14 juni 1999
...

14 juni 1999Een juweel voor een millennium. Het is vlugger gezegd dan gedaan. Want dat betreft toch een sieraad dat iets tijdloos heeft, dat voorbij het jaar 2000 gaat. En het juweel van de toekomst: is dat een armband, een broche, een halsjuweel, een ring? Of iets totaal anders? En van welk materiaal is het gemaakt? Klassiek goud of zilver? "Ik wist absoluut niet hoe ik eraan moest beginnen", vertrouwt juweelontwerpster Christa Reniers me toe tijdens ons eerste gesprek. "Je moet zoveel keuzes maken." Ze vergelijkt ontwerpen met het uitbroeden van een ei: een idee moet je een hele tijd warm houden en koesteren, vooraleer er een ontwerp groeit en vorm krijgt. Christa: "In het begin wist ik helemaal niet wat ik zou maken. Tot ik ineens dacht: iets met bloemen. Wat precies, was nog onduidelijk." Op de tafel liggen tijdschriften die ze de voorbije weken kocht: Gardens Illustrated en Bloom. Ze bladert erin, wijst op vormen en kleuren, geeft commentaar. "Het groene wordt de komende jaren heel belangrijk: bloemen, natuur, milieu.Hoe ik daarbij kom? Ik weet het niet. Het hangt in de lucht, denk ik." Een vaag idee, puur en embryonaal. Het heeft nog geen invulling, geen vorm. Christa: "Het is door dingen uit te proberen dat iets vorm krijgt. Beetje bij beetje. Ik werk er een dag aan en dan leg ik het opzij. Ik kijk er af en toe naar. Ik verander er iets aan. Ik wilde een ring met een heel boeket maken. Oorspronkelijk moest dat een boeket worden met verschillende bloemen, en wel zo dat je ze kon herkennen: een dahlia, een margriet, een roosje... Maar dat bleek te ingewikkeld en ik was niet tevreden over het effect." Ze toont een doosje waarin een hele reeks afgekeurde minibloempjes liggen. Het best herkenbaar is de margriet. Betekent dit dat het oorspronkelijke ontwerp van de baan is? Christa: "Misschien, maar niet noodzakelijk. Dit keer heb ik een element eruit gelicht en daarop verder gewerkt: een ovale bladvorm. Door te experimenteren, af te breken en opnieuw te proberen, ben ik die blaadjes zodanig beginnen te combineren dat ze een tuil van bloemen vormen." In haar handen houdt ze de maquette van een ring in gele en zwarte was. Op het eerste gezicht lijkt het een wirwar van kleine bobbeltjes maar van bovenaf gezien, is het ongetwijfeld een boeket. "Ik experimenteer nog altijd. Ik weet bijvoorbeeld nog niet of ik die blaadjes op het lichaam - zo heet dat deel van de ring - zal behouden. Misschien haal ik ze er weer af. Zo blijf ik aan de gang, tot ik zeg: dat wordt het." Als de wassen maquette naar haar idee klaar is, is het tijd voor de volgende stap: een prototype in zilver. "Van elke ring wordt eerst een prototype gegoten", zegt Christa. "Dat is spannend, want pas dan zie je of het ontwerp echt goed zit. In zilver heeft het immers een totaal andere uitstraling dan in was. Soms valt dat tegen omdat het toch niet de vorm is die ik zocht. Soms is het verrassend: een ontwerp waarover ik twijfelde, blijkt in zilver een wow-effect te geven." Ook over deze ring twijfelt ze: zal het ontwerp sterk genoeg blijken in metaal? Het gieten doet ze niet zelf, daarvoor heeft ze een gespecialiseerde firma, die alle juwelen van Christa Reniers giet: "We werken al enkele jaren met dezelfde gieter, Art et Technique, in Brussel. In mijn atelier heb ik niet de ruimte en het materiaal om dat allemaal zelf te doen. Die mensen weten intussen ook perfect wat ik wil." 13 juli 1999Het zilveren prototype is terug van de gieter en wordt grondig geëvalueerd. Zitten alle blaadjes op de juiste plaats? Zijn alle details goed te zien? Heeft de ring de kracht van een heel boeket? "Ik vind 'm geslaagd", zegt Christa. "Al ben ik verrast door het effect: het is beter dan ik had verwacht. Mocht ik nog twijfelen, dan doe ik dat nu niet meer." Het ontwerp is goedgekeurd, alleen over het uiteindelijke materiaal zit ze nog te dubben. Witgoud? Of zal ze voor deze speciale uitvoering een bijzonder materiaal kiezen? Christa: "Ik denk aan platina. Maar dat is niet vanzelfsprekend, want voor mij is dat een onbekend materiaal. Bovendien zijn er maar enkele firma's die dat metaal kunnen gieten. Onze gebruikelijke gieter doet dat niet. En misschien is het ook niet mooi." Na veel wikken en wegen, besluit ze om het erop te wagen en een proef te laten gieten in platina.27 september 1999De platina ring ligt voor ons. Het resultaat valt tegen. "Ik ben zeer ontgoocheld", zegt Christa. "Ik vind de kleur niet mooi. Het grijs van platina heeft voor mij minder uitstraling dan de kleur van zilver of witgoud. De details van de bloempjes komen niet mooi uit en de ring is zo zwaar, dat hij bijna niet te dragen is." Voor haar staat het vast: geen platina, maar witgoud wordt het materiaal van deze ring.10 november 1999De twee exemplaren zijn klaar en afgewerkt in witgoud. Christa: "Ik moet nog aan de kleur wennen. Niet-gerodineerd (rodineren is galvanisch bedekken met een laagje rodium, dat het metaal een harde glans geeft, nvdr.) is witgoud grijzer dan zilver. Als je niet goed kijkt, zie je bijna niet dat het witgoud is." Grappig: enerzijds is deze ring Christa ten voeten uit, en sluit hij aan bij haar collectie; maar anderzijds is hij zo apart dat hij erbuiten valt. "Je hebt natuurlijk je eigen stijl en die blijft herkenbaar", zegt Christa. "Nieuw voor mij is het figuratieve. Dat heb ik nog nooit gebruikt in mijn werk. Voor dit ontwerp heb ik mezelf carte blanche gegeven, want voor de normale collectie hou je meteen rekening met allerlei beperkingen, zoals de kostprijs." Beantwoordt dit ontwerp helemaal aan haar idee van een sieraad? Christa: "Een juweel moet mooi zijn en aangenaam om te dragen. Het moet comfortabel zijn, iets waarbij mensen zich goed voelen. Deze ring heeft dat. Ik krijg er ook zeer positieve reacties op. En het is zeker een ontwerp dat ik in mijn collectie zou willen opnemen. Het kan zelfs een nieuwe richting voor mij betekenen: ik heb zin om verder te gaan op de weg van het figuratieve."Hilde Verbiest / Foto's Lieve Blancquaert