Ieder jaar op 22 mei viert Saroo Brierley zijn verjaardag. Dat is niet de dag waarop de jongeman, 35 jaar vandaag, geboren werd. Het is de dag waarop hij arriveerde in het Indiase weeshuis Nava Jeevan in Calcutta, vandaag Kolkata, waar hij opgegeven werd voor adoptie.
...

Ieder jaar op 22 mei viert Saroo Brierley zijn verjaardag. Dat is niet de dag waarop de jongeman, 35 jaar vandaag, geboren werd. Het is de dag waarop hij arriveerde in het Indiase weeshuis Nava Jeevan in Calcutta, vandaag Kolkata, waar hij opgegeven werd voor adoptie. Het aangrijpende levensverhaal van Saroo Brierley begint in 1981 in het stoffige dorpje Ganesh Talai, in centraal India. Saroo wordt er geboren in een arm gezin met twee oudere broers. Zijn moeder heeft de grootste moeite om haar kinderen te onderhouden, nadat haar echtgenoot het gezin in de steek heeft gelaten. Om bij te dragen aan het gezinsinkomen klussen zijn oudere broers Kallu en Guddu geregeld bij, terwijl Saroo thuis op zijn jongere zusje Shekila past. Op een avond in 1987 mag Saroo mee met zijn oudste broer Guddu naar het station van Burhanpur, op een uur reizen van hun huis, om er samen op de perrons naar etensresten en kleingeld te zoeken. Maar wanneer de avond valt, wordt de vijfjarige Saroo moe en Guddu raadt hem aan wat te rusten. Hij vertelt Saroo dat hij nog even wil doorwerken, vraagt zijn broertje op de bank te blijven zitten en belooft hem snel terug te komen. Dertig jaar later is dat nog altijd het laatste beeld dat Saroo Brierley heeft van zijn grote broer, zijn grote idool. Wanneer hij wakker wordt, is het doodstil in het station. Guddu is nergens te zien. Licht nerveus stapt Saroo op een trein die naast het perron staat, ervan overtuigd dat Guddu in een van de rijtuigen op hem wacht. Maar dat is niet zo. Denkende dat zijn broer ieder moment zal opdagen, blijft kleine Saroo op de trein op hem wachten, en sukkelt er opnieuw in slaap, niet wetende dat hij even later meegevoerd zal worden, 25 uur lang en tweeduizend kilometer ver, tot in een van de drukst bevolkte steden ter wereld, Calcutta. "Toen ik wakker werd, scheen de zon op mijn gezicht. Meteen was ik in paniek", vertelt Saroo Brierley vanuit Australië, als we met hem Skypen om te praten over zijn boek Mijn lange weg naar huis. "Plots zit ik op een trein die over de sporen dendert. Ik herinner me niet meer of ik eerst gegild, gevloekt of geschreeuwd heb, maar de doodsangst kan ik nog altijd voelen." "Bepaalde beelden ben ik jarenlang blijven afspelen in mijn hoofd. Ik zie me nog door de wagon rennen, op zoek naar hulp, maar ik was alleen in het rijtuig. Ik bonkte op de ramen en riep om Guddu. Ik probeerde de tussendeuren te openen. Niets lukte. Uiteindelijk heb ik me rillend van angst opgerold in bolletje. Ik besefte dat ik gevangen zat. De rest van mijn herinneringen zijn momentopnamen : ik wakker bij de ramen, huilend en ineengekropen. Die nacht heb ik bedacht dat mensen huilen omdat ons lichaam iets probeert te verwerken wat ons hart en verstand te veel is." Saroo Brierley : Ik denk dat de trein op een paar stations heeft stilgestaan, maar de deuren bleven telkens dicht. Als de trein uiteindelijk finaal tot stilstand komt, zijn we in Calcutta, een stad waar ik nog nooit van gehoord heb. In een station waar elke dag miljoenen mensen passeren. Ik ren het drukke perron op, de mensenmassa in. Neen, ik was gewoon een van de vele kinderen die rondhing in het station. In India, en zeker in die tijd, was dat