Nogal wat mensen verkiezen een nieuwe Eggzetel van Arne Jacobsen boven een oude. De reden ligt voor de hand : een vintage exemplaar in goede staat is uiteraard een stuk duurder. Daarbij komt nog dat de oude meubels vaak in slechte staat verkeren en dat je maar moeilijk een restaurateur vindt die ze kan herstellen. Er zijn relatief veel klassieke meubelrestaurateurs en stoffeerders, maar ze zijn niet allemaal vertrouwd met de technieken die destijds voor de productie van design werden gebruikt. Er bestaat een duidelijk verschil in technieken tussen klassiek garneerwerk en design. Bij het traditionele ambacht worden bijvoorbeeld singels, veren en nagels aangewend. Bij een groot deel van de designmeubels van Jacobsen, Pierre Paulin of Eero Saarinen wordt schuimrubber gekleefd op een schelp van hout, karton of piepschuim. Bij een klassiek meubel wordt het textiel meestal bol opgespannen, wat vrij gemakkelijk is. Veel designmeubels hebben een negatieve, holle of zelfs een golvende vorm ! Daarop een stof spannen zonder plooien is verrassend moeilijk.
...

Nogal wat mensen verkiezen een nieuwe Eggzetel van Arne Jacobsen boven een oude. De reden ligt voor de hand : een vintage exemplaar in goede staat is uiteraard een stuk duurder. Daarbij komt nog dat de oude meubels vaak in slechte staat verkeren en dat je maar moeilijk een restaurateur vindt die ze kan herstellen. Er zijn relatief veel klassieke meubelrestaurateurs en stoffeerders, maar ze zijn niet allemaal vertrouwd met de technieken die destijds voor de productie van design werden gebruikt. Er bestaat een duidelijk verschil in technieken tussen klassiek garneerwerk en design. Bij het traditionele ambacht worden bijvoorbeeld singels, veren en nagels aangewend. Bij een groot deel van de designmeubels van Jacobsen, Pierre Paulin of Eero Saarinen wordt schuimrubber gekleefd op een schelp van hout, karton of piepschuim. Bij een klassiek meubel wordt het textiel meestal bol opgespannen, wat vrij gemakkelijk is. Veel designmeubels hebben een negatieve, holle of zelfs een golvende vorm ! Daarop een stof spannen zonder plooien is verrassend moeilijk. Maar er is meer. Zoals bij alle antiquiteiten moet ook hier de authenticiteit worden gerespecteerd. Een modern uitgeruste meubelmaker-stoffeerder kan heel wat zetels overtrekken, maar hij heeft misschien niet de knowhow om dat ook te doen met originele technieken en materialen. En dat is belangrijk. Een meubel met originele zitting heeft een extra financiële waarde. Natuurlijk is die zitting soms te gehavend om nog intensief te worden gebruikt. Wordt er beslist om de bekleding te vervangen, dan moet dat echt op identieke wijze als vroeger gebeuren én met gebruik van dezelfde materialen. Anders verliest het meubel te veel van zijn authenticiteit en antiquarische waarde. Als het om zeldzame meubels gaat, zoals van Poul Kjaerholm, dan is dat bijzonder jammer. We brengen een bezoek aan het atelier van Herman en Robert Van Daele die zich sinds vele jaren in de materie verdiepen. Ze werken onder meer voor musea, enkele veeleisende collectioneurs en tophandelaars. Ze reizen ook vaak naar Scandinavië waar ze contacten onderhouden met heel wat ateliers en fabrikanten. "Dat is belangrijk om de juiste materialen te vinden en om te achterhalen welke technieken er destijds werden gebruikt", legt Herman uit. "Maar veel leren we uiteraard door het bestuderen van de meubels zelf. In de loop van de jaren hebben we er heel veel uit elkaar gehaald. Zo leer je niet alleen de structuur en de opbouw kennen, maar ook hoe het textiel of leder werd verknipt en genaaid", gaat vader Robert verder. Klassieke