Voornaamste vaststelling : de mode houdt zich in. Er is minder bombast, meer idealisme. Luxelabels in het bijzonder lijden minder aan praalzucht dan enkele jaren geleden. De collecties zijn bovendien al wat vaker bestemd voor echte kleerkasten in plaats van rode lopers. Kitsch is minder in trek (met uitzonderingen als Jeremy Scott bij Moschino, in Milaan), vulgair wordt stilaan opnieuw een scheldwoord (al prijkte Kim Kardashian in Parijs op net iets té veel frontrows. Dan toch liever Miley Cyrus, fel opgemerkt in New York : de jonge kunstenares had er haar eerste tentoonstelling).
...

Voornaamste vaststelling : de mode houdt zich in. Er is minder bombast, meer idealisme. Luxelabels in het bijzonder lijden minder aan praalzucht dan enkele jaren geleden. De collecties zijn bovendien al wat vaker bestemd voor echte kleerkasten in plaats van rode lopers. Kitsch is minder in trek (met uitzonderingen als Jeremy Scott bij Moschino, in Milaan), vulgair wordt stilaan opnieuw een scheldwoord (al prijkte Kim Kardashian in Parijs op net iets té veel frontrows. Dan toch liever Miley Cyrus, fel opgemerkt in New York : de jonge kunstenares had er haar eerste tentoonstelling). Inzake gesublimeerde normcore wijst Phoebe Philo bij Céline al jaren de weg. En nu gaat de ene na de andere ontwerper de bijna-heiligverklaarde achterna. Te beginnen met Nicolas Ghesquière bij Louis Vuitton. Hij ontwerpt sinds zijn debuut bij dat merk, vorig seizoen, een opvallend 'gewone' garderobe (A-lijnjurkjes, taartpuntkragen, minirokjes, boots), en dan zeker vergeleken met de veel meer barokke Marc Jacobs. Bij Dior is Raf Simons eveneens een stuk 'gewoner' dan John Galliano destijds. De Limburger trekt een lijn van vroeger naar morgen, van couture naar de straat. Soms lukt dat (lange witte jurken met broderie anglaise), en soms ook niet (Hanne Gaby in seksshoproze zijden mantel en bermudashort). Dior bouwde op de Cour Carrée van het Louvre een onzichtbaar spiegelpaleis (de gevels van het museum werden gereflecteerd in de façades). Binnen zat het publiek in vier aparte cirkels met de sfeer en de verlichting van een futuristisch ruimteschip. Nicolas Ghesquière had zijn eigen bespiegeld ruimteschip, gestationeerd in een kelder van de gloednieuwe Fondation Louis Vuitton, aan de rand van het Bois de Boulogne, waar hij citeerde uit de sciencefictionfilm Dune . En bij Saint Laurent had de set van Hedi Slimane eveneens iets interstellairs, met roterende spiegelbalken en discospots in alle kleuren van de regenboog. Wie toevallig te veel paddenstoelen had gerookt (of een beetje had overdreven met de voor de show uitgedeelde miniflesjes champagne) waande zich opgeslokt in de generiek van een hitparadeprogramma uit de jaren zeventig. De muziek kwam van Aleide : 1-2-3, oh la la, 1-2-3 mes chaussures et moi enzovoort, veertien minuten lang (Vuitton begon met The Sound of Silence van Simon & Garfunkel). De collecties van Slimane en Ghesquière zijn tot op zekere hoogte vergelijkbaar, met naar de late seventies loensende outfits voor sexy discodolly's die je (in je dromen) ook weleens op de rommelmarkt ziet liggen. Maar ze zijn tegelijk ook heel anders. Slimane kickt op het klatergoud van Hollywood, terwijl Ghesquière gefascineerd lijkt door de lichte zeden van Madame Claude, in een Parijse hotelkamer met beige tapijt. Nog meer seventies was er in Milaan. Niet meteen de stad van de grote vernieuwing - met uitzondering van Prada - maar van hapklare trends, geplukt uit het verleden. Dit seizoen zijn dat de seventies, zoals gezien bij Gucci (heel letterlijk), Pucci (heel sexy) en Prada (heel subtiel). Meest voor de hand liggende verklaring ? Een gevoel van nostalgie naar de gloriejaren van de Italiaanse mode, toen Milaan wél toonaangevend was en de economie floreerde. Pal in het midden van New York Fashion Week overleed Joan Rivers, de humoriste die in haar televisieprogramma Fashion Police genadeloos commentaar gaf op de outfits van celebrity's. Haar uitvaartdienst werd geprogrammeerd tussen de defilés van Victoria Beckham en Diane von Furstenberg. In Parijs stierf Gaby Aghion, de vrouw achter Chloé, aan de vooravond van de show van dat merk. Die werd aan haar opgedragen. Er werd tijdens de modeweken nog meer afscheid genomen, zij het minder drastisch - eerder tot weerziens dan vaarwel. Peter Copping en Guillaume Henry toonden, zonder dat het was aangekondigd, hun laatste collecties voor respectievelijk Nina Ricci en Carven. Copping zou verhuizen naar Oscar De La Renta in New York en Henry zal dan weer de plaats van Copping innemen bij Nina Ricci. In de mode van Guillaume Henry voel je de polsslag