Ik heb altijd geweten dat ik actrice zou worden", zegt Emilie Dequenne. "Als tweejarige kleuter zetten mijn ouders me op café op een tafel en dan moest ik zingen of een mop vertellen en kreeg ik van iedereen applaus. Toen ik vijf was, ging ik voor het eerst naar een toneelstuk kijken, in Ladeuze, en sindsdien wist ik het wel zeker : dát wou ik ook : toneelspelen. Toen ik acht was, schreef mijn moeder me in voor dictie- en voordrachtlessen. Na mijn middelbare school wilde ik naar het conservatorium, maar daarvoor moest je achttien zijn, en ik was pas zestien toen ik mijn diploma behaalde. Ik had het eerste leerjaar overgeslagen en was tien toen ik aan de humaniora begon. Daardoor was ik er zo snel mee klaar en wist ik niet wat te doen. Gelukkig kwam een tante aandragen met een annonce uit Femmes d'aujourd'hui : de Luikse gebroeders Dardenne waren op zoek naar een hoofdactrice voor Rosetta. Ik schreef een brief, stuurde een paar polaroids en wachtte vol spanning af."
...

Ik heb altijd geweten dat ik actrice zou worden", zegt Emilie Dequenne. "Als tweejarige kleuter zetten mijn ouders me op café op een tafel en dan moest ik zingen of een mop vertellen en kreeg ik van iedereen applaus. Toen ik vijf was, ging ik voor het eerst naar een toneelstuk kijken, in Ladeuze, en sindsdien wist ik het wel zeker : dát wou ik ook : toneelspelen. Toen ik acht was, schreef mijn moeder me in voor dictie- en voordrachtlessen. Na mijn middelbare school wilde ik naar het conservatorium, maar daarvoor moest je achttien zijn, en ik was pas zestien toen ik mijn diploma behaalde. Ik had het eerste leerjaar overgeslagen en was tien toen ik aan de humaniora begon. Daardoor was ik er zo snel mee klaar en wist ik niet wat te doen. Gelukkig kwam een tante aandragen met een annonce uit Femmes d'aujourd'hui : de Luikse gebroeders Dardenne waren op zoek naar een hoofdactrice voor Rosetta. Ik schreef een brief, stuurde een paar polaroids en wachtte vol spanning af." Emilie Dequenne : Beide cijfers kloppen. Uit drieduizend brieven werden driehonderd meisjes geselecteerd en uitgenodigd. De eerste ontmoeting duurde een kwartiertje, de volgende twee uur. De derde een hele dag. 's Ochtends kreeg ik te horen : "Jullie zijn nog met zijn tweeën." Maar op het eind van de dag was de zaak geregeld. Les frères deelden mee dat ik mijn haren niet mocht laten knippen en niet mocht zonnebaden op vakantie. De dag dat ik zeventien werd, ondertekende ik het filmcontract. Een prachtig verjaardagsgeschenk. Natuurlijk was ik blij. Ik was dolblij dat ik gekozen werd. Ik filmde met plezier, en plots stond ik in de schijnwerpers, van de ene dag op de andere. Dat was echt schrikken, ja. Ik had er altijd van gedroomd om te acteren, maar dat het zo'n vaart zou lopen... De Gouden Palm is zowat het allerhoogste wat je als actrice kunt bereiken. Daarna kan het alleen maar bergaf gaan. Veel mensen dachten dat Rosetta een toevalstreffer was, maar ik geloofde in mezelf. Ik vond dat ik nog beter kon. Ik moest nog rijpen, en volwassen worden. Mja, uiterlijk misschien. Iedereen dacht dat ik niet acteerde, dat ik een van de straat geplukt werkloos meisje was. Maar ik had al veel ervaring met theater. Sinds ik acht was, kreeg ik tien uur toneellessen per week. En werkloos was ik ook niet. Ik was net van school af. Ik zág er in werkelijkheid wel uit als Rosetta : geblondeerd, geplukte wenkbrauwen, zwaar opgemaakt, torenhoge plateauschoenen, ultrakort rokje, gewaagd topje. Zo wás ik, toen ik zestien was, een normale adolescent, quoi. Voor de audities deed ik er nog een schepje bovenop. Natuurlijk twijfelde ik ook. Tijdens en kort na Rosetta dacht ik dat dit misschien mijn enige kans ooit was om een film te maken. Inmiddels heb ik er al bijna twintig gedraaid. Het is een volwaardig beroep geworden. Mijn plan om aan de Luikse universiteit