"Nederlandse vrouwen hebben wel erg veel meningen over elkaar en uiten die dan nog brutaal ook. Je moet zo en zo je werk doen, je moet zo en zo bevallen. Iedereen denkt de wijsheid in pacht te hebben. Het is een moeilijk trekje." Vorig jaar schreef Aaf Brandt Corstius samen met Machteld van Gelder Het handboek voor de moderne vrouw. "Het is praktisch-ironisch bedoeld. We geven tips maar nooit aanbevelingen. Benen scheren hoeft voor mij niet, maar ik doe het met een scheermesje. Er zijn Nederlandse vrouwen die ons handboek lezen om te weten wat ze moeten doen. Dat is angstaanjagend, want Machteld en ik weten ook bij God niet hoe we ons leven moeten leiden."
...

"Nederlandse vrouwen hebben wel erg veel meningen over elkaar en uiten die dan nog brutaal ook. Je moet zo en zo je werk doen, je moet zo en zo bevallen. Iedereen denkt de wijsheid in pacht te hebben. Het is een moeilijk trekje." Vorig jaar schreef Aaf Brandt Corstius samen met Machteld van Gelder Het handboek voor de moderne vrouw. "Het is praktisch-ironisch bedoeld. We geven tips maar nooit aanbevelingen. Benen scheren hoeft voor mij niet, maar ik doe het met een scheermesje. Er zijn Nederlandse vrouwen die ons handboek lezen om te weten wat ze moeten doen. Dat is angstaanjagend, want Machteld en ik weten ook bij God niet hoe we ons leven moeten leiden." "Die bemoeizucht en dat geregel van de vrouwen komt ook wel een beetje door de Nederlandse mannen. Ze zijn toch vrij afhankelijk. In Nederland wordt nog altijd verwacht dat de vrouw het organisatorische talent is. Zij doet alles in huis, bedenkt hoe het eruitziet en waar de kinderen naar school moeten. Ik vind het stom van die vrouwen en die mannen. We zijn een beetje een ouderwets land. Gelukkig heb ik een heel geëmancipeerde vriend (Gijs Groenteman, de zoon van Hanneke Groenteman), we hebben geen van beiden een clichéopvoeding achter de rug." Ze heeft van die theorieën : "Tegenwoordig kun je aan vrouwen op leeftijd, als zij eenmaal volgebotoxt en leeggeliposuct zijn, alleen nog aan hun oksels zien hoe oud ze werkelijk zijn." Ze heeft van die liefdesinzichten : "Je kunt mensen niet veranderen. Als je dat eenmaal weet, ga je niet meer met de verkeerde in zee. Of toch niet zo lang." Bijkomend inzicht. "Er bestaat zoiets als relatieverslaafdheid. Ik heb het ooit ook gehad. Je weet dat die relatie slecht voor je is, maar toch kun je er niet mee stoppen. Alles wat in je leven misgaat, kun je op die relatie afschuiven en zo neem je je leven nooit zelf in handen." Ze heeft van dat gemis : "Mijn moeder heeft maar geleefd tot mijn zesde. Ik heb een soort zorgzaamheid gemist. Nu ben ik 34, even oud als zij toen ze stierf aan kanker. Opeens is ze mijn oude moeder niet meer. Ze is nu veel levendiger : een dertiger, net als ik, maar een die ziek was en jonge kinderen had. Ik ben nu enkele maanden zwanger. Ik denk vaak : hé, hier had ik wel met haar over kunnen praten." "Mijn moeder heeft nooit over haar naderende dood gesproken. Zelfs met mijn vader wilde ze het er niet over hebben. Ze is gewoon doodgegaan zonder haar ziekte ooit te hebben geaccepteerd." Toen Aaf Brandt Corstius zeven was, besefte ze op onheilspellende wijze voor het eerst wat Nederland voor haar betekende. Haar vader (Hugo Brandt Corstius, jarenlang onder het pseudoniem Piet Grijs columnist voor Vrij Nederland) trok met de drie kinderen naar Amerika. "Mijn vader heeft meteen na de begrafenis van mijn moeder gezegd : 'Ik wil hier niet blijven.' Wij zijn van het Nederlandse dorpje Overveen naar Saint Paul in de Amerikaanse staat Minnesota verhuisd. Hij kon daar een baan op de universiteit krijgen. Hij was te verdrietig in ons huis. Maar voor mij was het alsof