"Qua zingeving gaat er niets boven het ouderschap", beweerde een kersverse mama onlangs in De Morgen. Zo ken ik er nog: als kinderloze veertiger is er altijd wel iemand die me vraagt of ik 'ze' en 'het' niet mis. Alsof je zonder nakomelingen geen inhoud aan het leven kunt geven. Nee, ik zal...

"Qua zingeving gaat er niets boven het ouderschap", beweerde een kersverse mama onlangs in De Morgen. Zo ken ik er nog: als kinderloze veertiger is er altijd wel iemand die me vraagt of ik 'ze' en 'het' niet mis. Alsof je zonder nakomelingen geen inhoud aan het leven kunt geven. Nee, ik zal nooit mijn genetisch materiaal doorgeven, een dreumes leren fietsen of wakker liggen als zoon- of dochterlief nog niet thuis is, maar dat is bijzaak: voor mij volstaat de gedachte dat er naast kinderen nog zoveel anderen zijn voor wie je iets kunt betekenen. Toegegeven, ook dat - er zijn voor familie, vrienden en collega's - is een leerproces. Ik probeer het met vallen en opstaan, maar dat geldt vast evenzeer voor het ouderschap. Afgaand op de verhalen en de talrijke handboeken modderen velen daar ook maar wat aan. De moeder van een leeftijdsgenoot vertelde me dan weer dat ze destijds niet kon wachten tot de kinderen het huis uit waren, zodat ze haar aandacht eindelijk op ándere dingen kon richten - voor de zaligheid moet ik er dus al niet aan beginnen. Wat met name vrouwen me vooral leerden, is dat je geen kinderen moet hebben om een moederrol te vervullen. Meer dan eens was het tot een vriendin, een nicht of een vrouwelijke collega dat ik me kon wenden voor zalvende of bemoedigende woorden, kwestie van de 'echte' mama een beetje te sparen. Zij is komende zondag dan de enige die een ruiker ontvangt, in gedachten koop ik de hele bloemenzaak leeg.