normaal. Verdwaasd begon ik "Ganesh Talai" en "Berampur" te roepen, in de hoop dat iemand me zou zeggen hoe ik terug naar huis moest reizen. Maar ik was vijf, ging niet naar school en had nog niet geleerd hoe je klinkers en medeklinkers correct uitspreekt. Pas jaren later zou ik ontdekken dat ik de naam van mijn dorp al die tijd verkeerd uitsprak als Ginestlay en Bramapur. Niemand kende Ginestlay. Klopt, ik kon me dus sowieso al moeilijk verstaanbaar maken. Het enige wat ik kon doen was terugvallen op mijn instinct. Ik moest doen wat mijn broers mij geleerd hadden tijdens onze verkenningstochten in ons dorp. Dagenlang zwerft Saroo Brierley rond in de sloppenwijken van Calcutta. 's Nachts slaapt hij naast andere straatkinderen in het station, overdag zoekt hij etensresten op de perrons. Tot tweemaal toe verdrinkt hij bijna in de rivier naast het station, telkens wordt hij gered. Verschillende keren klimt hij opnieuw in een trein, maar die rijden in lussen en telkens eindigt zijn reis in Calcutta. Weken gaan voorbij voor een jonge man Saroo meeneemt naar politiekantoor, waar hij wordt doorverwezen naar een weeshuis. Zonder haar was ik er niet meer geweest. Saroj zal altijd een sleutelfiguur zijn in mijn leven en ik beschouw haar als familie. Vandaag is ze de tachtig voorbij, maar nog altijd is ze geweldig actief. NavaJeevan betekent 'nieuw leven' in het Hindi, dat is wat Saroj mij gegeven heeft. De eerste dagen probeerde ze te achterhalen waar ik vandaan kwam. Mijn foto verschijnt op flyers en in kranten, maar het opsporingsbericht werd in de verkeerde regio's van India verspreid. Niemand reageerde op mijn vermissing. Omdat Saroj ook aan het hoofd stond van de Indian Society for Sponsorship and Adoption, vroeg ze mij op een dag of ze mij een nieuwe familie mocht zoeken. Wat later kreeg ik een rood fotoalbum toegestopt met foto's in van Sue en John Brierley uit Hobart, Australië. Mijn adoptieouders konden zelf kinderen krijgen, maar omdat er zoveel kinderen op de wereld zijn die in armoede leven, kozen ze voor adoptie. Dat mijn slaapkamer zo groot was als ons huis in India. Mijn adoptieouders konden natuurlijk mijn moeder, broers en zusje niet vervangen, maar ze deden er meteen alles aan om mij thuis te doen voelen. In mijn kamer had Sue een landkaart van India opgehangen. Ergens wel. De Brierleys, die na mijn nog een jongen uit India adopteerden, hebben mij een tweede kans gegeven. Mijn levenskwaliteit is dankzij hen enorm verbeterd. Maar diep vanbinnen bleef ik wel verdrietig. Hoe meer Engelse woorden ik leerde, hoe uitvoeriger ik hun mijn verhaal kon vertellen : dat we thuis vaak honger leden, dat mijn broers en ik moesten bedelen voor etensresten. Het waren best emotionele gesprekken die ook mijn nieuwe mam raakten. Op een avond besloot ze samen met mij een kaart te tekenen van mijn huis en ons dorp, met alle markeringen op die ik mij herinnerde : een fontein in het park, de watertoren naast het station, een loopbrug over de rivier. Hoe beter mijn Engels werd, hoe verfijnder onze tekening werd. Ook de treinrit van Burhanpur naar Calcutta tekende mijn moeder uit over een kronkellijn. "Een erg lange reis", schreef ze erbij. Door de liefde van John en Sue Brierley bloeit Saroo open. Hij is goed in sport, populair op school. Hij voelt zich thuis in het liefdevolle gezin, waar hij samen met zijn broer Mantosh opgroeit, de andere adoptiezoon van de Brierleys. Mijn verleden ben ik elke dag blijven meedragen. Iedere