politieke en sociale wetenschappen te gaan studeren, viel in het water. Ik heb een tijdje geprobeerd om studeren en acteren te combineren, maar al heel snel bleek dat daar niet aan te beginnen viel. Ik vond het vervelend om mijn studie op te geven, maar er zat niets anders op. Ik had er geen tijd voor. Het regende voorstellen. Nog steeds krijg ik bijna twee scenario's per week toegestuurd. Weinig goede. Gelukkig maar, want anders had ik geen leven meer. Maar ik ben nog altijd op zoek naar rollen van dynamische vrouwen met een intens gevoelsleven. Toch hadden les frères niet helemaal ongelijk. Rosetta's energie en impulsiviteit zitten zeker ook in mij. Pas achteraf hoorde ik welk meisje ze zochten : half roodkapje, half vechtersbaas. Wel, ik kan knokken. Als ik iets wil, dan ga ik ervoor. Haar harde wereld ken ik niet uit eerste hand, maar ik hoefde niet ver te zoeken. In de streek waar ik vandaan kom, lopen genoeg Rosetta's rond. Heb ik van mijn ouders. Zij hebben ook hun droom verwezenlijkt. Mijn moeder wilde een gezin en het houtbedrijf van haar vader samen met haar man voortzetten, en daar zijn ze in geslaagd. Maar ik wilde niet het leven of het werk van mijn ouders, ik had andere dromen. Ik wilde doen waar ik zin in heb, ik wilde acteren en de wereld zien. Ik heb maar weinig herinneringen aan Henegouwen. Die provincie is absoluut niet toeristisch, maar er zijn magnifieke dingen te zien. Kleine wegeltjes, riviertjes, het bos van Baudour, waar we met onze ouders bessen en paddenstoelen plukten. Er zijn warmwaterbronnen en feeërieke plekken zoals la Mer de Sable van Stambruges. Maar de mooiste herinneringen heb ik aan de schrijnwerkerij van mijn vader, waar we speelden met neefjes en nichtjes en mijn drie jaar jongere zusje Audrey. Ze werkt bij de socialistische mutualiteit in Ath. Heel verlegen meisje. Totaal anders dan ik, maar ze raakte ook weg uit ons boerengat, ons onooglijk dorp. Wat zeg ik ? Vaudignies is zelfs geen dorp, het is een gehucht van Chièvres. Niets. Maar je leert niet veel als je in je dorp blijft. Tussen Chièvres en Bergen zit al een wereld van verschil. Mijn ouders waren al bang als ik de trein naar Bergen nam, zelfs al moest ik niet eens overstappen. Mensen zijn nu eenmaal bang van wat ze niet kennen, dus wil ik zoveel mogelijk kennen en begrijpen. Als je in een stad woont, word je bewuster en minder bang. Ik haat angst. Angst zit je in de weg, angst remt je af. Daarmee is het zoals met actrice worden : ik heb altijd geweten dat ik in Parijs zou wonen. Ik herinner me een uitstap met de familie. We stonden bij de Moulin Rouge en mijn nichtje zei : "Als ik groot ben, ga ik in Parijs wonen." En ik zei : "Ik ook." Zij is eerst vertrokken, ik ben haar later gevolgd. We hebben nog samen een flat gedeeld. Tot ik de vader van mijn dochtertje ontmoette. Ja, ik werd al heel jong moeder, dat heb ik ook altijd zo gewild, zoals ik er met alles vroeg bij ben (lacht). Ik was eenentwintig toen Milla geboren werd. Dat is een familietraditie, mijn moeder en grootmoeder kregen ook op die leeftijd hun eerste kind. Met Milla's vader heeft het al bij al toch bijna zes jaar geduurd, geen heel leven, nee. Milla is bijna tien, en mijn man heeft twee zoontjes van elf en zes. Totaal niet. Het was een kinderdroom. Ik woon nu al tien jaar in Parijs, en ik houd van mijn stad, vooral van de volkse buurten, zoals die waar ik woon, aan het Canal Saint-Martin, niet ver van Paris Nord. Ik protesteer met klem tegen het etiket van Franse actrice. Ik ben ook niet Belgisch van origine, ik ben Belgisch tout court. Ik ben en blijf Belg. Ook als ik met mijn Corsicaanse Fransman trouw, behoud ik de Belgische nationaliteit. Ik zou echt niet willen dat België splitst. Voor mijn part kán dat niet, want ik heb Vlaams en Waals bloed in mijn aderen. De moeder van mijn vader was een