van de straat (dit keer ingegeven door racers en Japanse pentekeningen), terwijl Copping een klassiekere Parisienne neerzet. Het ophefmakendste adieu was dat van Jean-Paul Gaultier, die stopt met zijn activiteiten in de prêt-à-porter (hij gaat door met couture). Gaultier huurde de grootste cinema van Parijs, de van de jaren dertig daterende Grand Rex, voor een lang uitgesponnen persiflage op de verkiezing van Miss France. We waren getuige van de laatste ademstoot van een tijdperk dat naïever, exuberanter, misschien zelfs échter was dan het huidige moment in de mode. Maar tegelijk was Gaultier al langer creatief uitverteld, en werd er ook dit keer nauwelijks omgekeken naar de kleren. Hoe ook : voor moderedactrices en reporters van een zekere leeftijd is het idee van een modeweek zonder Gaultier moeilijk te vatten. Christophe Lemaire toonde zijn laatste collectie voor Hermès (waar hij vier jaar geleden Gaultier opvolgde als ontwerper van de damescollecties). Lemaire concentreert zich voortaan op zijn eigen merk. Hermès sloot zoals gewoonlijk het defiléseizoen af, en zoals gewoonlijk was de show, in een met zand bestrooide serre van de Jardin du Luxembourg, sereen en zonder drama. Bij Maison Martin Margiela werd de weg klaargemaakt voor een nieuw begin, zonder dat er echt byebye werd gezegd. Het merk deed zich al van voor het vertrek van Martin Margiela voor als een anoniem collectief, en er werd nooit openbaar gemaakt wie nu precies de collecties tekende (toen journaliste Suzy Menkes onlangs het werk van ontwerper Matthieu Blazy prees, brak bijna een schandaal los, en Blazy is sindsdien opgestapt). Na de modeweek maakte eigenaar Renzo Rosso bekend dat hij John Galliano had aangesteld als creatief directeur - een koerswijziging van formaat voor het label. Sinds haar comeback, drie seizoenen geleden, is Veronique Branquinho er niet echt in geslaagd om haar positie van weleer opnieuw in te nemen. Ze maakt nog altijd mooie kleren (lange rokken, veel plissé en denim, met Kate Bush op de soundtrack), maar er ontbreekt iets, een zekere urgentie misschien. Haider Ackermann (met veel oudroze en oestertinten) en Cédric Charlier (veel ruffles) waren sterk zonder nog echt te verrassen, en Anthony Vaccarello toonde misschien zijn sterkste collectie tot nu toe (met logoprints). Léa Peckre toonde na haar samenwerking met een lingeriefabrikant vorig seizoen een eerste volwaardige collectie onder eigen naam, en Jean-Paul Lespagnard onthulde geen lentecollectie, maar zijn garderobe voor dit najaar, het resultaat van een ontmoeting met een Vlaamse slagersfamilie (truien met worstjes !). Van alle Belgen had Christian Wijnants een van de mooiste collecties (regenjasjes in een papierachtige stof). A.F. Vandevorst speelde met parachute-stof en de esthetiek van zwarte dozen (die eigenlijk oranje zijn), terwijl achter de catwalk een film werd geprojecteerd van een vliegtuig dat zweefde in de wolken. Wij waanden ons ten prooi aan turbulentie, en voelden ons daardoor niet helemaal op ons gemak, maar toegegeven, het was mooi gedaan. Ann Demeulemeester, ten slotte, is twee seizoenen weg bij Ann Demeulemeester en dan zou je verwachten dat het merk met nieuwe ontwerpers ietwat zou evolueren, maar daar is weinig van aan. Voor de fans is uit de kast gehaalde Demeulemeester goed nieuws, maar op langere termijn dreigt het merk net als een Jean-Paul Gaultier aan relevantie te verliezen. Bij Chanel, in het Grand Palais, was de supermarkt van vorig seizoen vervangen door een imposante Parijse boulevard van boordkarton, compleet met namaaktrottoir (wij keken uit op een levensecht steegje). Gisèle Bündchen liep mee, in een sweaterjurk. De show eindigde met It's Alright van de Pet Shop Boys, vergezeld van een persiflage van een betoging van modellen met megafoons en pancarten (FREE FREEDOM ! BE DIFFERENT ! BE YOUR OWN STYLIST !) In Frankrijk horen straatbetogingen, net als Chanel, tot de traditie. Je kunt je natuurlijk afvragen of het voor een luxemerk een goed idee is om te lachen met de ellende van de echte wereld (zie de massabetogingen in Hongkong op hetzelfde moment), maar in het vacuüm van de mode was het een van de fijnste momenten van de week. Een dik uur na het megaspektakel van Chanel hield Jean Touitou in zijn A.P.C-hoofdkwartier een eigen bord omhoog. Er stond een citaat van Marcel Proust op, uit A la recherche du temps perdu : "Les modes changent étant nées elles-mêmes du besoin de changement - Modes veranderen omdat ze zelf zijn ontstaan uit de behoefte aan verandering." Kortom, over zes maanden begint alles weer opnieuw. DOOR JESSE BROUNS EN ELLEN DE WOLF & FOTO'S IMAXTREE