op dat moment alle grond onder mijn voeten werd weggeslagen." "Ik rij nu nog wel eens langs ons oude huis, om me weer voor te stellen hoe het daar vroeger was. We hadden van die witte, gehaakte gordijntjes voor het venster. Mijn moeder had ze met punaises tegen het raam gehangen. Misschien had ze die wel zelf gehaakt. Zij was handwerkjuf." Na een jaar verhuisden ze weer van Amerika naar Amsterdam, om er te blijven. "Dat was echt de grote stad. Zo mogelijk nog enger dan Amerika. Maar ik woon er nog steeds. Ik heb een tijdje in New York gewoond, maar geef mij maar de overzichtelijkheid van Amsterdam en de manier waarop alles in Nederland zo goed geregeld is." Ze trekt als een columnist-antropologe door het land. "Maar kennelijk ben ik toch niet zo op de hoogte van de gemiddelde Nederlander. Ik was geschrokken van de hoeveelheid stemmen die Wilders haalde bij de Europese verkiezingen. We heten dan wel open te zijn, maar een Marokkaan net naast de deur is te exotisch." Of ze zoekt naar iets opvallends in de Nederlandse pers en schrijft er haar mening over. "Mensen zeggen wel eens : 'Het schrijven, je hebt het van je vader.' Ik heb de brieven van mijn moeder bewaard. Zij schreef toch meer zoals ik. Ik heb ook haar manier van praten. Dat is kennelijk ergens blijven hangen. Ik hou van muziek en kunst en met mensen omgaan en in cafés zitten. Daar houdt mijn vader helemaal niet van. Mijn moeder wel." "Mijn vader had haar leiding nodig. Hij wist helemaal niks van praktische dingen. Hij zat altijd op zijn kamer te werken. De discipline heb ik wel van hem. Als hij over iets een stukje moest schrijven, deed hij het gewoon. Zonder kunstenaarsachtig te gaan zeuren van 'ik kan het niet'. Ik begin alleen soms wel eens te laat aan mijn stukje." Tijdens de vakantiemaanden pakte Sire, de Nederlandse Stichting voor Ideële Reclame, uit met een wel heel aparte campagne, in de hoop dat mensen in Nederland meer rekening zouden gaan houden met elkaar. "Uit onderzoek blijkt : 95 procent van de Nederlanders gedraagt zich wel eens 'onbewust asociaal'. We zijn zo druk met onszelf bezig dat we niet meer merken dat anderen zich aan ons gedrag storen", zo luidde de reclameboodschap. Aaf Brandt Corstius : "In die reclamespotjes gaat iemand heel luid met zijn mobiel bellen terwijl hij afrekent, of een plek in de bus bezet houden met haar tas, of sigarettenpeuken uit het raam gooien. Onbewust asociaal ? Alsof je het zelf ook niet kunt helpen ? Het lijkt me absoluut bewust asociaal gedrag. Maar wat wel waar is : Nederlanders kunnen heel lomp zijn. Ik denk dat ze heel opgefokt zijn. Ik woon in een volksbuurt. 's Nachts staan er vaak jongens voor mijn raam hardop te praten met elkaar. Laatst riep ik gewoon : 'Kan het wat zachter ?' 'Kuthoer !', riepen ze meteen terug. Als ik zoiets aan andere Nederlanders vertel, zijn ze er niet meer door gechoqueerd. Misschien ben ik wel een missiezuster voor meer zachtheid. Het sociale verkeer wordt hier harder en naarder. Ook omdat mensen in de politiek steeds lomper en brutaler worden. Er is zelfs een woord voor : afzeikcultuur. Zelf word ik er ook harder door. Als je er niet aan meedoet, word je als een soort idioot aanzien. Je moet hier iedereen een grote mond teruggeven." Het heil komt van ergens anders : "Ik heb nu een caravan in Vogelenzang, bij de buurt waar ik opgegroeid ben. Het is heel Nederlands dat je naar het strand fietst door de duinen, even een vers broodje gaat halen... dat soort tuttige uitjes doen bijna alle Nederlanders. Ik vond het lang heel stom, maar het is heerlijk." Door Anna Luyten"Het sociale verkeer wordt hier harder en naarder. Ook omdat mensen in de politiek steeds lomper en brutaler worden."