Vlaamse. Ze sprak niet één woord Frans toen ze hem leerde kennen. Ik houd van België. Als ik in Parijs ben, mis ik Belgische chocolade, en daarom kom ik elke maand een voorraadje inslaan. De bieren uit mijn streek vind ik heerlijk : Orval, Super De Fagne, Ciney... Maar ik drink ze alleen als ik in België ben, anders loopt het slecht met me af. (lacht)Jammer genoeg worden Franstalige films niet goed geëxporteerd naar Vlaanderen. En helaas spreek ik niet goed genoeg Nederlands om mezelf te promoten. In Parijs volg ik de Waalse pers niet. Van dat verschrikkelijke gezinsdrama wist ik niets, tot regisseur Joachim Lafosse het me vertelde. Ik beschouw het bijna als een Griekse tragedie, een opera, een film van Lars von Trier. De film mag dan gebaseerd zijn op een België waargebeurd verhaal, het had overal gekund, en het is van alle tijden. Een moeder die haar bloedeigen kinderen vermoordt. Onbegrijpelijk, ondenkbaar, onvoorstelbaar. Toch hield ik onmiddellijk van het scenario. Het is een gevoelige, schroomvolle zoektocht naar hoé dit kon gebeuren. Niet naar wát er zou gebeuren, want daarmee begint de film, met vier witte lijkkistjes die aan boord van een vliegtuig richting Agadir gaan. Maar de film is meer dan een tragedie. Er is ook liefde, geluk, ontroering. Murielle, mijn personage, evolueert van een verliefde jonge vrouw, naar een instabiele getormenteerde vrouw en die uiteindelijk in een staat van krankzinnigheid haar kinderen doodt. Niet. Ik zette het van me af zonder het écht van me af te zetten. Ik bedoel : ik heb voor mijn rol geen kind moeten vermoorden. In de hele film is geen spatje bloed of geweld tegen kinderen te zien. De kinderen in de film hebben geen moment geleden. Murielle, hun moeder, ik dus, des te meer. Omdat ik op commando kan huilen ? Dat heb ik geleerd toen ik 150 keer als Freule Julie van August Strindberg op de planken stond. Iedere avond moest ik in tranen uitbarsten. Toen heb ik leren huilen. Tranen met tuiten. Dat is pure concentratie, een vorm van zelfhypnose. Als actrice heb je een imago van glamour en glitter, maar in het ware leven houd ik van simpele dingen, en ben ik heel praktisch en concreet. Als ik niet werk, houd ik het simpel. Ik doe niks speciaals met mijn haar, van make-up gebruik ik alleen het minimum. Maar soms vind ik het leuk om me op te tutten, en als ik werk, is het fijn om aan me te laten prutsen door visagisten, kappers en kleedsters. Dat herinnert me aan mijn kindertijd, aan spelletjes spelen. Ik vind mezelf niet mooi maar ook niet lelijk. Een filmregisseur kan met mijn uiterlijk heel veel kanten op. Het belangrijkste is dat ik goed in mijn vel zit, en dat is ooit wel anders geweest. Toen ik een jaar of elf was, werd ik plots heel dik. Op mijn dertiende had ik uitgesproken vrouwelijke rondingen en mijn enorme borsten hebben mijn pubertijd behoorlijk verpest. De jongens maakten er constant opmerkingen over, en ik zat met een huizenhoog complex. Bovendien haatte ik mijn ronde gezicht. Het was zo erg, dat ik mezelf op een zeer drastisch dieet heb gezet, een dieet dat bestond uit niét eten. Wekenlang. Het was niet meer of minder dan een vorm van anorexia. Als ik nog maar dácht dat ik te veel gegeten had, ging ik kotsen. In één maand tijd was ik veertien kilo kwijt. En nog steeds voelde ik me ontzettend lelijk. Ik had nog steeds een bolle toet, maar mijn grote borsten ben ik sindsdien kwijt. Jammer, eigenlijk. 'A perdre la raison' loopt in diverse Vlaamse bioscopen. Door Griet Schrauwen - Foto Charlie De Keersmaecker "Journalisten zeggen dat Cannes me geluk brengt. Niet Cannes, maar de Belgisch film. Ik heb bijna 20 films in Frankrijk gedraaid, maar alleen de Belgische worden in Cannes bekroond" "Ik was 21 toen Milla geboren werd. Dat is een familietraditie, mijn moeder en grootmoeder kregen ook op die leeftijd hun eerste kind"