stoffering wordt overal aangeleerd en daarover vind je heel wat informatie in de literatuur. Dat geldt ook voor de industriële technieken uit grote moderne bedrijven. "Maar vintage meubels zijn eigenlijk antiquiteiten", stelt Herman. "We hebben hier nu bijvoorbeeld een ligzetel van Le Corbusier. Hij is een halve eeuw oud. Opvallend is dat veel van die meubels van artisanale makelij zijn. Zeker de Deense. Ze zijn in kleine ateliers gemaakt, vaak grotendeels manueel. Daarvoor kun je die moderne technieken zeker niet aanwenden." Bij dergelijke restauratie komt dus veel zoekwerk te pas. Sommige technieken zijn nergens beschreven en de ateliers waar ze werden toegepast zijn sinds jaren gesloten. "We moeten dus zelf onderzoeken hoe iets gemaakt is." Speciaal voor deze reportage laten Robert en Herman Van Daele zien hoe de restauratie verloopt van een Egg chair van Jacobsen uit de jaren zestig en van een PK22 van Kjaerholm uit de jaren vijftig. Het gaat om twee totaal verschillende zetels, die elk een eigen aanpak vereisen. Eerst worden de versleten meubels ontmanteld. Bij de Egg komt vanonder het gescheurde textiel meteen het basisprobleem tevoorschijn : de rubber is verpulverd tot poeder. "Een probleem bij veel van deze meubels. Men gebruikte destijds echte rubber. Dat doen wij trouwens nog. Maar ook kunststofrubber gaat na jaren krimpen en verpulveren. Die moet dus vervangen worden", legt Herman uit. De vergane rubber wordt van de basisvorm geschraapt met een mes. Bij de Egg is de basisvorm gemaakt van een soort hard piepschuim. Daarop wordt nieuwe rubber gekleefd die in een mal wordt gevormd, zodat hij de gepaste holle vorm krijgt. Daarop wordt het textiel gekleefd. Een bijzonder secuur en moeilijk werk, gezien het om een holle vorm gaat. Het opspannen gebeurt in één handeling, om te verhinderen dat er plooien in de stof komen. Met leder is dit proces nog moeilijker. Het leder wordt namelijk bevochtigd voordat het wordt opgespannen. Loopt deze operatie verkeerd en verschijnen er plooien, dan moet alles worden herbegonnen en dient de volledige bekleding, inclusief rubber, te worden vervangen ! Voor het textiel worden alleen stoffen gebruikt van klassieke designfabrikanten zoals De Ploeg. Voor Deense meubels contacteren ze de originele textielproducent. De PK22 vergt een andere aanpak. "Bij het ontmantelen wordt het leder volledig uit elkaar gehaald. Sommige zetels van Kjaerholm zijn opgebouwd uit tientallen stukjes leder die op een bepaalde manier aan elkaar zijn gestikt. Van al die onderdelen worden er eerst kalibers gesneden van karton, die dan op hun beurt worden gebruikt om stukjes uit te snijden uit een vel leder", zegt Robert. Hiervoor gebruikt hij leder van de beste kwaliteit, van Franse koeien, en met een natuurlijke tekening, zonder kunstmatige lederprint. Eenmaal alle stukjes uitgeknipt begint het naaiwerk en vervolgens het bekleden van de zetel. Maar daarvoor wordt eerst ook het onderkleed dat het leder draagt vervangen. Niet alleen de maat van elk stukje wordt gerespecteerd, ook de wijze van naaien. Van heel zeldzame meubels met een museale waarde wordt de bekleding hergebruikt. Maar zowel leder als textiel verouderen en worden broos, waardoor het materiaal niet eeuwig kan worden hergebruikt. Waardevol vintage design verdient dus, net als eeuwenoude antiek, extra zorg, onderhoud en een specifieke restauratie. Net zoals voor antiquiteiten, waarvan veel door ondeskundigheid onherroepelijk werd verknoeid, is het ook voor design van belang dat het opkalefateren deskundig gebeurt. Informatie : vandaele.herman@skynet.beDoor Piet Swimberghe I Foto's Jan Verlinde