avond voor ik in slaap viel, speelde ik in mijn hoofd alle herinneringen af, omdat ik geen foto's had om aan vast te klampen. Soms was ik doodsbang dat ik details zou vergeten. Vaak had ik nachtmerries waarin ik droomde dat mijn moeder in India gekweld werd door verdriet. Ik vertelde mijn adoptieouders niet hoe hulpeloos ik mij soms voelde omdat ik niets kon doen voor mij moeder in India. Bijna twintig jaar nadat ik in Australië was aangekomen. Toen ik in Canberra ging studeren, ontmoette ik veel buitenlandse studenten, onder wie Indiërs. Ik voelde me al snel op mijn gemak in hun gezelschap. Op een dag, begin 2008, vertelde ik hun mijn verhaal en voor het eerst in jaren kwam mijn verleden weer tot leven. Door hun reacties begon ik in te zien hoe ongewoon mijn leven eigenlijk was gelopen. Mijn verhaal wakkerde de speurzin aan in mijn medestudenten. Al gauw wilden ze mee het raadsel oplossen van de ligging van mijn geboorteplaats. Door hun ogen begon ik in te zien dat het mogelijk moest zijn erachter te komen. Veel mensen herinneren zich hun eerste kennismaking met Google Earth wel. Een van de eerste plaatsen die je opzoekt, is je eigen huis. Toen ik besefte wat de kracht van Google Earth kon zijn, maakte mijn hart een sprong. Het leek wel alsof het medium speciaal voor mij was uitgevonden. Het was zoeken naar een naald in een hooiberg. Omdat ik de naam Burhanpur niet correct had onthouden en niet wist hoe lang ik onderweg was geweest naar Calcutta, kon ik geen precies zoekgebied afbakenen. Ik rekende uit hoelang ik ongeveer op die trein had gezeten en zocht vervolgens uit met welke snelheid die trein toen had gereden. Volgens die berekening zou mijn thuis duizend kilometer verwijderd liggen van het station in Calcutta. Ik trok een cirkel van duizend kilometer rond Calcutta en sloeg die zone op Google Earth op als zoekgebied. Het was een immense lap grond van 962.300 vierkante kilometer. Er leefden 345 miljoen mensen. In die massa moest ik mijn vier familieleden terugvinden. Pas veel later zou blijken dat mijn huis eigenlijk op bijna tweeduizend kilometer van Calcutta lag. Die treinrit had blijkbaar veel langer geduurd dan ik mij herinnerde. Overdag werkte ik als verkoper in het bedrijf van mijn vader, na de werkuren zat ik op Google Earth. Mijn vriendin Lisa, met wie ik toen nog niet lang samen was, had al snel een relatie met iemand die non-stop op zijn laptop naar landkaarten zat te staren. Op een avond, na vier jaar vruchteloos inzomen op treinstations, besloot ik in een opwelling mijn zoekgebied te verlaten en elders in India in te zoomen. Verder op de landkaart dan waar ik dacht vandaan te komen. Plots zie ik een klein treinstation liggen, ik zoom in. Wat ik toen zag, kwam perfect overeen met mijn herinnering. Alle markeringen die ik mijn adoptiemoeder jaren voordien had beschreven, alles wat we samen op die kaart hadden getekend, vond ik terug. Mijn geboortedorp bleek Ganesh Talai te heten, wat fonetisch overeenkwam met mijn herinnering aan Ginestlay. Om drie uur 's nachts maakte ik mijn vriendin wakker om haar te zeggen dat ik mijn huis had gevonden. Pas elf maanden later, door bureaucratische rompslomp, stapt Saroo Brierley op het vliegtuig naar India, klaar om zijn huis en familie in het echt terug te vinden. Het is februari 2011. Op de luchthaven geeft Sue Brierley hem een foto mee van hoe hij eruitzag bij zijn aankomst in Australië. Na een vlucht van zestien uur en een autorit van vier uur arriveert