend vlot, en daardoor bleek de Diablo, in combinatie met de stuurbekrachtiging, een zeer rijdbare auto. Ook in de stad, en zelfs voor oma. Dat gebruiksgemak verleidde ons er bijna toe ons persoonlijk snelheidsrecord te breken, maar helaas: de omstandigheden waren daarvoor net niet gunstig genoeg.Pierre Darge