Saroo in Ganesh Talai. Alles is zoals hij het zich herinnert. Maar wanneer hij naar zijn huis loopt, blijkt daar niemand meer te wonen. Het ergste. Ik dacht dat iedereen overleden was. Maar dan word ik benaderd door een man die Engels spreekt. Gelukkig, want ik sprak geen Hindi meer. Ik leg hem uit wie ik zoek, toon hem mijn kinderfoto. De man vraagt of ik met hem wil meelopen. We wandelen twintig meter verder en hij zegt : "Dit is je moeder." Voor mij staan drie vrouwen, maar ik zie niet meteen wie van hen mijn moeder is. Ik voelde me verdrietig worden bij het idee dat het een moeder en zoon zoveel tijd kost om elkaar te herkennen. Maar dan stapt de middelste vrouw naar voren. Mijn moeder. We hebben elkaar vastgenomen en gehuild. Het was alsof de aarde stilstond. Ik wist niet wat te zeggen. De man die Engels sprak, vertaalde voor mij wat mijn moeder vertelde : dat dat het geluk in haar hart zo diep was als de zee. Ze was al die jaren achter de hoek blijven wonen, in de hoop dat ik op een dag zou terugkeren. Mijn moeder belde onmiddellijk naar Kallu en Shekila, die op een uur daarvandaan woonden. Ook zij hadden nooit Engels geleerd, dus mijn hereniging met hen was er opnieuw een van tranen en sprakeloze verwondering. Toen ik naar hem vroeg, kreeg ik te horen dat hij overleden was, op de dag dat ik verdwaald raakte. Zijn lichaam was dagen later gevonden op treinsporen en het is onduidelijk hoe hij precies gestorven is. Toen ik dat nieuws hoorde, was ik in shock. Ook vandaag is zijn dood een sombere gedachte die ik moeilijk van mij kan afzetten. Geregeld vraag ik mij af of hij er nog zou zijn als ik die avond niet met hem was meegegaan naar dat station. Maar ondanks mijn verdriet heb ik veel om te vieren. Ik vond mijn huis en familie terug. Zonder jarenlange toewijding en de kracht technologie was dat mij nooit gelukt. Mirakels gebeuren echt. Ja, ik ben ongelooflijk blij dat ik mijn familie heb teruggevonden, maar ik ben geen Indiër meer. Mijn toekomst ligt in Australië, al probeer ik mijn familie in India zoveel mogelijk te zien. Sinds onze hereniging ben ik al veertien keer teruggekeerd. Ik heb het geluk dat ik voor werk vaak naar India moet reizen : zowel voor het schrijven van mijn boek, als voor de verfilming ervan, heb ik mijn biologische moeder al vaak kunnen opzoeken. Ze begrijpt dat ik in Australië wil blijven en ik ben blij dat ik haar onlangs een klein huisje heb kunnen kopen. Ik heb het gevoel dat ik nog maar net begonnen ben aan een nieuw levenshoofdstuk, want ik wil mijn familie in India nog op vele vlakken vooruithelpen. Maar momenteel is de grootste verandering in mijn leven de grote aandacht die de media besteden aan mijn verhaal. Dat went maar niet. Na mijn boek kwam er al snel een filmaanbod van de Weinstein Company en binnenkort komt Lion uit (genomineerd voor zes Oscars, waaronder die voor beste film, red.), met hoofdrollen voor Dev Platel, die mij speelt, en Nicole Kidman, als mijn adoptiemoeder. Saroo betekent leeuw in het Hindi. De symboliek daarvan wordt in de film pas helemaal op het einde onthuld. Meer kan ik niet verklappen (lacht). Lion komt op 22 februari uit in de Belgische filmzalen. Het boek Mijn lange weg naar huis is uitgegeven bij Meulenhoff Boekerij. Tekst Elke Lahousse"Mijn hart maakte een sprong. Het leek wel alsof Google Earth speciaal voor mij was uitgevonden" "Voor mij staan drie vrouwen, maar ik zie niet meteen wie van hen mijn moeder is. Dan stapt de middelste naar voren"